Naar de content

Christelijke politici over het aanpassen van embryo-DNA

Van dialoog naar beleid: mens of principe

Frank Landsbergen voor NEMO Kennislink

Hoe weeg je als politicus individuele belangen af tegen principiële overtuigingen? We vroegen het aan Kamerleden Diederik van Dijk en André Poortman.

21 april 2026

SGP-Kamerlid Diederik van Dijk kan zich zijn verbazing nog goed herinneren. Het was tijdens één van de dialogen die hij als directeur van de Nederlandse Patiëntenvereniging een aantal jaar geleden voerde met een groep christelijke leden. Onderwerp van gesprek: willen we erfelijke ziekten uitbannen door het DNA van embryo’s aan te passen? Van Dijks verwachting: oudere leden zullen vast terughoudend zijn over de techniek, en jongeren enthousiast.

Mijn geloof geeft mij houvast, maar ik realiseer me ook dat ik makkelijk praten heb met vijf gezonde kinderen

— Diederik van Dijk

Precies het tegenovergestelde bleek waar, vertelt Van Dijk: “Jongeren waren bang voor een toekomst waarin alleen maar perfecte mensen geboren mogen worden, terwijl de ouderen met voorbeelden kwamen uit hun eigen omgeving en meer open stonden voor de techniek. Die hadden een ernstig ziek kind of hadden familieleden zien lijden, en waren benieuwd naar de mogelijkheden. Meerdere mensen zeiden toen tegen me: ‘Mijnheer Van Dijk, zeg nou niet te snel: nee, dit willen we niet, uit principe. Er zit zoveel verdriet onder.’ Dat heb ik toen goed in mijn oren geknoopt.”

Hoewel er al snel wordt gedacht dat christenen geen voorstander zijn van het toepassen van een techniek die het DNA van embryo’s aanpast, en daarmee ingrijpt in de menselijke evolutie, ligt dat in de praktijk anders. Onderzoekster bij De DNA dialogen Wendy Geuverink vroeg aan christelijke leiders – van vrijzinnig en orthodox, protestant tot rooms-katholiek en alles ertussenin – naar hun opvattingen over ingrijpen in embryo-DNA. 

Uit haar recent gepubliceerde onderzoek komt een heel divers beeld naar voren. Iets meer dan de helft van de geïnterviewden snapt heel goed dat mensen de techniek willen toestaan om het lijden van individuele gevallen te verlichten. Tegelijkertijd zeggen dezelfde leiders zich ook zorgen te maken over de maatschappelijke gevolgen.

Onderzoekster bij de DNA dialogen Wendy Geuverink vroeg aan christelijke leiders naar hun opvattingen over ingrijpen in embryo-DNA.

Annemarie Ruys

No-go

Voor de SGP is de ‘volledige beschermwaardigheid’ van het menselijk embryo een belangrijk principe als het gaat over het aanpassen van embryo-DNA. Van Dijk: “In onze ogen is het embryo vanaf zijn allereerste moment een volledig menselijk leven en daarmee volledig beschermwaardig.” Dit betekent ook dat je embryo’s niet instrumenteel mag gebruiken. Van Dijk: “Om de veiligheid van de techniek te kunnen waarborgen, lijken vooralsnog embryo’s nodig die daarna weer vernietigd worden. Dat is voor ons een no-go.”

Van Dijk ziet naast de principiële bezwaren verschillende ‘samenlevingsvragen’ op tafel liggen: “Als we deze techniek toestaan om erfelijke ziekten te voorkomen, accepteren wij straks dan nog gebrekkige mensen? Wanneer slaat het om in mensverbetering? Gaan we dan niet richting eugenetica?” En: “Gaan wij hiermee ook niet op de stoel van onze Schepper zitten, en grijpen we daarmee niet boven onze macht?”

Hellend vlak

Een deel van de achterban van de SGP wijst ook de technische bevruchting af die komt kijken bij de techniek: “Dat is niet via de natuurlijke weg, zoals God het heeft bedoeld.” Ook vreest Van Dijk voor een hellend vlak: “Als de politiek zegt het alleen toe staan voor een specifiek aantal heel ernstige aandoeningen, weet ik zeker dat er binnen een half jaar een Kamerlid komt met een heel verdrietige casus van iemand die er net buiten valt.”

Tegelijkertijd vindt hij het een lastige afweging: “Mijn geloof en onze Bijbelse principes geven mij houvast, maar ik realiseer me ook dat ik makkelijk praten heb met vijf gezonde kinderen. Ik kan me niet volledig inleven hoe dat moet zijn, maar ik kan me voorstellen dat als je zelf worstelt met een erfelijke ziekte, je tot het uiterste zou willen gaan om dat niet door te geven.”

Niet in steen gebeiteld

Het standpunt van de SGP is geen ‘principieel nee’ als het gaat om deze techniek, zegt Van Dijk: “Op dit moment wel, omdat er embryo’s voor onderzoek nodig zijn en de techniek niet veilig is. Maar als aan die voorwaarden is voldaan en we erfelijke ziekten kunnen voorkomen, durf ik niet bij voorbaat te zeggen dat het ondenkbaar is dat we het wel toestaan. Ons standpunt hierin – het inzetten van de techniek om mensen beter te maken en níet om betere mensen maken- is niet in steen gebeiteld.” 

