Voor het eerst in zes jaar is de armoede in Nederland weer toegenomen. Bovendien hebben mensen die in armoede leven, het slechter dan vroeger. Wie zijn deze mensen? En hoe valt dit te verklaren?
Opvallend positief klonk koning Willem-Alexander tijdens zijn laatste troonrede in september. Hij stelde dat de werkloosheid in Nederland structureel laag bleef en de armoede verder was gedaald. Maar als je kijkt naar de laatste cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) dan kun je concluderen dat hij te vroeg heeft gejuicht. Uit die cijfers blijkt dat 3,1 procent van de bevolking, wat gelijkstaat aan 551 duizend mensen, in 2024 arm was. Een stijging ten opzichte van 2023, toen 2,7 procent van de bevolking in armoede leefde.
“De data van het CBS werken altijd vertraagd en hebben vaak betrekking op twee jaar geleden”, vertelt Anna Custers, lector Armoede Interventies aan de Hogeschool van Amsterdam. “Vandaar dat de Troonrede van 2025 eigenlijk ging over de cijfers die bekend waren tot en met 2023, het jaar waarin de armoede historisch laag stond.”
Dertiende maand
Volgens Custers hebben we de afgelopen vijf jaar “een spectaculaire daling” gezien van het aantal mensen in armoede. De recente toename heeft een duidelijke verklaring, omdat in 2024 de energietoeslag is weggevallen. Dit is een tegemoetkoming van 1.300 euro die huishoudens met een laag inkomen in 2022 en 2023 ontvingen om de hoge energierekeningen te betalen.
“Die energietoeslag was eigenlijk een soort van dertiende maand die je gewoon bij je inkomen kreeg opgeteld”, aldus Custers. “Zo’n bedrag kan een enorm verschil maken voor mensen die rondom of onder de armoedegrens leven.” De toeslag was bedoeld voor mensen die niet meer verdienen dan 120 procent van het sociaal minimum. Het betrof daarmee een relatief brede groep, onder wie bijstandsontvangers, maar ook werkende armen. Toen die regeling werd ingetrokken, heeft de overheid gepoogd die klap op te vangen met een ophoging van het kindgebonden budget en de huurtoeslag. Custers: “Het zijn met name de mensen die daardoor niet genoeg zijn gecompenseerd voor wie de armoede is toegenomen.”
Werkende armen
Een vergelijkbare trend ziet Benedikt Goderis, senior wetenschappelijk medewerker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Door de koopkrachtmaatregelen van de afgelopen jaren kwamen vooral mensen met een uitkering uit de armoede en bleven in verhouding veel werkende mensen achter. Onder werkende armen vallen voornamelijk zelfstandigen die geen baat hebben bij een verhoging van het minimumloon of mensen in loondienst die bijvoorbeeld een nulurencontract hebben. “Als je bijvoorbeeld werkt als zzp’er en het zit even heel erg tegen omdat je geen opdrachten krijgt en ook geen bijstandsuitkering hebt aangevraagd, dan kun je ver onder de armoedegrens terechtkomen”, vertelt Goderis.
Deze groep kan hierdoor achterblijven op mensen die de bijstand ontvangen. “Bijstandsontvangers zijn relatief vaak arm, maar slechts weinigen zitten heel ver onder de armoedegrens. Dat komt doordat de uitkering hen een minimuminkomen garandeert. Ze komen dus minder te kort dan arme werkenden. Behalve in het geval van hoge uitgaven aan bijvoorbeeld wonen of zorg kun je met een bijstandsuitkering nooit verschrikkelijk arm zijn.”
Dat is dus anders voor de werkende armen, zegt ook Custers. “Een groep werkenden zakt dieper weg onder de armoedegrens. Zij gaan er niet in absolute euro’s op achteruit, maar ze blijven stilstaan terwijl de armoedegrens steeds hoger wordt.” Ze legt uit: “Deze groep werkenden gaat er jaarlijks minder op vooruit, terwijl er wel meer geld nodig is om rond te komen. Dit kan zijn omdat ze geen beroep kunnen doen op een CAO of omdat ze in deeltijd werken.”

Een kwart van de arme werkenden is jonger dan 25 jaar.
