Naar de content

‘Veel ambivalentie tegenover kweekvlees’

Lablandbouw: visies op voedsel uit het lab

Magnific/atlascompany

Vlees zonder slager, kaas zonder koe, chocola zonder cacao. Over een paar jaar kan het in de winkels liggen. De meningen over deze lablandbouw zijn nog verdeeld.

10 juli 2026

In verschillende laboratoria wordt hard gewerkt aan het voedsel van de toekomst. Over een paar jaar zou je ze zomaar kunnen tegenkomen in de supermarkt: producten uit lablandbouw. Worstjes gemaakt van gekweekte varkenscellen, dus zonder vetgemeste en geslachte varkens. Kaas gemaakt uit kaaseiwitten van aangepaste micro-organismen, dus zonder uitgemolken koeien. Of vis gemaakt van gekweekte vetcellen uit de zalm, dus zonder leeggeviste oceanen.

Vijf professionals uit de voedingssector geven hun mening over deze ontwikkeling. Nieuwsgierigheid overheerst, maar toch staat niet iedereen te springen om deze nieuwe etenswaren.

‘Niet of-of, maar en-en’

Martine van Haperen is voedingskundige bij ProVeg, een wereldwijde non-profit organisatie die zich inzet voor een meer plantaardig voedselsysteem:

“Veel mensen staan open voor meer plantaardig eten, maar vinden het moeilijk om gewoontes te veranderen. Hoe meer alternatieven lijken op wat mensen al kennen, hoe laagdrempeliger het wordt. Bij ProVeg zien we kweekvlees daarom als een veelbelovende ontwikkeling. Ook plantaardige vlees- of zuivelvervangers zien wij een rol spelen in de verandering naar een meer plantaardig dieet. We denken niet of-of, we denken en-en.

Er zijn zorgen bij mensen dat het product sterk bewerkt is, ook bij plantaardige vervangers. Dat is iets waar ik me persoonlijk niet zo druk om maak. Het is natuurlijk spannend of het gaat lukken. Wat dat betreft lijkt kaas zonder koe al verder, het is gebaseerd op processen waarmee de farmaceutische industrie al op grote schaal insuline maakt. De caseïne die je daarmee kan maken, kun je goed in zuivelproducten verwerken. Of microbieel wei-eiwit in koekjes en brood.

Je ziet al dat meerdere supermarkten koekjes in de schappen hebben met een vegan-logo. Vaak maar heel klein, die producten worden stilzwijgend vervangen en het maakt de consument eigenlijk niet zo uit.”

‘De discussie lijkt vaak zwart-wit’

Dr. Luca Consoli is hoofddocent ‘Wetenschap in de samenleving’ aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, betrokken bij Slow Food, een beweging die zich inzet voor een goed, schoon en eerlijk voedselsysteem:

“In Italië, waar ik vandaan kom, willen ze al het kweekvlees verbieden. Dat vind ik heel bijzonder, om het maar voorzichtig te formuleren. Het toont wel hoe groot de rol van tradities en cultuur is in het maken van keuzes rondom voedsel. Het standpunt van mensen is niet enkel gebaseerd op kennis en feiten. Bij discussies rondom goed voedsel bij Slow Food gaat het vaak om eerlijk, puur en lekker. Maar het is niet vanzelfsprekend dat deze samengaan. Bijvoorbeeld met zeldzame lokale appelrassen: die wil je beschermen tegen uitsterven, maar ze groeien vaak minder efficiënt en gebruiken meer water. Dat is niet zo duurzaam.

Al die aspecten zie je ook bij kweekvlees en -kaas. Je kunt het willen om dierenleed te voorkomen, voor het milieu, je wilt geen dieren gebruiken… Misschien is met dat laatste argument kweekvlees nog steeds een bezwaar: de basis is nog steeds dierlijke cellen. Je zou er ook voor kunnen pleiten dat we allemaal meer bonen moeten eten. Wat goed is, is contextueel. Welke waarden zijn voor jou het belangrijkst? De discussie lijkt vaak zwart-wit, maar de meeste mensen zitten ergens in het midden.

Ik ben zelf flexitariër, ik zou zelf zeker een kweekburger proberen. Mijn voornaamste overweging is of het lekker is. Ik heb al meerdere keren insecten gegeten. Aan die gevriesdroogde exemplaren in Nederland zit weinig smaak, verse insecten in Mexico zijn wel heerlijk. Maar ook een goede Italiaanse worst blijft op mijn menu staan. Wel van scharrelvarkens, met een goed dieet, heerlijk.”

