Naar de content

Waarom we blijven betalen voor live muziek

skynesher, via iStock.com

De ticketprijzen voor festivals en concerten stijgen ongekend hard. Toch trekt de Nederlander nog volop de portemonnee voor live muziek. Waarom is het ons zoveel geld waard?

3 april 2026

Ik wist niet wat me overkwam op 7 februari. Net als elk jaar zat ik om 11 uur klaar voor de Lowlands-kaartverkoop, met een schuin oog op mijn WhatsApp-groepen om te checken wie er door de wachtrij heen kwam. Maar de paniek bleef uit. Er waren tickets in overvloed.

Ook voor de organisaties moet het schrikken zijn geweest. Sinds 2022 profiteerde de festivalbranche van een post-Covid-knaldrag en verkochten publieksfavorieten als Lowlands, Down the Rabbit Hole en Wildeburg standaard binnen een paar uur uit. Tot nu. Is de Nederlander festivals moe geworden?

Consumentengedrag

Zeker niet, stelt Martijn Mulder, onderzoeker live muziek aan de Hogeschool Rotterdam. De vraag naar festivals en concerten is nog altijd groot, maar het gedrag van bezoekers verandert. “Vooral de jonge generaties stellen tegenwoordig hun keuze voor een festival uit. Ze weten dat ze toch wel lastminute een kaartje kunnen bemachtigen. Dat tickets elk jaar duurder worden, speelt daarin een flinke rol. Ik hoor mensen zeggen: ‘In 2018 bezocht ik nog wel vijf festivals per jaar. Nu is dat er nog één, hooguit twee.’”

De waarde van een popconcert zit ‘m in de elementen die een opname nooit kan vervangen

— Martijn Mulder

Festivalgangers moeten dus hardere keuzes maken met hun geld, vertelt Mulder. En daar komt de laatste jaren een nieuwe overweging bij: stadionshows. De allergrootste popsterren – zoals Taylor Swift, Harry Styles of Bruno Mars – laten de festivals steeds vaker links liggen, in ruil voor de meer indrukwekkende en winstgevende shows in stadions. Wie hun favoriete popster wil zien, kan vaak niet meer hopen op een festivalaankondiging, en zal voor 150 euro een plekje in de ArenA moeten bemachtigen. De vraag wordt dan niet ‘welk festival dit jaar?’ maar ‘Lowlands of Harry Styles?’

Liever live

Zo zien we het geld van de muziekliefhebber verschuiven, tussen festivals, stadionshows en concerten. Maar wat constant is: we hebben veel geld over voor live muziek. Heel veel geld. Ondanks hun hoge prijzen verkopen stadionshows vaak uit, en ook naar festivals en poppodia gaan bakken met geld. In 2023 gaven Nederlanders er €582 miljoen aan uit, tegenover €300 miljoen aan luisterbare muziek op streamingdiensten, LP’s en CD’s. Terwijl we dagelijks uren naar muziek luisteren, hebben we minstens twee keer zoveel geld over voor slechts enkele live-ervaringen per jaar. 

Een strijkorkest met violen, cello's en contrabassen, schuin van boven.

Zowel bij pop- als bij klassieke muziek geldt dat we fysiek en mentaal meer reageren op live muziek.

Alfonsosoler, via freepik.com

Mulder en zijn collega zochten uit waarom. In een onderzoek legden zij de ervaring vast van een aantal popconcertbezoekers. Uit de gesprekken bleek al snel dat ‘dé concertbezoeker’ niet bestaat. Sommigen komen voor de artiest en willen het optreden intens beleven, desnoods in hun eentje op de voorste rij. Anderen zien het als een gezellige activiteit met hun vrienden, terwijl het voor weer anderen een manier was om de wereld even te vergeten en in het moment op te gaan. Mulder: “De waarde van een popconcert zit ‘m in de elementen die een opname nooit kan vervangen: het voelen van de muziek in je lichaam, het samen meemaken met iedereen om je heen, loskoppelen van de buitenwereld, een gevoel dat het een uniek moment is, en tot slot, het feit dat de artiest fysiek voor je neus staat.”