Freepik, drobotdeanArme jongeren
Custers zegt dat veel jongeren tot de arme werkenden behoren. Volgens cijfers is een kwart van hen jonger dan 25 jaar en doet grofweg twee derde van hen nog geen vier jaar betaald werk. “Het gaat dus om jongeren met weinig werkervaring”, legt Custers uit. “Een deel van hen zal doorgroeien in hun werk en komt zo vanzelf uit de armoede. Dit geldt alleen niet voor deeltijdwerkers die niet zomaar meer uren kunnen maken door bijvoorbeeld mantelzorg of zzp’ers die tegen lagere tarieven werken.”
De groep werkenden is volgens Goderis altijd al “kwetsbaar”geweest, maar staat pas in de laatste jaren op het netvlies van de instanties. “Vroeger heerste het idee dat je niet arm bent als je zelf geld kunt verdienen. Vervolgens is men zich gaan realiseren dat werk niet altijd genoeg op hoeft te brengen.” Daar komt nog bij dat deze groep traditioneel gezien weinig contact heeft met de gemeente die verantwoordelijk is voor de toekenning van de bijstandsuitkering. Goderis: “Omdat werkenden veel minder vaak gebruikmaken van bijstand, zijn ze minder goed in beeld bij de overheid. Eigenlijk was voor velen van hen het aanvragen van de energietoeslag het eerste contact met de gemeente.”
Negatieve verrassingen
Waarom deze werkende armen nauwelijks bijstand aanvragen, heeft volgens Goderis verschillende redenen, variërend van onwetendheid tot schaamte. “Sommigen denken dat ze er geen recht op hebben of dat ze het niet nodig hebben”, aldus de SCP-medewerker. “Anderen vinden de tijd niet om een aanvraag in te dienen terwijl ze een onderneming moeten runnen. Een aanvraagproces kan soms wel zes weken duren en vereist best wel wat papierwerk voordat je het bedrag op je rekening krijgt. Dat kan afschrikken.”
— Benedikt Goderis, wetenschappelijk medewerker bij SCPHet is tijd voor structurele ondersteuning van de allerarmsten
Een ander motief waardoor mensen terughoudend zijn met het aanvragen van een uitkering is dat men bang is voor terugvorderingen. “Ik hoor mensen in mijn omgeving zeggen dat ze niks meer aanvragen omdat ze vrezen plots duizenden euro’s terug te moeten betalen”, vertelt Goderis. Hoewel die zorgen niet altijd gegrond zijn, merkt hij dat het wantrouwen richting de overheid is toegenomen. “Dat komt vaak doordat ze in het verleden met negatieve verrassingen zijn geconfronteerd. Ze willen het risico gewoon niet meer lopen.”
Laaghangend fruit
Ook Custers ziet dat het terugvorderen van toeslagen een serieus probleem is. In Nederland ontvangen 6 miljoen Nederlandse huishoudens een toeslag. Waar dat bij het overgrote deel van hen goed verloopt, hebben 200 duizend huishoudens een problematische schuld bij de Dienst Toeslagen van de Belastingdienst. “Als je recht hebt op een toeslag moet je invoeren hoeveel je denkt te gaan verdienen”, aldus Custers. “Maar als je uiteindelijk meer bent gaan verdienen in een jaar en je hebt dat niet op tijd gewijzigd, moet je een deel van de toeslag terugbetalen. Dat brengt sommigen in de problemen.”
Afgezien van het afschrikeffect dat het toeslagenstelsel heeft op mensen, slaagt het stelsel er volgens Custers überhaupt niet voldoende in om de werkende armen onder de armoedegrens te helpen. “Op het moment dat armoede dreigt toe te nemen, gebruiken politici toeslagen als instrument om de koopkracht te laten toenemen. Het is laaghangend fruit waarmee politici kunnen laten zien wat ze hebben gedaan.” Maar, zegt ze, “goed koopkrachtbeleid is nog geen goed armoedebeleid als daardoor een groep werkenden blijft steken”. Goderis is het daarmee eens en roept op tot “minder ad hoc beleid en meer langetermijnvisie”. “We zijn nu vooral bezig met pleisters plakken. Het is tijd voor structurele ondersteuning van de allerarmsten.”