‘Draagt ook bij aan een duurzamere wereld’

Michael Wilde werkt al ruim twintig jaar als ambassadeur voor de biologische sector, lang als hoofd van Bionext, de ketenorganisatie van deze sector, nu als zelfstandige:

“De biologische sector heeft geen officieel standpunt over deze ontwikkelingen in de landbouw. Er zijn meerdere routes naar een duurzamere wereld en de biologische landbouw is er daar één van. Over kaas zonder koe, kweekvlees of cacao zonder boon hebben we geen mening. Het draagt ook bij aan een duurzamere wereld. Wie zijn wij om daar tegen te zijn? Het is belangrijk dat we met zijn allen minder vlees eten, dierenleed voorkomen. Als dit dan helpt: mooi.

Maar er zal geen kweekvlees of koe-loze kaas op de markt komen met het biologische keurmerk. In de sector hanteren we vier waardes; zorg, ecologie, gezondheid en eerlijkheid; de ZEGE van de biologische sector noemen we dat. Samenwerken met de natuur en de bodem met de miljoenen organismen erin zijn voor ons heel belangrijk. Kweekvlees is voor ons niet samen met de natuur, je haalt het er juist uit. Ook de bodem haal je hiermee uit het proces. Maar het zou arrogant en naïef zijn om deze mening op te dringen aan iedereen.”

‘Zo min mogelijk bewerken’

Julian Horst, eigenaar van een slagerij in Zetten:

“Ik heb een ambachtelijke slagerij. Dat betekent dat we zoveel mogelijk zelf doen en maken. We halen de dieren uit de regio, het karkas komt aan de haak binnen, we snijden zelf het vlees van de botten, maken eigen worst en vleeswaar zoals ham en rookvlees. Het slachten doen we niet zelf. Ik begon ooit als bijbaantje in een slagerij en ben zo via een opleiding doorgegroeid naar een eigen slagerij.

Authentiek en bewust met vlees omgaan is de basis van mijn bedrijf. Ik doe bewust geen catering of broodjes. Vegaburgers verkoop ik niet, ook niet op verzoek voor bij een barbecuepartij. Ik snap best dat andere slagers het wel doen, of bijvoorbeeld hybride gehakt verkopen (vlees aangevuld met bijvoorbeeld bonen of bietenvezels, red.), maar bij mij past het niet. Vlees is nog steeds een onderdeel van de schijf van vijf en voor mij een mooi natuurproduct met belangrijke nutriënten in een mooie balans bij elkaar. Ik wil mijn producten zo min mogelijk bewerken.

Ik heb ook best wel eens een vegaburger ofzo geprobeerd en ook een kweekburger zou ik proberen voor mezelf. Ik ben altijd nieuwsgierig. Elke dag vlees is ook echt niet nodig, maar dan liever wel een minimaal bewerkt product. Ook kaas zonder koe zie ik me niet echt in de koelkast leggen. Maar met bijvoorbeeld een macaron, met eiwitten uit een alternatieve bron, zou ik geen problemen hebben. Dat is al zo bewerkt, dus als je daarmee minder belastend richting het dier kan zijn, dan vind ik dat prima.”

‘Ik zie veel ambivalentie’

Cor van der Weele, emeritus hoogleraar filosofie bij Wageningen University & Research:

“Mijn interesse in kweekvlees ontstond al snel toen ik er voor het eerst van hoorde. Ik had er kleine gesprekjes over met mensen; studenten, mijn kapper. Ze reageerden verschillend, van ‘yuk’, tot ‘goh, wat interessant’. Maar vaak voegden ze nog inzichten toe, als ze er even over nadachten. Ik ben het gaan onderzoeken in focusgroepen, kleine gespreksgroepen met vergelijkbare mensen, gesprekken van anderhalf uur. Ik keek naar die tegenstrijdige gedachtes en gevoelens, die ambivalentie, in plaats van een uiteindelijke mening op een schaal van één tot vijf.

Die ambivalentie zag ik daar heel veel voorkomen. Mensen snappen wat het voor het voorkomen van dierenleed kan betekenen. Wat extra opviel, is dat de gesprekken vaak vervolgden in ambivalente gedachtes over gewoon vlees. Mensen vinden het lekker en moeilijk om te stoppen. En, spraken sommige deelnemers uit: ‘Eigenlijk wel gek dat we celletjes eten raar vinden en dat we het normaal vinden om een dier te doden.’ Met zwart-wit denken op dit thema gaat heel veel informatie verloren over hoe mensen er echt over denken. Juist in die ambivalentie zit ruimte en winst.”