Naar de content

Waarom zoveel jongeren zich eenzaam voelen

Naar verbinding: jongeren

Avalon Nuovo voor NEMO Kennislink

Jongeren voelen zich steeds vaker eenzaam. Toch worden ze door de buitenwereld vaak over het hoofd gezien. Want juist deze groep is meestal omringd door mensen. Hoe kunnen ze zich dan alleen voelen?

15 januari 2026

Rowena (27) had jarenlang een fijne vriendengroep waarmee ze de meest gekke acties ondernam. Met zijn allen gehuld in onesies naar de bioscoop gaan bijvoorbeeld, of samen minigolfen in galakleding. Nog fijner was het dat ze ook online veel contact met hen had, waardoor er altijd wel iemand was om mee te kletsen over hoe de dag was gegaan. Toen de groep door onderlinge spanningen uit elkaar viel, viel daarmee ook een groot deel van Rowena’s sociale leven weg en begon ze zich langzaam steeds eenzamer te voelen.

Net zoals honger je aanspoort om te eten, spoort eenzaamheid je aan om contact te zoeken

— Corine Dijk

Rowena is daarin zeker niet de enige. Bijna de helft van de Nederlandse volwassenen voelt zich eenzaam (46,2 procent). Eén op de zeven volwassenen voelt zich sterk eenzaam en bij jongeren ligt dat zelfs nog wat hoger, namelijk bijna één op de vier. Dat vooral jongeren hier mee te maken hebben, lijkt opvallend. Vergeleken met andere leeftijdsgroepen zijn zij maar weinig ‘alleen’. Ze wonen regelmatig met anderen in een huis, ze studeren of werken en hebben meestal een redelijke kring aan familie, kennissen of vrienden. Toch voelt deze groep zich bovengemiddeld eenzaam. Hoe komt dat?

Alleen of eenzaam

Eenzaamheid heeft niet zo veel te maken met of je daadwerkelijk alleen bent, vertelde sociaal psychologe Tila Pronk eerder aan NEMO Kennislink. “Je kunt alleen wonen en dagenlang niemand zien en hartstikke gelukkig zijn. Daartegenover kun je ook samenleven in een gezin of met huisgenoten en je juist heel erg eenzaam voelen.” Omdat je het idee hebt dat de mensen die om je heen zijn niet echt naar je omkijken, bijvoorbeeld, of niet zien wat jij nodig hebt. “Het gaat er niet om hoeveel mensen je om je heen hebt, maar of die mensen er voor je zijn op de momenten dat je ze nodig hebt.”

Iedere leeftijd zijn eigen eenzaamheid

Elke leeftijd heeft zijn eigen vorm van eenzaamheid, vertelt Corine Dijk, assistent professor Klinische Psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. “Voor kinderen op de basisschool is het bijvoorbeeld belangrijk om vriendjes te hebben om mee te spelen, terwijl jongeren vooral moeite hebben met hun plek vinden in nieuwe sociale groepen. Mensen van middelbare leeftijd missen dan weer vaker een romantische partner en bij ouderen komen al die aspecten samen.”

Als je het zo bekijkt, is je eenzaam voelen dus eigenlijk niet heel afwijkend. Ook bij jongeren niet. “Als je in een stad woont waar je weinig mensen kent, dan kan het behoorlijk rot voelen om op een vrijdagavond in je eentje in je kamer te zitten.” Dat is dus helemaal niet gek, en ook zeker niet erg, vindt ze. Sterker nog: ze noemt het iets gezonds. “Net zoals honger je aanspoort om te eten, spoort eenzaamheid je aan om contact te zoeken. Het is eigenlijk een heel functioneel signaal.”

Dat klinkt mooi, maar werkt lang niet zo voor iedereen. Veel eenzame mensen vinden het juist erg moeilijk om contact te leggen en gaan het liever uit de weg. Dat kan zichzelf dus versterken. “Dat is de eenzaamheid waar de geestelijke gezondheidszorg en gemeenten zich zorgen over maken”, verduidelijkt Dijk. “De groep bij wie eenzaamheid niet motiverend maar verlammend werkt. Op dat punt is het een probleem.” En daar hebben specifiek jongeren steeds meer last van.

Tijd vol verandering

Dijk denkt dat dat te maken heeft met ontwikkelingen die specifiek op deze generatie veel impact hebben gehad, zoals de pandemie. De jongeren die destijds eindexamen deden, startten met studeren, op kamers gingen (of dat juist niet konden), bevonden zich allemaal in een kwetsbare overgangsfase. Een tijd vol verandering die al ‘gewone’ eenzaamheid teweeg kan brengen, maar nu een heel andere vorm kreeg.

