Alles wat leeft, slaapt. Of heeft rusttoestanden die lijken op slaap. Maar niet elk levend wezen slaapt dat zo regelmatig en aaneengesloten als wij dat doen. Dit zijn negen bizarre slapers.
Herbivoren zoals herten, paarden, koeien, giraffen en olifanten slapen staand. Dat doen ze door hun beenspieren ‘op slot’ te zetten, waardoor ze niet omvallen. Vleermuizen hebben eenzelfde trucje, maar dan ondersteboven. Deze dieren kunnen wel liggend slapen, maar op momenten dat roofdieren op de loer liggen, is een lichte staande slaap veiliger. Zo kan je ook meteen wegrennen.

Ook planten slapen. Niet zoals wij dat doen, maar ze reageren wel op het ritme van dag en nacht. De Perzische slaapboom is een soort die dat ook laat zien. 's Nachts sluit hij zijn bladeren. Zo verliest de boom minder warmte en worden de blaadjes minder snel opgegeten door nachtdieren. In de ochtend rolt de slaapboom zijn blaadjes weer open om zonlicht op te vangen.

Dieren die in winterslaap gaan, eten zich in de herfst rond, zoeken een veilig holletje of dik bladerdek, en wachten daar tot de lente aanbreekt. Relmuizen doen dat ook, maar maken het wel erg bont. Deze ‘slaapmuis’(whats in a name) slaapt namelijk wel zeven maanden per jaar. Als de omstandigheden slecht zijn, kunnen relmuizen zelfs bijna een heel jaar lang slapen.

Een ander dier dat bijna de helft van de tijd slaapt, is de stormbandpinguïn, namelijk elf uur per dag. Alleen doet dit dier dat niet aaneengesloten, maar door tienduizend dutjes per dag te doen van maximaal vier seconde per keer. Dat betekent dat het dier elke paar seconde wisselt tussen waak en slaap. Dat klinkt niet ideaal, maar houdt ze alert om het nest te beschermen tegen roofdieren.

De rustperiodes van eencelligen kunnen we eigenlijk geen slaap noemen, maar ze zijn te interessant om niet te benoemen. Sommige bacteriën kunnen onder slechte omstandigheden namelijk naar een soort inactieve stand gaan. Ze stoppen met delen en verlagen hun activiteit. Zodra de situatie verbetert, worden ze weer ‘wakker’. Wereldrecordhouder is een bacterie die mogelijk 250 miljoen jaar in een zoutkristal heeft overleefd.

Iedereen moet op een gegeven moment slapen. Of dat nu ‘uitkomt’ of niet. Althans, dat zóu je zeggen. Mannelijke strandlopers stellen tijdens het broedseizoen hun slaap ongeveer met drie weken uit. Met een helder doel: strandlopers met slaapgebrek hebben meer tijd om vruchtbare vrouwtjes te ontmoeten en hun territorium te verdedigen, en krijgen dus meer kinderen. Dan kan slapen dus wel even wachten.

Hoewel het brein veel voordelen heeft van slaap, hoef je geen brein te hebben om te kúnnen slapen. Dat bewijzen hersenloze zeedieren als de kwal en zeeanemoon. Beide soorten slapen gemiddeld zo’n acht uur per dag. Dus niet om informatie in de hersenen te verwerken, maar om DNA-schade te repareren die zenuwcellen tijdens hun waak oplopen.

De gierzwaluw doet de eerste paar jaar alles vliegend. Ze eten, paren en slapen dus in de lucht. Daarvoor geven ze steeds één hersenhelft tijd om te slapen. Zo vliegen ze eerst naar drie kilometer hoogte en laten zich daar door de wind meevoeren naar beneden. De wakkere hersenhelft houdt ondertussen de route en veiligheid in de gaten.

Haaien hebben een wat onhandig design. Om te ademen, moet er zuurstofrijk water langs hun kieuwen stromen, en moeten ze dus continu zwemmen. Onderzoekers dachten daarom lang dat de haai niet sliep. Dat blijkt niet waar. Sommige haaien gebruiken stromingen als rustplek, en andere pompen actief water langs hun kieuwen. Toch was de aanname niet gek: haaien slapen vaak met hun ogen open.
Wat kunnen we al deze slapende dieren leren? Lees het in 'Wat duttende dieren ons leren over slaap'.

