Nieuwe technologieën lijken in het begin vaak handig en onschuldig, tot de nadelen zichtbaar worden. Tegen die tijd is veranderen vaak lastig: precies het probleem van het Collingridge-dilemma.
Grote kans dat jij dit blog leest op je laptop of smartphone, en dat je ondertussen typt op een QWERTY-toetsenbord. Maar… waarom eigenlijk? Is een andere indeling van toetsen niet veel handiger? Het QWERTY toetsenbord komt namelijk met best veel nadelen. Het is niet ergonomisch: je vingers maken onlogische bewegingen. Het is niet het snelst: sommige toetsencombinaties zijn onhandig te maken. En het is niet ontworpen voor comfort, maar voor een probleem dat inmiddels niet meer bestaat. Er zijn alternatieve toetsenborden, zoals het DVORAK-toetsenbord, die volgens sommige onderzoeken waarschijnlijk comfortabeler of efficiënter zijn. Toch gebruiken bijna we allemaal nog steeds QWERTY.

Waarom is het soms zo moeilijk om voor een nieuwe technologie te kiezen die veel beter is?
newafrica via FreepikGewenning
Dat we nu nog steeds allemaal het QWERTY-toetsenbord gebruiken komt door een mix van historische, economische en sociale factoren. Het QWERTY-toetsenbord werd in de 19e eeuw ontworpen voor mechanische typemachines. Als je daarbij snel typte liepen de metalen letterstaafjes nog wel eens vast. Door veelgebruikte letters verder uit elkaar te zetten, gebeurde dat minder snel (het QWERTY-ontwerp werkte vooral goed voor het Engels. Voor het Frans was een andere indeling logischer, AZERTY. Daarom zie je die in België nog steeds veel terug). Het probleem van een vastlopend toetsenbord bestaat inmiddels – met touchscreen of huidige toetsenborden – niet meer. Toch gebruiken we nog steeds het QWERTY-systeem. Hoe kan dat?
QWERTY raakte langzaam ingeburgerd. Mensen leerden ermee typen, scholen gaven er les in, het werd de standaard bij grote bedrijven en organisaties. Daardoor ontstond er een soort lock-in: overstappen naar iets anders of beters wordt steeds moeilijker, omdat iedereen al gewend is aan wat er is.
QWERTY en het Collingridge Dilemma
De ontwikkeling van QWERTY is een goed voorbeeld van wat wetenschappers ook wel het Collingridge Dilemma noemen. Dit dilemma, beschreven door David Collingridge, zegt dat wanneer verandering makkelijk is, je nog niet ziet waarom het nodig is. Wanneer de noodzaak duidelijk wordt, is veranderen moeilijk, duur en kost het veel tijd. Met andere woorden: In het begin van een technologie kun je nog makkelijk bijsturen of het ontwerp aanpassen, maar weet je nog niet wat mogelijke problemen zijn. Later zie je de problemen wel, maar zit je al vast in een bepaalde richting of ontwikkeling.
Het dilemma laat de spanning zien tussen innovatie en regulatie. Aan de ene kant is het nodig om te innoveren om oplossingen te vinden voor problemen. Aan de andere kant, zonder goede regulering of beleid, hebben deze innovaties mogelijk negatieve gevolgen die moeilijk om te keren zijn.

Wanneer verandering makkelijk is, zie je nog niet waarom het nodig is. En wanneer verandering nodig is, pas je het niet meer makkelijk aan.
pixel-shot.com via FreepikIngrijpende technologieën
Voor een toetsenbord is dat misschien nog redelijk onschuldig. In onze huidige tijd waarin er veel (ingrijpende) technologieën worden ontwikkeld, is dit dilemma steeds relevanter. Veel technologieën die we nu ontwikkelen, kunnen enorme impact hebben. Maar hoe: dat weten we nog niet precies.
Een goed voorbeeld is het internet. In het begin was het een open systeem zonder veel regels. Inmiddels zien we problemen met privacy, fake news en dataverzameling. Tegelijkertijd is het systeem zo groot en complex geworden dat het lastig is om het nog ingrijpend aan te passen.
De ontwikkeling van CRISPR-cas9 is een ander voorbeeld. Wetenschappers kunnen de technologie gebruiken om het DNA van planten aan te passen, of om therapieën te ontwikkelen voor zeldzame ziekten. Tegelijkertijd zijn veel langetermijngevolgen nog onzeker, weten we niet op welke manier we de technologie nog meer kunnen toepassen. Hier zien we het Collingridge Dilemma in real time: we moeten nu keuzes maken, terwijl we nog niet alles weten over hoe de ontwikkeling gaat uitpakken.
Het dilemma hangt samen met iets dat ook wel het pacing problem heet, een probleem van ongelijke snelheid: technologie ontwikkelt zich in hoog tempo, terwijl wetten en regels veel langzamer veranderen of worden gemaakt. Het gevolg is dat, tegen de tijd dat er beleid is, de technologie vaak alweer verder is of meer kan. Het beleid past dan al niet meer bij de mogelijkheden van de technologie.

Technologie ontwikkelt zich in hoog tempo, terwijl wetten en regels veel langzamer veranderen. Hoe hou je dat tempo bij om een goede keuze te maken?
osikugamen via FreepikEthische dilemma’s
De naamgever van het dilemma, David Collingridge vond dat niet alleen experts of bedrijven moeten bepalen hoe technologie zich ontwikkelt, maar ook gewone mensen. Dit idee zie je ook terug in voorgestelde methoden vanuit de ethiek of de Responsible Research and Innovation (RRI)-beweging, waarbij het belang van het vroeg betrekken van burgers en experts, het ontwikkelen van flexibele en aanpasbare regelgeving en aandacht voor waarden in de samenleving (zoals privacy, eerlijkheid en gezondheid) wordt benadrukt.
Dat betekent dat onderzoekers al tijdens het ontwikkelen van een technologie nadenken over vragen als: is dit eerlijk, wie profiteert hiervan, en wat zijn de mogelijke risico’s voor kwetsbare groepen? Ook worden patiënten, ethici en het publiek vaker betrokken bij beslissingen over nieuwe technologieën. Zo wordt geprobeerd om, ondanks de onzekerheid, toch verantwoord met innovatie om te gaan.

