Kinderen die onveilig gehecht opgroeien, kunnen veel last krijgen van eenzaamheid. Want bij wie kan je terecht, als de liefde van je eigen ouders al voorwaardelijk voelt?
Hoe je ouders je grootbrengen, vormt de blauwdruk voor alle sociale interacties in de rest van je leven, stelt Anne-Laura van Harmelen, hoogleraar Brein, Veiligheid en Veerkracht aan de Universiteit Leiden. Hoe je met mensen omgaat, of - en in hoeverre - je ze vertrouwt, en hoe makkelijk je vrienden maakt. Dat kan ontzettend stimulerend werken, maar kan ook de andere kant op slaan. “Als jij in je jeugd het gevoel hebt dat je er niet toe doet, zal je sneller verwachten dat anderen jou ook niet waardevol zullen vinden.”
— Anne-Laura van Harmelen, hoogleraar Brein, Veiligheid en Veerkracht
Wanneer ouders een kind uitschelden of expliciet laten weten dat die er niet toe doet, is dat misschien gemakkelijker voor te stellen. Maar ook impliciet gedrag kan ontzettend afwijzend zijn, vertelt de onderzoekster. “Geen emotionele aandacht of ondersteuning geven bijvoorbeeld. Of je gevoelens en emoties bagatelliseren.” Die ouderlijke afwijzing is heel zwaar voor een kind, vertelt Van Harmelen. Maar het heeft helaas ook nog een tweede effect. “Kinderen die dit soort voorwaardelijke liefde kennen van de personen die het dichts bij hen horen te staan, lopen van jongs af aan al achter in het aangaan van sociale relaties.”
Opgroeien in isolatie
Bo* (25) was zo’n kind. Ze is opgegroeid in een zogenaamde ‘dwingende controle’: een vorm van psychisch geweld. Bij haar hield dit concreet in dat haar vader haar regelmatig kleineerde, erg boos kon worden en haar zo veel mogelijk bij andere mensen weghield. “Ik had het gevoel dat ik precies moest doen wat hij zei”, vertelt ze, “omdat hij anders zichzelf – of mij – iets aan zou doen.”
Tijd voor haarzelf of voor vrienden zat er in haar jeugd daarom niet in. “Hij bedacht altijd wel iets waardoor ik bij hem moest zijn en niet met anderen.” Als kind was ze in de middagen daarom niet zoals haar leeftijdsgenootjes in de speeltuin te vinden, maar spendeerde ze hele dagen bij haar vader op zijn kantoor. Op sommige momenten heeft ze zich daardoor best eenzaam gevoeld, vertelt ze. “Want ik had wel echt behoefte aan contact.”
Die controle werd met de jaren steeds complexer, legt ze uit. Rond haar zeventiende vond ze bijvoorbeeld een werkplek waar ze zich eindelijk thuis voelde. Totdat er plots vreemde vragen van haar collega’s kwamen. Of ze haar vader nog wel eens zag, en dat hij haar zo miste. Haar vader was stiekem naar haar werk toegegaan, bleek. “Met verzonnen verhalen over mijn mentale gesteldheid. Mijn collega’s vroegen zich ineens af waar ik mee bezig was, en wat ik mijn vader wel niet aandeed.”
Ze heeft altijd wel een soort onderbuikgevoel gehad dat haar relatie met haar vader niet normaal was, maar de echte kwartjes vielen pas later. Na veel therapie snapt ze nu ook beter wat er destijds gebeurde. “Door me te isoleren van de hulpbronnen die mij eventueel weg van hem zouden houden, probeerde hij me terug te krijgen die dynamiek in. Die waarin ik afhankelijk was van hem.”

Kinderen die te maken hebben gehad met ouderlijke afwijzing, lopen van jongs af aan al achter in het aangaan van sociale relaties.
Magnific, perfectlabAnderen leren vertrouwen
Dit alles heeft uiteraard veel effect gehad op het sociale leven van Bo in die tijd. Maar ook op een belangrijk leerproces, licht Van Harmelen toe. “Ouders spelen namelijk een heel belangrijke rol in het leren emoties reguleren.” Als je jong bent, gebeurt dat vooral door ‘co-regulatie’ vertelt ze. Een kind valt, waarna de vader of moeder die even op schoot neemt of wat geruststellende woorden zegt. “Daarmee leer je dat als je pijn hebt of je naar voelt, dat gevoel ook weer minder kan worden.”
Later in je leven leren je ouders je als het goed is ook hoe je je emoties en gedachten zélf kan reguleren. “In een gezonde situatie krijgen kinderen daardoor langzaamaan het vertrouwen dat als er iets naars gebeurt ze óf weten hoe ze dat moeten oplossen, óf wie ze om hulp kunnen vragen.” Adolescentie is dus een heel vormende, en kwetsbare periode. “Als er hierin nare dingen gebeuren, dan kan je dat voor de rest van je leven meedragen.”