Ritueel

Dat laatste punt kan nog wel eens het allerbelangrijkste zijn, vertelt Julian Schaap, muzieksocioloog aan de Erasmus Universiteit. In de zomer van 2024 nodigden hij en collega’s Rotterdammers uit in concertgebouw De Doelen voor een experiment. Het Rotterdam Philharmonisch Orkest speelde klassieke muziek, een band van Codarts-professionals pop, en de onderzoekers verdeelden het publiek. De ene helft zat live bij het orkest en de band, de rest keek mee via een livestream in een tweede zaal.

“Voor de livestream-groep was de ervaring meer ‘gefilterd’”, vertelt Schaap. “Ze vonden de muziek minder mooi en waren er minder door geraakt. Dat vertelden ze, maar we zagen het ook door hun hartslag te meten. En dat terwijl de de ervaring verder bijna identiek was: ze zagen hetzelfde, hoorden precies hetzelfde geluid over de speakers en hadden een vergelijkbaar publiek om zich heen. Het enige verschil was dat de muzikanten niet fysiek voor hun neus stonden.”

Tijdens een concert synchroniseren onze hartritmes en komt het 'knuffelhormoon' vrij

— Julian Schaap

Die fysieke aanwezigheid van de artiest is cruciaal, verklaart Schaap. Concerten en dansfeesten zijn volgens hem een moderne vorm van de rituelen die onze voorouders uitvoerden. “Zo’n ritueel werd geleid door bijvoorbeeld een sjamaan die op de trom sloeg en de menigte aanvoerde. Die rol vervult de muzikant nu. Geholpen door versterkt geluid en een lichtshow eisen zij de volledige aandacht van de bezoeker op. Die raakt verdwaald in de muziek en beleeft het intenser. Door het ritueel verbinden we ons ook met elkaar: onze hartritmes synchroniseren, via de muziek, en het ‘knuffelhormoon’ oxytocine komt vrij. Daarom voelt een concert vaak alsof je onderdeel bent van een groter geheel.”

Stadionshows

Voor die ervaring hebben mensen geld over, dus kopen ze tickets voor festivals, dansfeesten en concerten. Maar bij popconcerten, en vooral de stadionshows, ligt de waarde van een ticket meer bij de artiest op het podium, dan bij de rest van de beleving. Die artiest heeft een enorme symbolische waarde voor de fans. Harry Styles of Taylor Swift in levenden lijve zien – dáár betaal je voor.

Dat mensen daar steeds hogere bedragen voor neerleggen, is volgens Mulder te verklaren uit een eeuwenoud economisch principe: schaarste. “We leven in een maatschappij waar we tot veel dingen onbegrensd toegang hebben. Toen ik jong was, spaarde ik een maand lang om één CD te kopen. Als ik hem dan niet leuk vond, bleef ik hem toch luisteren, want ik had niet veel keuze. Maar door streamingdiensten als Spotify heeft het bezitten van muziek niet zoveel waarde meer. Dus wat dan wel? Dingen die schaars zijn. Als Harry Styles-fan kun je zijn albums eindeloos streamen, maar om één van die mensen in de ArenA te zijn, is bijzonder. Vroeger pronkte men met dure kleding, nu steeds meer met ervaringen.”

Iemand filmt een podium met podiumlichten met haar telefoon.

Tegenwoordig gaan mensen ook naar concerten om te kunnen zeggen dat ze erbij waren. De ervaring is bijna een statussymbool. 

aleksandarlittlewolf, via Freepik.com

Dat pronken, vooral op social media, speelt een enorme rol in dit verhaal, vervolgt Mulder. “Als een popster op tour gaat, ontstaat al snel FOMO – het gevoel dat je het niet mag missen. We horen dan ook vaak in onderzoeken dat mensen vooral naar zo’n show gaan om erbij te zijn. Ik vraag me dan af: gaat het nog om het beleven van de muziek, of is het concert meer een statussymbool?”

Misschien zien we met de populariteit van stadionshows ook wel een nieuw type concertbezoeker ontstaan. Maar of je nou voor de artiest, de gezelligheid, de momentbeleving of de FOMO komt, voor iedereen geldt: een live concert is een onvervangbare beleving die veel geld waard is.