Naar de content

Waarom is ivf zo duur?

Biotech ontrafeld: de prijs van een vruchtbaarheidsbehandeling

iStock/Deagreez

Voor veel mensen met vruchtbaarheidsproblemen en een onvervulde kinderwens is ivf een uitkomst om toch zelf een kind te krijgen. Het is een dure behandeling. Maar waarom is dat eigenlijk zo?

16 juli 2026

Hoewel in-vitro-fertilisatie (ivf) voor veel mensen met een kinderwens geldt als een uitkomst, is het een dure behandeling. De Nederlandse Zorgautoriteit heeft de kosten vastgesteld op 3500 euro per behandeling, exclusief medicatie. Van alle mensen die starten met ivf, verwacht de helft na drie behandelingen een kindje. Hoe jonger je start, hoe groter de kans van slagen. Per succesvolle zwangerschap zijn de kosten gemiddeld zo’n 6.000 euro, berekende Evert van Santbrink, gynaecoloog in het Reinier de Graaf Ziekenhuis, die onderzoek deed naar de bekostiging van vruchtbaarheidsbehandelingen.

Dat is een hoop geld. Die eerste drie behandelingen worden in Nederland vergoed vanuit de basisverzekering. Daarna, of als de toekomstige moeder 43 is geworden, ben je aangewezen op je eigen portemonnee. Waarom is zo’n ivf-behandeling eigenlijk zo duur? Waar zit hem het geld in? En: kan het niet goedkoper?

Huzarenstukje

“In algemene zin is ivf zo duur, omdat de kosten van materiaal en apparatuur in een ivf-laboratorium hoog zijn, en er veel personele uren in een behandeling zitten”, zegt Van Santbrink.

Bij ivf krijgt de wensmoeder eerst injecties met follikelstimulerend hormoon (FSH). Zo rijpen vijf tot vijftien van haar eicellen tegelijk uit. Een vruchtbaarheidsarts haalt die met een lange, holle naald uit de eierstok. Het sperma komt van de wensvader of een donor. Daaruit selecteert een laboratoriummedewerker de beste zaadcellen.

Wanneer is ivf nodig?

De meeste koppels met een kinderwens belanden niet zomaar in een ivf-traject. Volgens de artsenrichtlijnen moet je eerst een jaar zelf hebben geprobeerd om zwanger te worden. Daarna onderzoekt een vruchtbaarheidsarts o.a. de menstruatiecyclus en de eileiders, door onderzoek te doen naar eerdere infecties zoals chlamydiabesmetting of het poly-endocrien metabool ovariumsyndroom (PMOS) – die kunnen zorgen voor verminderde vruchtbaarheid. Ook de man krijgt onderzoek. Laboratoriummedewerkers kijken onder een microscoop of er genoeg beweeglijke cellen in zijn sperma zitten. Bij afwijkingen bij de man en/of de vrouw, volgt er een doorverwijzing naar een gynaecoloog, een uroloog of allebei. Die kan verder onderzoek doen naar de oorzaak van de afwijkende uitslag.

Als uit het onderzoek blijkt dat de man niet onvruchtbaar is, en dat de eileiders van de vrouw goed functioneren, dan adviseert de fertiliteitsarts meestal eerst om te beginnen met intra-uteriene inseminatie (iui). Daarbij worden de sterkste zaadcellen geselecteerd, waarna de fertiliteitsarts deze met een dun slangetje tijdens de eisprong direct in de baarmoeder spuit. Bij iui is geen verdere behandeling nodig om zwanger te worden. Als er na zes iui-behandelingen nog geen sprake is van een zwangerschap, dan komt het ivf-traject in zicht. Mensen met geblokkeerde eileiders, ernstige endometriose of slechte zaadkwaliteit moeten soms gelijk met ivf beginnen.

Eicellen en zaadcellen ontmoeten elkaar in het laboratorium in een glazen bakje, dat in een stoof, een warme laboratoriumkast, gaat. Daarna is het afwachten of de eicellen bevrucht raken. Als dat lukt, worden een of soms twee van de ontstane embryo’s teruggeplaatst in de baarmoeder van dezelfde vrouw, of die van een draagmoeder. Met hopelijk een succesvolle zwangerschap tot gevolg.

Elke ivf-behandeling is daarmee een echt huzarenstukje. Allereerst kost het moed om zwanger te willen worden en jezelf door een traject te slepen. Daarnaast is er veel expertise nodig van labmedewerkers en vruchtbaarheidsartsen. En tot slot heb je een flinke dosis geluk nodig.

Aan al die benodigde expertise kleeft een prijs. Een vruchtbaarheidstraject bestaat uit consulten, bloedonderzoeken, hormoonmedicatie en laboratoriumkosten. Bij ivf komt daar ook nog een eicelpunctie bij, net als terugplaatsing en nazorg. Bovendien moeten de laboratoriummedewerkers niet alleen zaadcellen selecteren, maar ook de zaad- en eicellen samenbrengen, en deze goed in de gaten houden. “De grootste kostenpost in een ivf-traject is het laboratoriumpersoneel: 25 tot 30 procent”, vertelt Van Santbrink. “Het kan niet zonder dit hooggespecialiseerde lab, dus kan het niet veel goedkoper.”

Microscoop met een beeldscherm waarop te zien is dat een eicel wordt bevrucht

De meeste kosten van een ivf-traject zitten in het laboratoriumpersoneel.

iStock/ArtPhoto21

Dat merken ook wensouders die uitwijken naar het buitenland, omdat daar meer mogelijk zou zijn. “In het buitenland valt deze zorg meestal onder privéklinieken”, legt Van Santbrink uit. “De prijzen zijn dus vaak vele malen hoger dan in Nederland.” Hier is de prijs voor een ivf-behandeling vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit. “Door die regulering is het voor buitenlandse investeerders niet aantrekkelijk om in Nederland een kliniek op te zetten. Maar dat houdt de kwaliteit en toegankelijkheid van deze zorg hier juist optimaal.”