Bedden, slaapgewoonten en slaapremedies hebben altijd bestaan, maar niet altijd in dezelfde vorm. We zetten de acht interessantste inzichten uit het verleden op een rij.
Bedden, slaapgewoonten en slaapremedies hebben altijd bestaan, maar niet altijd in dezelfde vorm. We zetten de acht interessantste inzichten uit het verleden op een rij.

Met het hele gezin in één bed: sommige ouders zijn er – anno 2026 - laaiend enthousiast over. Kinderen zouden er beter door slapen, moeders kunnen makkelijker borstvoeding geven en het scheelt ruimte in huis. Door de geschiedenis heen is samen in één bed slapen altijd de norm geweest. Als je op reis was, was zelfs met vreemden een bed delen heel normaal. Pas in de negentiende eeuw, toen privacy een groter rol ging spelen, sliepen steeds meer mensen in een eigen bed.

In Europese hoven was de slaapkamer de ideale plek om je terug te trekken uit de publieke troonzaal om een privégesprek te voeren. Het was dan ook helemaal niet gek om staatszaken vanuit de slaapkamer te bespreken. Daarbij was het belangrijk dat je gasten onder de indruk waren van jou. Hoe deed je dat? Door een kingsize bed te hebben. Hoe groter het bed, hoe belangrijker (of rijker) de machthebber. Deze bedden waren zo kostbaar dat ze soms in testamenten werden vermeld.

Veel mensen zullen weten dat het in de middeleeuwen gebruikelijk was dat mensen rechtop sliepen, maar waarom ze dat deden, daar zijn historici nog niet over uit. Een breed gedragen theorie stelt dat mensen dachten dat er bloed naar hun hoofd zou stromen – met een fatale afloop. Er was ook een culturele factor: helemaal gestrekt liggen werd geassocieerd met de houding van doden, waardoor mensen zich daar ongemakkelijk bij voelden.

Ook de vorm van de bedden speelde mogelijk mee in het zittend slapen. Tot in de negentiende eeuw hadden veel bedden geen lattenbodem, maar een houten frame met daarover gekruiste touwen. Deze touwen lubberden door gebruik uit, waardoor mensen in een V-vorm sliepen. Dat kan op afbeeldingen lijken alsof mensen half rechtop slapen, terwijl men eigenlijk gewoon lag.

Last van slapeloosheid? Neem wat opium! Tegenwoordig een gek idee, maar dat was in de achttiende en negentiende eeuw heel normaal. Laudanum, een mengsel van opium, kruiden en alcohol, was vrij verkrijgbaar en werd voor allerhande kwaaltjes aangeraden: van slapeloosheid en menstruatiepijn tot cholera en mazelen. Vanwege de grote kans op verslaving werd de productie en export van opium in 1919 bij de eerste Opiumwet verboden. Daarmee kwam ook een eind aan laudanumgebruik.

De behoefte aan middeltjes om in slaap te komen verdween niet met het verbod op opium. En dus volgden de eerste synthetische slaapmiddelen in de vorm van barbituraten. Halverwege de jaren vijftig nam de populariteit snel af, omdat er steeds meer bijwerkingen aan het licht kwamen; het middel is verslavend en het is relatief makkelijk om een dodelijke overdosis te nemen. Het medicijn is zelfs zo gevaarlijk dat het tegenwoordig wordt gebruikt bij de dodelijke injectie voor veroordeelden in de VS.

Eeuwenlang maakten mensen gebruik van een slaapmuts(je) om beter te kunnen slapen – niet alleen de alcoholische variant, maar ook het kledingstuk. Vanaf de middeleeuwen tot de twintigste eeuw droegen mensen dit kledingstuk in bed. De kachel of het vuur was ’s nachts uit, en centrale verwarming werd pas eind negentiende eeuw gebruikelijk. Een slaapmuts hielp om warm te blijven tijdens ijzige nachten.

Lang dachten historici dat de vroegmoderne mens door gebrek aan kunstlicht veel meer volgens het natuurlijke ritme van de zon zou leven dan tegenwoordig. Het tegendeel blijkt waar te zijn. Onderzoek laat zien dat Antwerpenaren in de achttiende eeuw nog ver na zonsondergang actief waren, bijvoorbeeld om na een lange werkdag (van soms wel twaalf uur) naar het café te gaan. Pas rond een uur of half elf kroop men onder de wol, om de volgende dag tussen vijf en zes alweer op te staan.
