Naar de content
Faces of Science

Studeren voor zekerheid of voor jezelf?

getekende boom met krijt op een schoolbord omringd door een wereldbol, passer, letters, cijfers een afstudeerpet en diploma
getekende boom met krijt op een schoolbord omringd door een wereldbol, passer, letters, cijfers een afstudeerpet en diploma
Freepik

Moet je studeren voor een goed leven, of kiezen wat je leuk vindt? In deze blogreeks vertel ik hoe ik tussen die twee uitersten manoeuvreer en mijzelf en het universiteitsleven leer kennen.

15 mei 2026

Studeren. Mijn ouders vertelden me van kleins af aan dat school belangrijk was, want dan leid je later een goed leven. Maar waarom was studeren zó belangrijk voor hen? Omdat je dan niet eindigt zoals zij, benadrukten ze altijd: met een zware baan zonder vooruitzichten. 

Dat betekende ook dat zij een voorkeur hadden voor bepaalde vakken, profielen en later opleidingen. Dingen waar je “echt iets aan had”. Denk aan economie, natuurkunde, scheikunde. En dus niet kunst, muziek, cultuur. Beta was beter dan alfa. Goede cijfers halen was geen optie, maar een noodzaak. Een uitweg om het beter te krijgen dan mijn ouders en hun ouders, maar alleen als ik het praktisch kon inzetten.

gloeilampen met afstudeerhoed

Mijn ouders vertelden me van kleins af aan dat school belangrijk was.

Asolano via Freepik

Tussen twee tierlists

Die nadruk op goed presteren en bètavakken stond lijnrecht tegenover wat ik hoorde van Nederlandse mensen om mij heen. Daar klonk vooral: doe iets waarvan je gelukkig wordt. Sommige mensen zijn nu eenmaal beter in bepaalde dingen dan anderen. Natuurlijk bestaan waardeoordelen in de Nederlandse cultuur ook, maar daar was de ‘tierlist’ (waarbij je dingen rangschikt van topklasse naar minst favoriet) tussen vakken en opleidingen minder strikt. Ik leefde dus tussen twee tierlists in.

Uiteindelijk was ik ‘slim genoeg’ om hbo te doen. Samen met mijn moeder checkte ik welke opleiding handig was. Met mijn Economie & Maatschappij-profiel was iets in de richting van economie geen gekke keuze. Om mijn studiekeuze te bepalen, keek ik naar de vakken waar ik goed in was: wiskunde B (want wiskunde A vond ik moeilijk), bedrijfseconomie, M&O destijds, en natuurlijk economie. In die richting zaten het geld en baanzekerheid. Dat zou leiden tot een goed leven.

Het werd Accountancy aan de Hogeschool van Amsterdam. Lekker dichtbij, want ik woonde al mijn hele leven in Amsterdam en hoefde niet op kamers. Lekker praktisch allemaal.

houten pop met paarse achtergrond en afstudeerpet krijgt diploma universiteit

Ik was de eerste van de familie die ging studeren.

atlascompany via Freepik

Een luxeprobleem

Mijn vader was enorm trots toen ik accountancy ging doen. De eerste van de hele familie die ging studeren. Daar waar de knappe koppen zitten, de 'top' van de maatschappij. Accountancy was ook nog een beroep waar je u tegen zegt. Hij belde familie in de Volksrepubliek China op en vertelde maar al te graag dat zijn zoon studeerde aan de universiteit. Want, hbo is ook studeren aan een universiteit, de University of applied sciences. Ondertussen ging ik daar vrij onverschillig mee om. Ik moest gewoon goede cijfers halen, dan waren mijn ouders blij en zou ik een goed leven leiden. Prima, daar stelde ik geen vragen bij.

Totdat mijn eerste dilemma op mijn pad kwam. In het eerste jaar behaalde ik mijn P. De P staat voor propedeuse en die krijg je als je alle eerstejaarsvakken met een voldoende heb afgerond. Een hele happening was dat, want dat wordt speciaal gevierd in het hoger onderwijs. Voor de studenten betekent dat eigenlijk twee dingen: je kan niet van de opleiding worden getrapt en het is mogelijk om daarna door te stromen naar de universiteit. Gelukkig kunnen we stapelen in het Nederlands onderwijs. En juist dat stapelen leidde tot spanningen thuis. 

