We maken vaak ruzie over wat het begrip democratie betekent. Maar op welke verschillende manieren gebruiken we het woord dan zoal?
Laten we eens kijken naar recente toepassingen van het woord ‘democratie’. Ik pak er bewust een paar politici en opiniemakers bij die daar verschillende opvattingen over hebben, van linkser tot rechtser. We beginnen bij de kersverse linkse partij Progressief Nederland. In hun beginselprogramma staat bijvoorbeeld:
"In een veerkrachtige democratie is het belangrijk dat we allemaal van ons kunnen laten horen en dat we ook allemaal gehoord kunnen worden. (...) De stem van velen weegt zwaarder dan de macht of het geld van een enkeling."
Even verderop schrijft PRO dat er vanaf de jaren tachtig een verschuiving heeft plaatsgevonden, waarin het kapitalisme meer macht heeft gekregen ten opzichte van burgers. Dat is problematisch, vinden zij:
"Vóór deze verschuiving waren de economie en samenleving op een meer democratische wijze georganiseerd. De naoorlogse jaren van wederopbouw waren zeker geen gloriejaren, maar er was wel een geloof in solidariteit en vooruitgang."
Zij stellen democratie gelijk aan een samenleving waarin solidariteit en vooruitgangsgeloof aanwezig zijn, waarin iedereen van zich laat horen en ook naar anderen luistert, en waarin de overheid de rechten van burgers beschermt tegen de macht van geld en kapitaal. Ze brengen dat punt extra duidelijk naar voren door een tegenstelling te schetsen: na de oorlog was de samenleving democratischer dan nu. Tegenwoordig ligt de macht veel meer bij grote bedrijven dan bij burgers, volgens de partij.

Politici en opiniemakers hebben verschillende opvattingen over democratie.
zinkevych via MagnificEen soortgelijke opvatting van democratie zien we terug bij de cabaretier en filosoof Tim Fransen. Hij maakt voorstellingen waarin hij filosofische ideeën over de samenleving. Op 28 april 2024 was hij te gast bij Buitenhof, een praatprogramma over politiek en actualiteit. Daar besprak hij eerst het idee dat de samenleving er vanzelf beter op zou worden als iedereen handelt volgens diens eigenbelang. Vooruitgang zou voortkomen uit een vrije markt, die voor welvaart zorgt. Tim is het hier niet mee eens: hij vindt dat een écht democratische samenleving niet zonder “betrokken burgers” kan “die iets verder denken dan hun eigen belang.”
Tim Fransen
Volkssoevereiniteit en burgerparticipatie
Voor PRO en voor Tim Fransen zijn betrokken burgers dus van belang voor een goed functionerende democratie. Een vrije markt komt pas daarna. PRO voegt eraan toe dat “de stem van velen” zwaarder moet wegen dan macht die van buiten het volk afkomstig is, bijvoorbeeld van grote bedrijven. Deze ideeën komen voort uit democratische theorieën over volkssoevereiniteit en burgerparticipatie. Die houden ongeveer in dat een democratie moet worden bestuurd door burgers, of door vertegenwoordigers van die burgers, om een democratie te kunnen heten. Die burgers moeten ook een bepaald niveau van inspraak en participatie hebben. In Nederland kunnen burgers bijvoorbeeld feedback geven op sommige wetsvoorstellen via www.internetconsultatie.nl. En er zijn natuurlijk vrije en open verkiezingen.
Nu zijn er niet zo heel vaak verkiezingen. De rest van het jaar zit je bij wijze van spreken op je handen als democratische burger. Sommige filosofen gaan daarom een stapje verder en proberen het ideaal van burgerparticipatie te vertalen naar andere manieren van besluitvorming dan verkiezingen. Volgens de theorie van de deliberatieve democratie zijn besluiten alleen democratisch wanneer ze op deliberatieve wijze tot stand zijn gekomen. Dat wil zeggen dat burgers met elkaar hebben overlegd over een onderwerp tot ze eruit kwamen.
Recent hebben we bijvoorbeeld een ‘Nationaal Burgerberaad’ gehad over het klimaat. Daarbij kregen 175 gelote mensen zeven weekenden lang informatie over het klimaatprobleem en schreven ze daarna aanbevelingen voor het kabinet om het klimaatprobleem een stukje op te lossen. Een groot deel van die aanbevelingen neemt het kabinet ook echt over!
