Mijn onderzoek vindt vaak plaats in de buitenlucht: op de Marker Wadden. In deze slide show zie je wat ik daar samen met mijn collega's ontdek en welke dieren we zoal tegenkomen tijdens het veldwerk.
Het uitzoeken van de vissen op de Marker Wadden is soms monnikenwerk. Met z’n allen zorgen we ervoor dat alle visjes worden gedetermineerd, opgemeten en vervolgens weer vrijgelaten!
Met een groot schepnet ben ik hierop zoek naar snoeken die vier weken oud zijn. Vaak liggen ze dan met soortgenoten in ondiep water onder of dicht bij begroeiing te wachten tot er een prooi langskomt. Een goed voorbeeld van een ‘sit-and-wait’ predator, vergelijkbaar met hoe sommige katachtigen jagen: ze wachten op hun prooi en als die voorbijkomt, slaan ze toe.
Als een soort gordijn trekken we een net door het water heen (een 'zegen') en meten we vervolgens welke vissen van welke lengte en in welke frequentie voorkomen op een bepaalde plek. Hierdoor kunnen we zien welke vissen van welke leeftijd en soort op een bepaalde plek zwemmen.
Nadat we de zegen hebben gebruikt, zoeken we vissen uit.
Wat zit er in het water? Veel kleine vissen vinden we vaak na de zomer langs de oevers, waaronder blankvoorns (Rutilus rutilus), brasems (Abramis brama), baarzen (Perca fluviatilis), alvers (Alburnus alburnus), possen (Gymnocephalus cernua), en ruisvoorns (Scardinius erythrophthalmus).
Karpers (Cyprinus carpio) komen ook steeds meer voor op Marker Wadden. Hier troffen we hem aan op een plek waar een dikke laag slib en bladeren op de bodem ligt. Mogelijk komt hij hier vanwege de kleine beestjes die in de bodem leven, zoals verschillende soorten muggenlarven en wormen. Ook kan het zijn dat ze tussen de dikke laag slib en bladeren schuilen voor vogels en roofvissen.
Jonge alvers (Alburnus alburnus). Alvers zijn typische vissen die aan het wateroppervlak leven. Met hun bovenstandige bekje kunnen ze gemakkelijk insecten en ander klein voedsel innemen vanaf het wateroppervlak. In het voorjaar zagen we ook al volwassen alvers die eitjes aan het afzetten waren op harde zandbodems. Interessant om te zien waar de jonge vissen zich in het najaar ophouden.
Boven water is het superduidelijk dat insecten en vogels kunnen schuilen in dichte bosjes. Onder water is het echter vaak veel minder duidelijk, maar de functie is hetzelfde. Tussen wortels, takken en waterplanten kunnen algen groeien, beestjes schuilen en sommige vissen leggen er eitjes neer of bouwen een nestje.
Een jaar lang verzamelen we uitwerpselen die vissen achterlaten. Dit laat zien welke vissoort gebruik maakt van wat voor soort voedselbronnen op Marker Wadden. Doordat we weten welk voedsel op welke plek en wanneer in het jaar aanwezig is, kunnen we bestuderen hoe vissen via hun voeding ‘koppelen’ aan zo’n gebied. Super interessant natuurlijk als je wilt weten hoe een vis van verschillende oevers gebruik maakt!
Midden in de nacht zijn we soms ook aan het werk; hier zijn we samen met studenten aan het kijken wat er ‘s nachts onder water te vinden is.
