Naar de content

Digitale transitie kent lange adem

Een man van boven af gezien op een grasveld. Hij spreidt zijn armen. Op het gras is zijn schaduw te zien.
Een man van boven af gezien op een grasveld. Hij spreidt zijn armen. Op het gras is zijn schaduw te zien.
zurijeta/Freepik

Drie pioniers gaven een masterclass over digitale autonomie. Dat onze digitale afhankelijkheid van Big Tech ernstig is, wisten de deelnemers al. Quick fixes zijn er niet, dus hoe nu verder?

23 februari 2026

“Het is echt heel erg”, preekt ICT-expert Bert Hubert in The Hope Church in Utrecht voor een zaaltje van dertig enthousiastelingen. Twee dagen hiervoor sprak Hubert in de Tweede Kamer over de aanstaande overname van DigiD-beheerde Solvinity door het Amerikaanse bedrijf Kyndryl, waar hij ongeveer dezelfde boodschap gaf: dit zou heel erg zijn.

De aanwezigen zijn deelnemers aan de masterclass Digitale Macht en Soevereiniteit van de Open Universiteit in samenwerking met toch wel de crème de la crème van de Nederlandse digitale autonomiebeweging: hoogleraar digitalisering en de democratische rechtsstaat Reijer Passchier, internetpionier en baas van WAAG Future Lab Marleen Stikker, en Bert Hubert dus. “We kunnen wel blijven roepen: het is erg, erg, erg, maar daar kom je ook niet verder mee”, zegt Stikker. De drie verbinden elk hun eigen invalshoek en geven daarmee handelingsperspectief, is het idee. Stikker zegt dat ze hoopten dat er vooral mensen op af zouden komen die in hun organisatie aan de knoppen zitten, die wellicht nog een zetje nodig hadden: hoge ambtenaren, strategen bij kennisinstellingen, en ontwikkelaars die bij willen dragen. Dat lijkt aardig gelukt: van de dertig aanwezigen werkt het grootste gedeelte bij een ministerie, universiteit of hogeschool. Maar zitten ze aan de knoppen?

Regels van Big Tech zijn soms veel dwingender dan wetten van staten

— Reijer Passchier

Ik spreek een docent aan een hogeschool die leerlingen door AI ziet veranderen in “luie studenten zonder principes of ethische codes”, een ambtenaar die enthousiast een autonoom administratiesysteem bouwde, op basis van opensource software, maar nu vastloopt in de stroperige bureaucratie van z’n eigen overheid, en een IT’er van een universiteit die zijn collega’s maar moeilijk meekrijgt. Hij laat trots zien zelf zo min mogelijk afhankelijk te zijn van Amerikaanse software: een laptop met het opensource besturingssysteem Linux en een simpele telefoon van een Europees merk. Alleen noodzakelijke groepscommunicatie gaat via een smartphone die hij het liefst ver in z’n tas weggestopt – of nog beter, thuis – laat. “Als iemand me nodig heeft, bellen ze maar.”

Terug in de middeleeuwen

Hier zitten de voorlopers. Dat onze digitale afhankelijkheid van buitenlandse techbedrijven heel erg is, weten de aanwezigen in Utrecht, onder wie ikzelf, best. Ze hebben allemaal dezelfde vraag: hoe nu verder?

Het duurt even voordat daar een antwoord op komt. Het eerste uur is voor het academisch perspectief van Passchier, die al snel de logo’s van de big five op het scherm zet: Google, Amazon, Apple, Meta en Microsoft. Volgens Passchier zijn deze bedrijven zo ongelofelijk groot dat het net onafhankelijke staten zijn: “Beslissingen en regels van Big Tech-bedrijven zijn soms veel dwingender dan wetten van staten. Hoe onze privacy werkt, hoe onze kinderen opgroeien, wat ze leren, met welke technologie en met het oog op welke waarden we investeren en hoe onze verkiezingen werken; het wordt niet bepaald door mensen zelf of door volksvertegenwoordigers, maar in boardrooms in Silicon Valley.”

Man zit op een stoel voor een boekenkast

Reijer Passchier.

Merlijn Doomernik

Passchier is een begenadigd spreker, de zaal hangt aan z’n lippen. Hij spreekt zonder dubbelzinnigheden, zonder wetenschappelijke onzekerheden, eerder met de opbouwende energie van een prediker. Het verraadt dat zijn interesse en motivatie verder reiken dan het academische. De ironie dat de masterclass in een kerk plaatsvindt, ontgaat niemand; technologie is ook religie. Het kent winnaars en verliezers, heeft voordelen en nadelen, gelovers en niet-gelovers. Digitalisering verandert hoe mensen nadenken en met elkaar omgaan, hoe organisaties en macht werken. Afdelingen met mensen veranderen in geautomatiseerde algoritmes, met meer macht voor de IT’er.

Pek en veren

De kerk waar we zijn heet weliswaar de Hope Church, maar van hoop is na Passchiers praatje weinig meer over. Hij is zelf ook pessimistisch, in het bijzonder over de vraag of de democratische rechtsstaat Big Tech wel gaat overleven. Uit Passchiers academische hoek klinkt steeds meer de angst dat duizend jaar voorzichtig opbouwen van democratie in rap tempo wordt teruggedraaid. We zijn terug in de middeleeuwen, toen de macht in handen was van een zeer beperkt groepje vermogenden.