Van Dijk benadrukt hierbij dat het doel nooit de middelen mag heiligen: “Hoe mooi het doel ook mag lijken, het mag nooit zo zijn dat het de samenleving nog meer ellende oplevert. Dat kan individueel buitengewoon triest zijn, maar als het de maatschappij geen goed doet omdat bijvoorbeeld mensen met een aandoening niet meer geaccepteerd worden, dan is het is aan mij als Kamerlid om een grens te trekken.”

Van Dijk kijkt uit naar de uitkomsten van De DNA dialogen: “Ik verwacht dat die ons gaan helpen om de verschillende perspectieven beter invoelbaar te maken. De kunst is om de onderliggende waarden van alle verschillende opvattingen scherp te krijgen, zodat je een goed debat kan aangaan met elkaar. Zo lang de verschillende dilemma’s en de spanning tussen waarden duidelijk zijn, mag het best knetteren.”

SGP-Kamerlid Diederik van Dijk:  “Als mensen met een aandoening niet meer geaccepteerd worden, dan is het is aan mij als Kamerlid om een grens te trekken.”

Hanno de Vries

Optelsom

Ook voor het CDA is de beschermwaardigheid van het embryo een belangrijk principe in de discussie over ingrijpen in embryo-DNA, al is het standpunt van het CDA minder strikt dan dat van de SGP en de ChristenUnie. CDA-Kamerlid André Poortman legt uit: “Binnen het CDA wordt hier verschillend over gedacht, maar voor mij gaat het om een fundamentele beschermwaardigheid die je in verschillende fases van het leven afweegt tegenover andere waarden. Bijvoorbeeld: kies je voor een abortus als dat het leven van een moeder kan redden? Dit standpunt maakt het gebruik van embryo’s voor onderzoek onder voorwaarden soms mogelijk, waarbij de intentie waarmee je dat onderzoek doet, een grote rol speelt.”

Poortman vindt het belangrijk om de verschillende belangen duidelijk te maken in de discussie: “Als volksvertegenwoordiger moet je het algemeen belang dienen, waarbij je verschillende deelbelangen moet onderscheiden. In dit geval is er de levenskwaliteit van toekomstige kinderen en het voorkomen van lijden bij kinderen die geboren gaan worden, maar er is ook een wetenschappelijk belang en de fundamentele beschermwaardigheid van het embryo.”

“Uiteindelijk is het ook een optelsom: om hoeveel kinderen gaat het? Om hoeveel ziektes gaat het? Hoe zwaar is het lijden waar het om gaat? Als je weet dat het om twee kinderen per jaar gaat, is zo'n fundamentele wetswijziging dan nodig? Twee kinderen zijn natuurlijk net zo waardevol als alle andere kinderen, maar wanneer kantelt dit naar het algemeen belang?”

CDA-Kamerlid André Poortman: “Uiteindelijk is het ook een optelsom.”

Andre Poortman

Geen wiskunde

Poortman waarschuwt voor in beton gegoten principes, zeker bij medisch-ethische dilemma’s: “Ethiek is geen wiskunde. Als het gaat om mensenlevens zijn er altijd waarden die botsen. Die moet je tegen elkaar af durven wegen. Je moet het jezelf altijd moeilijk maken en knelpunten, overtuigingen en waarden blijven zien. Durf jezelf te laten overtuigen. Ik kan als politicus een bepaald partijstandpunt uitdragen, maar als dat standpunt ten koste gaat van mensen, moet ik kritisch bedenken of ik dan wel het goede standpunt heb. En tegelijkertijd kom je er niet onderuit dat je met beleid soms ook het individu benadeelt, ten gunste van het collectief.”

Net als zijn collega kijkt hij uit naar de uitkomsten van De DNA dialogen: “Ik verwacht dat deze ons gaan helpen om beter rekenschap te kunnen geven van alle perspectieven en belangen die er zijn, om jezelf te kunnen confronteren of juist te bevestigen in de standpunten die je hebt. Wat zijn gerechtvaardigde belangen en wat niet? Wat tast principes aan? Welke principes spelen überhaupt een rol? Welke waarden staan onder druk? Als je het perspectief kent, dan weet je ook waar je dat mogelijk onder druk zet.”

Cherrypicking

En natuurlijk, zo geeft Poortman toe, is er voor politici altijd de verleiding om te doen aan cherrypicking: “Tot op zeker hoogte is dat ook begrijpelijk, maar wat je zou willen is dat politici daar eerlijk over zijn. Dat ze zeggen: ‘Dit druist tegen mijn intuïtie of principes in, maar ik moet het wel serieus nemen.’ Dat ze uitleggen waarom ze er tóch voor kiezen om hun intuïtie of principes te volgen. Eigenlijk moet dát gesprek op gang komen.”

Volgens Geuverink brengen Poortman en Van Dijk het spanningsveld dat kan ontstaan tussen individuele opvattingen en de principes waar de politici voor staan, duidelijk naar voren: “Ze verwoorden de gelaagdheid die bij veel meer mensen over dit onderwerp leeft. Dat kan een voorbeeld zijn voor andere politici.” Ze adviseert andere politici om expliciet te zijn over waarden die met elkaar botsen: “Pretendeer niet alsof die spanning eenvoudig oplosbaar is. Wees eerlijk over welke waarden in een uiteindelijke politieke keuze deels worden opgeofferd. Juist door die ambivalentie te benoemen, ook wanneer je uiteindelijk wel een duidelijke politieke keuze maakt, laat je zien dat je de complexiteit van het onderwerp serieus neemt.”