Elk voorjaar ligt er langs de Nederlandse kust opeens een dikke laag schuim. En dat kent ook zijn risico’s, weten we nu. Hoe ontstaat zeeschuim en waarom moeten we er voorzichtig mee zijn?
Als zijn zandkasteel af is, loopt de kleuter naar de branding. Hij gelooft zijn ogen niet: een enorme berg schuim om in te spelen – helemaal voor hem! Maar als hij erop afrent, grijpt zijn moeder hem bij de arm: “Raak dat schuim niet aan! Het is giftig!” De kleuter begrijpt het niet: hoe kan deze wolk van belletjes nou gevaarlijk zijn?
Het antwoord daarop weten we nog maar kort. Iedereen die wel eens een strandwandeling maakt of een duik in de zee neemt, kent de dikke lagen schuim die daar, vaak in het voorjaar, zomaar kunnen liggen. Maar de laatste jaren zien we steeds vaker waarschuwingen om erbij uit de buurt te blijven – van lokale omroepen tot een heus nationaal ‘schuimalarm’.
Waar komt zeeschuim vandaan en waarom moeten we er voorzichtig mee zijn? Dat vragen we aan Katja Philippart. Zij is algenonderzoeker aan het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en initieerde een onderzoek naar het zeeschuim van het Scheveningen-drama in 2020.

