Insecten vinden we vaak vies of eng, terwijl ze de hele wereld op hun schouders dragen. Entomoloog Aglaia Bouma is op een missie om ons beeld van insecten te kantelen.
Het is piepklein, woont in het riet en doet wat geen enkele minister lukt: de woningcrisis oplossen. De grote rietsigaargalvlieg (Lipara lucens) werd afgelopen zondag uitgeroepen tot Insect van het Jaar 2026.
— Aglaia Bouma, entomoloog
Als je nog nooit van dit beestje hebt gehoord: dat is precies het idee. De verkiezing bestaat om onbekende, maar daarom niet minder fascinerende insectensoorten in de schijnwerpers te zetten. Vijf bekende Nederlanders, waaronder dit jaar Maarten van Rossem en Chris Bergström, spelen elk ambassadeur van één soort en winnen stemmen van het publiek. Dit jaar ging 38 procent van de stemmen naar de grote rietsigaargalvlieg.
Aglaia Bouma, entomoloog aan het Naturalis Biodiversity Center, is een van de initiatiefnemers van de verkiezing. Samen met anderen riep ze de verkiezing vijf jaar geleden in het leven om de wereld te laten zien hoe fascinerend, maar ook hoe belangrijk insecten zijn. Zo hoopt ze de kleine beestjes een stem te geven.
Aglaia, gefeliciteerd met de grote rietsigaarvlieg! Waarom is uitgerekend dít beestje Insect van het Jaar geworden?
“Ik denk dat mensen het een sympathieke soort vinden, omdat hij het leven van andere soorten makkelijker of zelfs mogelijk maakt. De grote rietsigaargalvlieg veroorzaakt een gal — een vergroeiing in het riet — die een veilige ruimte biedt. En als het beest eenmaal is uitgevlogen, blijft die woonruimte achter voor andere beestjes: kevers en spinnen overwinteren erin, sprinkhanen leggen er eitjes, bijen en graafwespen nestelen erin. Er is zelfs een bijtje dat uitsluitend in deze gallen nestelt — zonder de rietsigaarvlieg zou die niet eens bestaan. Er ontstaat een heel ecosysteem door dit insect. Dat spreekt mensen aan, zeker nu we zelf met een woningnood zitten.”
Een heel belangrijk dier dus voor de natuur om zich heen. Dat zou je niet denken als je dat kleine beestje ziet, toch?
“Nee, en dat is precies het probleem dat ik om me heen zie. Bij insecten denken mensen al snel aan vies, eng of lastig. Zo snel mogelijk doodmeppen. Maar we hebben ze ontzettend hard nodig. Zonder insecten zou onze wereld in elkaar storten: we zouden verzuipen in de mest en tussen de kadavers door waden. We hebben dan weinig fatsoenlijks meer te eten, want veel van onze planten worden niet meer bestoven. Het is heel stil, want vogels hoor je niet meer. Er zijn geen vleermuizen en geen kikkers meer. Een leven zonder insecten zou vreselijk zijn. En bovendien vreselijk saai.”
We hebben ze dus hard nodig. Hoe gaat het nu met de insecten in Nederland?
“Met de soorten die we op lange termijn bijhouden, gaat het slecht. We gaan richting code rood, of in ieder geval oranje. Bijna de helft van de zweefvliegen staat bijvoorbeeld al als bedreigd of verdwenen op de rode lijst.”
“Klimaatverandering is een deel van het probleem, maar de grootste aanjager is de agro-industrie. Insecticiden, die boeren op hun gewassen spuiten om ze te beschermen, doden niet alleen de vervelende insecten, maar álle insecten. Landbouw knipt de natuur ook steeds verder op, waardoor insecten minder leefgebied hebben en meer geïsoleerd raken. En dan is er nog stikstof. We hebben simpelweg te veel boerenbedrijven in Nederland.”
Er bestaat een heel ecosysteem door de rietsigaargalvlieg.
Aglaia Bouma voor NEMO KennislinkIs er nog hoop voor de insecten? Wat kunnen we doen?
“Meteen stoppen met al dat gif, daar zet je echt stappen mee. Het mooie aan insecten is dat ze zich razendsnel voortplanten. Hun populaties kunnen dus snel herstellen, als ze maar de kans krijgen. Die kans moeten we ze geven. Dat betekent niet meer bestrijden, maar ook zorgen voor voldoende voedsel en gelegenheid om te nestelen. Met het juiste natuurbeleid kom je heel ver.”
Dat begint allemaal bij bewustwording: het besef dat die kleine beestjes een groot verschil maken. Hoe helpt de Insect van het Jaar-verkiezing daarbij?
“We doen het nu vijf jaar, en ik merk dat het echt impact heeft. Bij Naturalis laat ik soms op een groot scherm in het museum zien hoe ik insecten prepareer. In mijn koffertje zitten andere geprepareerde insecten, waaronder de winnaars van vorige jaren. Mensen lopen dan langs en zeggen: ‘hé, de WC-motmug! Die sla ik nu niet meer dood.’ Dat is super gaaf. En dat is waar de verkiezing voor is: zorgen dat we insecten niet meer over het hoofd zien.”

