Naar de content

‘Big Tech-bedrijven zijn een soort pseudostaten’

iStock

De wet geldt in veel mindere mate voor Big Tech-bedrijven dan voor de gewone mens, stelt Reijer Passchier. “Gevaarlijk, want gelijkheid voor de wet is fundamenteel in de democratische rechtstaat.”

13 april 2026

Reijer Passchier heeft het druk. Niet alleen als universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en hoogleraar digitalisering en de democratische rechtsstaat aan de Open Universiteit, maar ook steeds meer door praatjes voor bezorgde professionals en topambtenaren, als een van de ‘Ruiters van de Digitale Apocalyps’. In al zijn werk weerklinkt één duidelijke boodschap: “We zitten écht in een noodsituatie. We zijn veel te afhankelijk van Amerikaanse techbedrijven. En we kunnen zomaar opeens, van het ene op het andere moment, met heel ernstige gevolgen daarvan te maken krijgen.”

Die boodschap brengt Passchier al best wel lang. Al in 2021 – een jaar voor de publieke release van ChatGPT – bracht hij zijn eerste boek ‘Artificiële Intelligentie en de rechtstaat’ uit. Daarin laat hij zien dat onze constitutie, het fundament van wetten, regels en principes waar onze democratie op is gestoeld, niet klaar was voor de explosieve groei van Big Tech. In 2024 – een jaar voor Trumps tweede termijn – volgde ‘De Vloek van Big Tech’, met eenzelfde boodschap. “Ik was tijdens het schrijven van dit boek bang dat lezers mij te pessimistisch zouden vinden. Als Harris verkozen was, was dat misschien wel zo geweest. Maar Trump werd gekozen en ik heb nooit dat verwijt gekregen.”

Man zit op een stoel voor een boekenkast

Reijer Passchier.

Merlijn Doomernik

Het is die verstoorde relatie tussen het publieke (overheden) en het private (economie, eigendom) die Passchier zorgen baart. Sinds de Franse revolutie en met name in de periode die volgde, werden die twee strikt gescheiden, ook wel de grote demarcatie genoemd. Doel was om burgers te bevrijden van de onderdrukking van het feodale systeem dat in de middeleeuwen gebruikelijk was. De gemiddelde mens was daarin overgeleverd aan de macht van leenheren en edellieden. Je werkte op het land van een leenheer, in ruil voor bescherming tegen bedreigingen van buitenaf. Daar was weinig vrijheid aan. De grote demarcatie brak de macht van adel en absolute monarchie; hier ontstond het idee dat de staat als enige wetten mag bedenken en handhaven, maar ook dat burgers eigendom mogen hebben dat niet zomaar onder bedreiging kan worden afgepakt. En om ook de staat in het gareel te houden konden burgers stemmen op wie ze vonden dat die wetten moest verzinnen: de democratische rechtstaat was geboren.

De macht van Big Tech-bedrijven zorgt er volgens Passchier voor dat die scheiding, die zo belangrijk is voor de democratie, vervaagt op zo’n niveau dat we ons in sommige opzichten weer in zo’n feodaal stelsel bevinden. “Het is een nieuwe vorm van feodalisme, technofeodalisme: een soort aristocratie van grote bedrijven, leiders en aandeelhouders die extreem veel macht en welvaart concentreren, waardoor je een vorm van ongelijkheid krijgt die naar de middeleeuwen riekt.”

In de middeleeuwen was er geen staat om burgers te beschermen tegen onderdrukking, die is er nu wel. Functioneert die niet?

“Nee, want de staat en het grootbedrijf zijn, met name in de Verenigde Staten en China, aan het samensmelten. De wet geldt in veel mindere mate voor deze bedrijven dan voor gewone stervelingen. Voor heel grote bedrijven is bijvoorbeeld de effectieve belastingdruk in 50 jaar gedaald van 51 naar 22 procent, terwijl de belasting van de middenklasse alleen maar omhoog is gegaan, bijvoorbeeld via btw. Big Tech-bedrijven hebben eindeloze capaciteit om te lobbyen, rechtszaken te voeren en dure advocaten in te huren. Ze zijn bovendien internationaal actief en kunnen dreigen met verplaatsen, waardoor landen gedwongen worden om met elkaar te concurreren. Ze bepalen ook wat innovatie is en hebben enorm veel invloed op wetten. Het zijn in feite een soort pseudostaten geworden. Dat is heel gevaarlijk, want gelijkheid voor de wet is heel fundamenteel in de democratische rechtstaat.”

In Europa hebben we inmiddels wetten die als doel hebben om deze macht te beperken: de DSA (Digital Services Act), DMA (Digital Markets Act) en AI Act. Maar ook die zijn sterk beïnvloed door lobbyactiviteiten van Big Tech. Belangrijke onderdelen van de AI Act worden uitgesteld of versoepeld, volgens de Europese Commissie zodat Europa ‘beter kan concurreren met de VS en China’.

Een naïeveling zou zeggen: dan stoppen we toch gewoon met hun producten gebruiken?