Maar er is hoop. Tenminste, zo presenteert Passchier zijn weg naar voren. Want de Europese Unie heeft een gigantisch leger: 450 miljoen inwoners die allemaal kunnen kiezen met hun data, hun organisatie en hun portemonnee. Bovendien zijn er prima Europese wetten, ook al is handhaven moeilijk: “We moeten ze met pek en veren Europa uitgooien. Daar hebben we meer dan genoeg juridische aanknopingspunten voor en hebben we vroeger ook best vaak gedaan. Het is tijd voor de Europese bazooka.”

Enge wereld

Tijd voor wat optimisme? “Het is nog veel erger dan Reijer zegt”, begint Hubert. Helaas. “De hele maatschappij draait op computers. IT is belangrijker dan ooit. De wereld is ook enger dan ooit. Overheden hebben een leidende rol in onze bescherming, dus zitten we in het pijnlijke moment dat we gered moeten worden door het digitale vermogen van overheden.” Het gaat om alles: ziekenhuizen en de rest van de zorgketen, banken, betaalsystemen, het UWV, notarissen, het COA, de rechtspraak, rampenzenders, radio, waterschappen … Hubert gaat nog even door.

De droge en grappige manier waarop Hubert ons langs de vele wegen leidt waarop de Nederlandse overheid – en daarmee jij en ik – totaal is ingebed in Amerikaanse infrastructuur, verandert bij mij het verdrietige pessimismegevoel van Passchier in cynisme. Op het scherm verschijnt een Paint-achtige tekening met de routes die e-mails tussen alle ministeries afleggen, allemaal via een Microsoft-server aan de andere kant van de oceaan, met Trumps hoofd erop. In deze zaal zitten vertegenwoordigers van veel van deze ministeries. Zij zien hun eigen organisatie op het scherm. Hopelijk kunnen zij daar wat aan doen.

Portretfoto Bert Hubert

Bert Hubert.

Rebecca Fertinel

Het handelingsperspectief wordt door Hubert dus concreet gericht op ministeries en overheden: stop direct alle migratie naar Amerikaanse systemen. Wat wordt er nu nog verhuisd, kan dat nog ophouden? Er zijn ook positieve berichten: Europa kan dingen best wel zelf bouwen, dat deden we vroeger ook. “Het is net als de bakker in de straat. Die is niet weggegaan omdat hij geen brood meer kon bakken, maar omdat wij er niet meer naartoe gingen”, stelt Hubert.

Stip op de horizon

Het échte optimistische verhaal komt vandaag van internetpionier Marleen Stikker. Ze schetst hoe het ook kan zijn. Hoe een internet eruitziet waarbij alle dimensies van publieke waarden vertegenwoordigd zijn: een infrastructuur waar iedereen op (zo veel mogelijk) gelijke wijze van profiteert, waar ieders leven beter van wordt, waar niet geparasiteerd wordt op persoonlijke data. Technologie die werkt voor óns! Ons, het volk. En oh ja, of dat ook misschien mag passen binnen de grenzen van de planeet.

Het is een groot verhaal, het allergrootste verhaal zelfs, en Stikker vertelt het als de visionair die ze is. Je neemt het voor zoete koek aan. Het stemt mij hoopvol: als we besluiten om het helemaal anders te doen, ligt er een plan klaar waarmee het allemaal beter wordt. “Ik zie het alleen nog even niet gebeuren”, vervolgt Stikker. Oh. Het optimistische verhaal bleek toch pessimisme, verpakt in een stip op de horizon met vervolgens de conclusie hoe ongelofelijk ver weg die stip nog is. Stikker zoomt achtereenvolgens in op het coalitieakkoord van nieuwe regeringspartijen D66, VVD en CDA, het rapport-Wennink van ex-ASML-CEO Peter Wennink en het rapport-Draghi over de toekomst van Europa. In de hoofdstukken over digitalisering zijn geen van die publieke waarden zichtbaar. De strategie is voorlopig: we bouwen zelf big tech, maar dan in Europa. En snel een beetje. Dat is nou óók weer niet de bedoeling.

Portretfoto Marleen stikker

Marleen Stikker

Marleen Stikker

En tóch ging ik hier met optimisme weg. Niet omdat ik nu pas besef hoe erg het eigenlijk is en er wat aan kan doen – wie deze drie ruiters van de digitale apocalyps al langer volgt, kent de verhalen al. Het was een halve dag preaching to the choir, in een kerk nota bene, en nu is het koor aan de beurt. Daarvoor waren iets meer concrete handvatten wellicht fijn geweest. Toch is het gebrek daaraan ook weer niet zo raar; er zijn nou eenmaal geen quick fixes.

Nee, het optimisme kwam van het feit dat hier een groep mensen wordt aangesproken die dachten dat ze roepende in de woestijn waren. Stikker laat een beroemd filmpje zien van een man die zonder T-shirt aan, in z’n eentje een nogal opmerkelijke dans uitvoert op een lege grashelling tijdens een muziekfestival. Hij staat lang in z’n eentje, dan komt er iemand bij, nog iets later een derde danser, en al snel staat de hele helling vol met feestende mensen. De digitale transitie, van big tech naar eerlijke tech, is eentje van de lange adem, leren we vandaag. We luisterden vandaag naar drie pioniers die met z’n drieën op de grashelling aan het dansen zijn. Vandaag zijn daar dertig mensen bijgekomen, nu de rest van het feest nog.