Mijn ouders waren van mening dat ik het beste mijn opleiding kon vervolgen op de universiteit. Ik daarentegen was wel benieuwd naar het stageonderdeel van de opleiding, wat pas begon in het derde jaar. Én of ik accountancy wel echt leuk zou vinden. Ik deed gewoon mijn ding voor mijn P en niet omdat ik er nou zo enthousiast van werd. Na flink wat discussie thuis, legde mijn ouders zich er met tegenzin, onbegrip en teleurstelling bij neer dat ik gewoon mijn hbo zou afmaken.

Mijn eerste les

Na het afronden van mijn stage, kwam ik veel over mijzelf te weten. Tijdens mijn stage had ik een geweldig team, maar ik wist ook dat dit toevallig was. Dus ik dacht ook kritisch na over mijn dagelijkse activiteiten als toekomstige accountant. Die kon ik prima afronden, maar stond ik daar in de ochtend graag voor op? Het antwoord was: nee. Maar om nu te stoppen met mijn opleiding? Dat was ook zonde, dus ging ik kijken naar een tweede studie. Liever nu nog even doorleren, dan veertig jaar doorwerken tot ik 67 of nog ouder was.

Mijn ouders protesteerden enorm. Zij begrepen niet waarom ik een vaste baan met financiële zekerheid wilde opgeven voor onzekerheid. Maar, mijn vader is wel een redelijk persoon. Hij weet als geen ander hoe naar het is om iets te kunnen doen, maar de omstandigheid het niet toelaat. Mijn ouders gingen, net als vele anderen, naar het buitenland om een beter leven op te bouwen. Niet (alleen) voor henzelf, maar ook voor hun toekomstige kinderen en hun familie thuis. Dat vergt flink wat opoffering en moed, want je gaat niet zomaar naar een land toe waarvan je de taal niet spreekt en cultuur niet kent en van praktisch alles niks afweet.

Mijn ouders wisten dat mijn grootouders spijt hadden dat zij hun kinderen niet een goede toekomst hadden kunnen bieden. Mijn ouders wilden dat wel en waagden de sprong in het diepe. Spijt is binnen mijn familie dus een belangrijke motivatie om je leven om te kunnen gooien. 

Datzelfde gold dus ook voor mij. Ik wilde geen spijt hebben van mijn kans om een tweede opleiding te doen. Dat was een enorme trigger voor mijn ouders en in het bijzonder mijn vader. De situatie is natuurlijk anders, ik bevond me in een luxere situatie omdat het een vorm van privilege is, maar de dynamiek erom heen is hetzelfde: je wil niet dat spijt je leven tekent. En dat was ook de ultieme reden dat mijn vader instemde dat ik een tweede studie kon gaan doen.

Even verkennen wat ik zélf echt leuk vond, die goedkeuring kreeg ik. Het liefst een universitaire opleiding. Terug bij af. Welke vakken waren voor mij echt leuk tijdens de middelbare? Wat kon ik daarnaast ook goed combineren met mijn economische achtergrond? Hoe kan ik mijn ervaringen nuttig inzetten, zoals mijn ouders mij weer hadden aangeleerd? De vakken aardrijkskunde en geschiedenis vond ik geweldig toen. China’s entree op het wereldtoneel was ook echt hot toen. En, ik kreeg langzaam maar zeker het gevoel dat ik analfabeet was in China wanneer ik mijn familie bezocht. Dus, laat mij daar wat aan doen. Interesse en praktische inrichting van mijn leven met elkaar verenigen bepaalden mijn keuze om verder te studeren.

Studeren was een uitweg om het beter te krijgen dan mijn ouders en hun ouders.

ilix48 via Freepik

En hoe verder?

Kortom, studeren was niet helemaal mijn eigen keuze. De invloed van mensen om mij heen is niet te onderschatten. Nu (het einde van) de eindexamens voor veel middelbare scholieren in zicht komt, kan ik me goed voorstellen dat de volgende stap onzekerheid oproept. Wat is de universiteit? Wat is studeren? Kan ik studeren aan? Ben ik wel ‘gemaakt’ om te studeren? Is dit wel de juiste opleiding of keuze? Dat dacht ik ook toen ik mijn eerste stap zette op het terrein van de almachtige, prestigieuze, maar voor mij onbekende Universiteit Leiden. Althans, dat 'prestige' is mij wijs gemaakt. Hoeveel daarvan waar is, wat mijn eerste universitaire opleiding was en hoe ik het ervaarde? Dat bespreek ik in deze blogreeks ‘Voor het eerst studeren’. Lees je mee? Laat me vooral weten wat jij wil horen!