“Dat kan nog niet, denk ik. Je kunt niet om bepaalde bedrijven heen. Je kan als persoon helemaal niet kiezen of je Teams of Whatsapp wil gebruiken, omdat je anders je werk niet kan doen of niet met je vrienden of familie kan communiceren. Je kunt dan moeilijk functioneren in de maatschappij. Bovendien hebben die bedrijven enorme impact op het functioneren van jouw maatschappij, bijvoorbeeld hoe sociale media het politieke proces en het publieke debat beïnvloeden. De VS, en Europa ook overigens, zijn sterk afhankelijk van Big Tech. Het is niet alleen de techlobby, maar ook de Amerikaanse regering die de EU onder druk zetten. Ik bedoel: ze dreigen uit de NAVO te stappen, er is een hele nationale veiligheidsstrategie opgetuigd met als doel om Europese wetgeving te verzwakken. Je ziet dat Big Tech zich heel nadrukkelijk politiek manifesteert, door bijvoorbeeld Trump in het zadel te helpen. Er is een soort ideologisch pact om ook de staat zelf uit te kleden via deregulatie. Ze proberen actief de Europese Unie kapot te maken. De feodalisme-metafoor was heel bruikbaar, maar je moet nu misschien andere termen gebruiken.”

Welke termen?

“De ideologie die erachter zit, heeft duidelijk fascistoïde trekken. De duiding van de machtsverhoudingen is haast autocratie, misschien zelfs totalitarisme: volledig geconcentreerde macht bij een heel klein aantal heel grote actoren, door het volledig samensmelten van publiek in privaat in combinatie met technologie.”

In je boek schrijf je dat het eigendomsrecht, als fundamentele pijler van het kapitalistisch systeem, oorspronkelijk bedoeld was om hiertegen te beschermen, maar nu juist de oorzaak is van deze situatie. Kun je dat uitleggen?

Dankzij het eigendomsrecht ontstond de verantwoordelijke vermogensconcentratie, bij mensen als Elon Musk en Mark Zuckerberg die nu daarmee macht uitoefenen. Al dat vermogen wat zij genereren, onttrekken ze uit de samenleving. Dat blijft bij hen. Met het idee van de markt heeft het niks meer te maken. De gewone man verdwijnt steeds meer naar de achtergrond en is dankzij automatisering ook steeds minder nodig. Zijn volksvertegenwoordiging wordt gemarginaliseerd, zijn economische en politieke systeem functioneren niet meer goed. Zijn economische relevantie en participatie verdwijnen en worden steeds minder relevant. Uiteindelijk is het ook niet goed voor die bedrijven, want die hebben klanten nodig. Economie en kapitalisme is een dubbele boekhouding van consument en producent. Als die niet in evenwicht is, wordt de economie steeds minder efficiënt. Niemand is hierbij gebaat, behalve misschien die paar personen die zoveel vermogen hebben, al leven ook die in steeds minder fijne samenlevingen.”

Zo bekeken is concentratie van vermogen en macht de belangrijkste oorzaak van deze situatie, naast afhankelijkheden in digitale en militaire zin. Voor die afhankelijkheden worden nu oplossingen ontwikkeld: toegankelijke alternatieven, decentraal bestuurd, gebaseerd op publieke waarden. Is het wachten tot men hierop overstapt voordat we hieruit komen?

“Ik ben het eens met die oplossing, die meer macht terugbrengt bij kleine gemeenschappen en de samenleving. Het gigantisme, het denken in grote structuren, is veel te dominant. Maar ik denk niet dat alles daardoor opgelost wordt. Het kapitalisme in de zin van markteconomie en private eigendom, het eigendomsrecht; ik denk dat je daar alleen vanaf komt als de wereld in elkaar stort. Bedrijven, nv’s, bv’s, kapitaalvennootschappen, dat zijn belangrijke uitvindingen waar je niet meer zonder kunt. Zonder die instituten kun je volgens mij geen negen miljard mensen van brede welvaart voorzien. Volgens mij moet er een limiet zijn aan de omvang van die bedrijven en daarmee aan concentratie van macht en welvaart. Een harde grens op vermogen is volgens mij cruciaal in een democratische rechtstaat. En die grens kan best hoog liggen, wat mij betreft. 100 miljoen euro, bijvoorbeeld. Dan ben je nog steeds heel rijk en kun je alles doen wat rijke mensen willen doen. En politiek lijkt het me ook haalbaar, want meer dan 99,99 procent van de mensen heeft geen 100 miljoen euro.”

Je móet een plan hebben om burgers daarvan te laten profiteren

“Hierdoor blijft de financiële wereld overeind, want die heb je nodig om innovatie en grote projecten te financieren. Wat ik dan voorstel: zorg dat het beter ingebed is in de samenleving, dat het aandeelhouderschap van dat soort bedrijven beter is gespreid. In de literatuur noemen ze dat property-owning democracy. In Nederland zie je dit al op significante schaal toegepast in de energietransitie. Burgers zetten bijvoorbeeld hun eigen warmtenet op, of financieren hun eigen windmolen. Dat is superinteressant, want dan gaat die machine heel direct voor die burgers werken. Die worden eigenaar, krijgen zeggenschap en verantwoordelijkheid.”

Hoe ziet zoiets eruit voor techbedrijven?

“Dat kan op heel veel manieren. Nodig bijvoorbeeld bedrijven uit hier zaken te komen doen, maar vraag ze dan: wat is je plan om de Nederlandse burger aandeelhouder van je bedrijf te maken? Misschien naar verhouding van je economische activiteit. Kijk, je kunt niet tegen Facebook zeggen: maak elke Nederlander eigenaar van Facebook. Maar als je impact hebt op de samenleving, móet je volgens mij een plan hebben om burgers daarvan te laten profiteren. Mark Zuckerberg wordt daar niet blij van, want die is grootaandeelhouder van Facebook. Maar voor alle andere mensen is dat veel beter.”