Geert Wilders en Geerten Waling
Maar er zijn ook andere opvattingen van democratie. We pakken er nu een paar politieke uitingen bij aan de rechterzijde van het politieke spectrum. Geert Wilders, voorman (en enige lid) van de uiterst rechtse Partij voor de Vrijheid (PVV), schreef op X de volgende post nadat de PVV de grootste was geworden bij de verkiezingen van 2023.
De PVV moet regeren.
— Geert Wilders (@geertwilderspvv) November 25, 2023
Het volk heeft gesproken.
En ons de grootste gemaakt.
Dat heet democratie.
Speel daarmee geen spelletjes.
Werk met ons samen om recht te doen aan de verkiezingsuitslag en problemen voor mensen op te lossen.
Anders worden we nog veel en veel groter.
In deze post roept hij andere partijen ertoe op om met hem samen te werken en een regering met hem te vormen, omdat het volk de PVV de grootste heeft gemaakt. Hij suggereert ook dat het ondemocratisch zou zijn als andere partijen ‘spelletjes’ zouden spelen, dus als ze de PVV toch zouden omzeilen voor het vormen van een regering. Het is namelijk belangrijk om ‘recht te doen aan de verkiezingsuitslag’ – een meerderheid heeft op de PVV gestemd, dus de PVV moet deze meerderheid vertegenwoordigen in de regering.
Geerten Waling, een politiek historicus die werkzaam is bij EW Magazine, vindt het ook belangrijk dat burgers goed worden vertegenwoordigd in een democratie. In een fragment van de Jortcast, een podcast van Jort Kelder, werpt hij de stelling op dat de Tweede Kamer allereerst een plek moet zijn waar verschillende meningen van burgers met elkaar in botsing kunnen komen. Soms levert dat beleid op dat niet altijd efficiënt of haalbaar is, maar dat is van secundair belang. Het gaat er in een democratie om dat alle meningen aan bod komen voordat er besluiten worden genomen.
Geerten Waling in de Jortcast.
Meerderheidsbeslissing
Wilders hangt in zijn post duidelijk een opvatting van democratie aan waarbij de meerderheid beslist. Dat is inderdaad de manier waarop beslissingen democratisch worden genomen. Maar hij stelt daarbij die meerderheid gelijk aan ‘het volk’. Net als PRO doet hij een beroep op het democratische principe van volkssoevereiniteit, maar hij sluit minderheden daarvan uit. Dit is voor wetenschappers een reden om de PVV als ‘uiterst rechts’ te classificeren, wat ongeveer wil zeggen dat de PVV op sommige vlakken geen democratische partij is. De partij is bijvoorbeeld niet democratisch georganiseerd: mensen kunnen geen lid worden van de partij en dus ook geen invloed uitoefenen op het partijprogramma.
Uit Walings fragment spreekt een opvatting van democratie waarin ‘het volk’ juist niet als één homogene groep wordt gezien. Burgers hebben namelijk verschillende meningen die niet per se makkelijk met elkaar verenigbaar zijn. In een democratie stap je daar niet zomaar overheen, maar laat je het debat knetteren. Dit doet denken aan de theorie van agonistische democratie. Volgens agonistische denkers bestaat democratische politiek om conflicten en wij-zijdenken, die onherroepelijk horen bij menselijke samenlevingen, op een gezonde wijze uit te vechten. Dat wil zeggen dat we de ander niet zien als vijanden die moeten worden verdreven of de mond gesnoerd, maar als respectabele tegenstanders met wie je een democratisch gevecht dient te voeren. We moeten elkaar om de oren slaan met woorden, niet met stokken.
Kortom, het woord ‘democratie’ krijgt in het politieke en culturele gebruik al veel verschillende betekenissen. In de volgende blog pluis ik met jullie uit in welke zin die betekenissen met elkaar botsen en wat voor paradoxen er schuilgaan achter het toch zo vertrouwde begrip ‘democratie’.
Nog eens lezen waarom democratie zo'n omstreden begrip is? Dat lees je in mijn vorige blog!

