Wie: Mariska van Dam
Wat: Filosoof op een afdeling communicatiewetenschap
Waar: Wageningen University & Research
Studie: Nederlandse Taal & Cultuur, Filosofie
Promotie gaat over: ik onderzoek theoretisch hoe populisme zich verhoudt tot democratie en empirisch hoe uiterst rechtse politici, influencers en activisten populistisch taalgebruik toepassen om hun ondemocratische ideologieën mee te legitimeren.
Ik koos dit vakgebied omdat: Filosofie je over werkelijk alles laat nadenken. Maar om goed na te denken over de wereld, heb je vaak ook input nodig uit andere takken van de wetenschap. Bijvoorbeeld disciplines die meer empirisch onderzoek doen naar de politiek en de samenleving. Daarom kwam ik als filosoof terecht bij de sociale wetenschap over politieke communicatie. Het project waaraan ik verbonden ben, over populistische communicatie in Europa, vind ik heel erg interessant. Het gaat over wat er nú speelt in de politiek. Dat geeft mij veel energie.
Geboren: in Elst (Gelderland)
Leukste aan wetenschapper zijn: De vertaalslag maken naar de samenleving: wat betekent mijn onderzoek of dat van mijn collega’s nu eigenlijk voor mensen buiten de wetenschap? Ik kom geregeld op wetenschapsfestivals, geef workshops op middelbare scholen, doe soms lezingen en vind dat allemaal verschrikkelijk leuk.
Meest bijzondere moment als wetenschapper: Ik gaf een lezing van zestig minuten over mijn onderzoek voor het Filosofiecafé in Wageningen en dacht van tevoren dat ik dat amper vol zou kunnen praten. Eenmaal op dreef zag ik tot mijn schrik dat ik allang over de tijd heen was. Toen dacht ik: wow! Ik heb al zoveel onderzocht dat ik daar blijkbaar een heel uur over kan spreken. Het gesprek met de zaal was ook heel leuk. Ik merkte dat mijn onderwerp echt leeft bij veel mensen en dat ik ze wat ideeën kon aanreiken waar ze iets aan hadden. Dat vind ik fantastisch, dat kennis niet alleen bij mij blijft maar dat ik die kan delen met andere geïnteresseerden.
Moeilijkste aan wetenschapper zijn: Het voelt soms erg individualistisch. Iedereen heeft haar eigen specifieke onderzoek en kennisdomein, waardoor je vaak niet genoeg achtergrondkennis deelt om echt volledig te begrijpen waar de ander mee bezig is. Daarnaast voelt een werkdag nooit echt ‘af’, omdat je allerlei taken doet die lang doorlopen en niet altijd een duidelijk eindpunt hebben.
Hobby’s: Afspreken met vrienden, kringloopwinkels afstruinen, boulderen, lezen (al dan niet voor boekenclubjes) en schrijven
Wat hoop je met bloggen voor Faces of Science te bereiken: Dat mijn blogs de lezers op een enigszins nieuwe manier laten nadenken over populisme, democratie en uiterst rechts.
Wie is je grote voorbeeld?: Maxim Februari is wel een van mijn helden. Hij heeft in de wetenschap gewerkt, net als ik, maar is bovendien literair schrijver, columnist en essayist. Hij weet heel veel en dat zorgt voor diepgang in zijn stukken, maar tegelijk schrijft hij dat allemaal op een begrijpelijke (en mooie) manier op. Daar streef ik ook naar.
Wat wilde je worden toen je 7 was: Moeder. En superheld.
En toen je 17 was: Legerpredikant. Ik vond theologie interessant en ik zat op scouting, dus mijn redenering was dat ik als legerpredikant beide liefdes het best mogelijk met elkaar kon verenigen.
Leukste reactie op je onderzoek: Het is voor mij heel interessant om te zien hoe mensen reageren op mijn onderzoek. Sommigen beginnen meteen heel bezorgd te kijken en zeggen dat het héél relevant en urgent is wat ik doe. Anderen zien het als een uitnodiging om hun eigen ideeën over de politiek aan mij uit te leggen. Weer anderen koppelen het aan onderwerpen die op het eerste gezicht helemaal niet over populisme lijken te gaan. Ik zou alleen al over de reacties op mijn onderzoek een heel hoofdstuk kunnen schrijven.
Jij en de media:
Ik heb een Substack
Artikel in de Resource over de polarisatieworkshops