De universitair docent zag het voor haar neus gebeuren. “Studenten die ik na corona in de collegezalen had, maakten veel minder vanzelfsprekend contact. Voor die tijd gingen ze massaal samen koffie halen in de pauze. Het cohort na de lockdowns zat stil op hun telefoon – als ze überhaupt al kwamen opdagen.” Dat is langzaam weer aan het normaliseren, vertelt ze, “maar die twee jaar hebben duidelijk hun sporen nagelaten.”

Daarnaast zijn de jongeren van nu opgegroeid met de smartphone, waardoor ze minder geoefend zijn in live contact en interacties als smalltalk. Dat lijkt misschien wat onbenullig, aldus Dijk. “Maar sociaal contact is een vaardigheid, en die moet je leren.” Dat betekent niet dat de jongeren van nu dat per definitie niet kunnen, benadrukt de onderzoekster. “We zien dat ze vooral moeite hebben met het eerste contact. Als dat eenmaal is gelegd, zie je dat de vriendschappen verder natuurlijk verlopen.”

Vrouw met smartphone

De jongeren van nu zijn opgegroeid met de smartphone, waardoor ze minder geoefend zijn in live contact.

Freepik, perfectlab

Hobbyhuizen

Ik vraag Rowena hoe het voor haar was om nieuwe vrienden te maken. Ze komt open en spontaan over, dus ik kan me goed voorstellen dat ze makkelijk een praatje met anderen maakt. Hoewel ze dat inderdaad ook probeerde, was dat geen garantie voor succes. “Jongeren zoeken elkaar gewoon niet zo snel op. Ze hebben vaak een vast clubje en vinden dat wel prima.” Dat was soms best lastig, vertelt ze. Zeker als ze op sociale media zag dat anderen samen allerlei leuke dingen ondernemen. “Ik wilde ook gewoon vrienden hebben.”

Rowena is uiteindelijk terechtgekomen bij Join Us, Een organisatie die jongeren helpt een sociaal netwerk op te bouwen en te onderhouden. Zij volgde hier een online programma, wat haar sociale kring enorm heeft verbreed. Toch zou ze ook wel oren hebben naar meer fysieke plekken om mensen te ontmoeten. Er bestaan al wel buurthuizen en wijkcentra, maar deze richten zich vaker op ouderen. Plekken als cafés en koffiehuizen zijn wel populair onder jongeren, maar daar ga je vaak met een al bestaand groepje heen.

We fantaseren wat over hoe dit soort plekken er dan uit zouden zien, en komen uit bij een ‘hobbyhuis’-concept. Een plek waar je op je gemak en in je eentje aan je hobbyprojecten kan werken. Een haakwerkje bijvoorbeeld. “Of Dungeon and Dragons-verhaallijn”, vult Rowena aan. Dan ben je er even uit, zie je wat mensen en heb je ook meteen een ijsbreker om te vragen wat de ander aan het doen is.

Oproep aan de extravert

Een goed idee – vinden wijzelf – maar ook zoiets zal niet dé oplossing zijn. Volgens Dijk moeten we vooral extraverte jongeren vragen om actief om zich heen te kijken. Dit zijn mensen die vaak makkelijker contact maken met anderen, en daardoor eenzame jongeren net die handreiking kunnen geven om aan te sluiten. “Dat hoeft niet groot te zijn. Spreek gewoon eens de persoon naast je aan als je in de pauze een kopje koffie gaat halen, en vraag of diegene zin heeft om mee te lopen. Dat soort kleine dingen kunnen echt een verschil maken.”

Rowena reageert enthousiast als ik haar deze situatie voorleg. “Zo’n gebaar zou ik persoonlijk super hebben gevonden.” Tegelijkertijd wil ze eenzame jongeren ook aanmoedigen zelf die stap te zetten. Op de vraag of dat niet spannend is, geeft ze een verrassend nuchter en tegelijkertijd inspirerend antwoord. “Omdat heel veel jongeren zich alleen voelen, is de kans dat je iemand z’n dag maakt door even ‘hoi’ te zeggen eigenlijk best groot. En zo niet: ach, dan loop je gewoon door en heb je het ten minste geprobeerd.”

Extraverte jongeren kunnen eenzame jongeren een handreiking geven om aan te sluiten.

Freepik

Dat werkt voor Rowena goed. Ze zou zichzelf nu niet meer eenzaam noemen en heeft wekelijks contact met de mensen die ze via Join Us heeft leren kennen. De eerste keren spraken ze vooral over hun persoonlijke situatie en hoe ze zich voelden. Tegenwoordig checken ze nog eens per week even bij elkaar hoe het echt met iedereen gaat, maar doen ze ook spelletjes en hebben ze samen al eens een grote lunch bereid. Binnenkort staat een keertje bowlen op de planning. “Niet in galakleding”, lacht Rowena. “Maar misschien komt dat nog.”