— Anne-Laura van Harmelen, hoogleraar Brein, Veiligheid en Veerkracht
Zo’n 75 procent van de mentale problemen die mensen later ontwikkelen, zijn dan ook te herleiden naar deze levensfase, vertelt Van Harmelen. “Tegelijkertijd is de adolescentie ook een periode van mogelijkheden”, benadrukt ze. “Langzaamaan zal de steun van je vrienden de rol van je ouders over gaan nemen, wat juist in die periode ontzettend belangrijk kan zijn voor je mentale welzijn, en wat kan helpen bij het aangaan van nieuwe problemen.”
Bo lost dingen ‘liever’ zelf op. Een jaar terug nog werd er een tumor bij haar ontdekt, wat ze bewust voor haar ouders verzweeg. In dat moment had ze graag een veilig ouderfiguur gehad die ze kon opbellen. “Gewoon, om te zeggen dat ik me zorgen maakte.” Toch heeft ze dat niet gedaan. Ook haar vriendinnen wilde ze niet ‘opzadelen’ met het nieuws. “Zij zouden absoluut willen dat ik ze zou bellen. Maar…” Ze pauzeert even. “Ik wil niet te veel zwaarte in een vriendschap brengen”, besluit ze. “Ik vind het lastig om hen dingen te vragen, die ze andersom niet aan mij zouden vragen. Simpelweg omdat zij wel naar hun ouders kunnen gaan.”
(On)voorwaardelijke liefde
Niet alles is altijd op te lossen, en dat hoeft ook niet, vertelt Van Harmelen. Met je ouders kunnen praten als je ergens mee zit is al heel waardevol op zich. Kinderen die steun voelen vanuit hun ouders, laten dan ook minder heftige stressreacties in het brein zien dan kinderen die die steun niet krijgen. Die sociale verbondenheid tussen kind en ouder wordt bepaald door een aantal dingen: “Word je geaccepteerd, word je gewaardeerd, en hoe beleef jij die steun?”
Als jouw ouders jou het gevoel geven dat je niet met ze kan praten omdat jullie niet op één lijn zitten, dan heeft dat uiteraard impact op de kwaliteit van jullie relatie. “Maar stel dat jouw ouders niets met jouw studie hebben, maar ze het wel tof vinden dat jij je interesse hebt gevonden: dan maakt dat daarvoor niets uit.” Hetzelfde geldt voor ouders die bijvoorbeeld weinig kennis hebben over de queercommunity, maar je wel steunen. “Of die zelf niet in klimaatverandering geloven, maar begrijpen dat het lastig kan zijn als je je daar veel zorgen om maakt.”
Het gaat er volgens Van Harmelen om dat anderen er voor je willen zijn, óók al volgen ze je niet helemaal of zijn ze het niet met je eens. “Als je dan én verwaarlozing hebt meegemaakt, waardoor je niet hebt geleerd hoe je sociale relaties aan moet gaan, en óók geen gebruik kan maken van je ouders voor dat sociale ‘steunbufferen’, dan heb je dus als kind al een dubbele achterstand.”

Het gaat erom dat anderen er voor je willen zijn, óók al volgen ze je niet helemaal of zijn ze het niet met je eens.
Magnific, freepikSchaven aan de blauwdruk
Gelukkig voor Bo en voor de vele andere kinderen die in een emotioneel of fysiek onveilige thuissituatie opgroeien, is die achterstand niet in steen gebeiteld, stelt Van Harmelen gerust. “Ik geloof niet dat de eerste jaren zó cruciaal zijn dat je daarna geen kansen meer zou hebben in de rest van je leven. “Als je later omringt bent met mensen die je wél zien en horen, kan dat een heel positieve ervaring zijn waarmee je je eerste sociale blauwdruk wat kan bijsturen.”
Hoewel Bo het nog lastig vindt om vrienden écht toe te laten, lukt dat haar gelukkig steeds beter. “Ik heb heel veel fijne mensen ontmoet, en ik maak op zich ook makkelijk contact. Maar ik moet ook wel toegeven dat ik dan toch ook wel veel alleen vecht. Ik heb nog niet zo veel basisvertrouwen in anderen.”
Haar ouders spreekt ze zo min mogelijk. “Dat vind ik ergens heel jammer, want je blijft hopen dat je toch een thuis kan hebben ergens. Of iets waar je op terug kan vallen. Maar de relatie is niet veilig, waardoor dat niet kan. Soms denk ik dat ik het contact wellicht ooit nog wel helemaal zal verbreken. Vroeger durfde ik dat niet, uit angst voor de consequenties. Maar ik denk nu dat dat me uiteindelijk meer rust zou kunnen geven.”
*Bo is een gefingeerde naam. Sommige details in het stuk zijn ook aangepast om de anonimiteit van Bo te waarborgen. Echte naam is bekend bij de redactie.
Naar verbinding
Je ziet het niet altijd op het eerste gezicht, maar bijna de helft van de mensen voelt zich eenzaam. In deze serie onderzoeken we om wie het allemaal gaat, en wat we als samenleving kunnen betekenen.

