Dolfinaria lijken in Europa weinig toekomst te hebben. Als ons eigen Dolfinarium in Harderwijk de deuren sluit, wat gebeurt er dan met de dolfijnen? Wat wenselijk is, is niet altijd haalbaar — en andersom.
Weinig filmscènes zijn zo iconisch als het moment in Free Willy waarop de gevangen orka over zijn mensenvriend heen springt, de vrijheid tegemoet in het wild. Deze film past bij de manier waarop we nu aankijken tegen dieren in gevangenschap. De publieke opinie is flink gekanteld: zagen we dolfijnenshows in de vorige eeuw nog als een gezellig familie-uitje, nu is ruim een derde van de Nederlanders tegen het gevangenhouden van dolfijnen. De bezoekersaantallen van het Dofinarium zijn in drie jaar tijd gehalveerd, zocht De Stentor uit. De Partij voor de Dieren stelde vorig jaar Kamervragen over de sluiting van het park.
Toch is het zomaar vrijlaten van dolfijnen die eerder in gevangenschap leefden een romantisch idee dat niet strookt met de realiteit, weet Annemarie van den Berg. Twintig jaar lang hielp zij, bij SOS Dolfijn, gestrande dolfijnen en andere walvisachtigen opvangen en terug uitzetten in het wild – waar mogelijk.
Van instinct naar leertraject
Ze weet dus als geen ander wanneer een dolfijn klaar is voor het leven in het wild. En de bewoners van het dolfinarium zijn dat zeker niet, zegt ze. “Alle dolfijnen daar, op een enkele na, zijn geboren in gevangenschap. Ze krijgen hun vis uit een emmer maar hebben er nooit op leren jagen. Jagen is voor dolfijnen geen instinct maar een leertraject: hoe vind je vis met je sonar? Hoe dood je hem vervolgens? Zonder die vaardigheden verhonger je binnen no time. Alsof je een zesjarig kind het bos instuurt.”
Daarnaast leven deze dolfijnen in een steriele omgeving. Water wordt gezuiverd en trainers wassen hun handen. Op open zee is de weerstand van deze dieren niet opgewassen tegen de ronddrijvende ziektekiemen en lopen ze al snel een ontsteking op.
Dit zijn geen hypotheses, maar lessen uit het verleden. Vrijlatingen van orka’s of dolfijnen uit gevangenschap zijn nog nooit succesvol geweest. Ironisch genoeg is het beste voorbeeld Keiko, de orka uit Free Willy. Na een jarenlange inspanning om hem terug de zee in te sturen, overleed hij aan een longontsteking.

Vrijlatingen van orka's uit gevangenschap zijn nog nooit succesvol geweest.
Maarten Visser voor Wikimedia via CC BY-SA 2.0 DEEDGenetisch wilde dieren
Het is een duivels dilemma dat we onszelf op de hals hebben gehaald toen we wilde dieren gevangen namen, zegt Bernice Bovenkerk, hoogleraar dierethiek aan Wageningen University. “Dieren kun je plaatsen op een spectrum van wild naar gedomesticeerd. Daarin spelen twee zaken: hoe afhankelijk ván, en hoe aangepast áán mensen ze zijn. Wilde dieren zijn geen van beide. Honden en katten zijn wel afhankelijk van ons, maar zijn daar ook genetisch voor geprogrammeerd. De dolfijnen in het dolfinarium niet: het zijn genetisch echt nog wilde dieren, maar we hebben ze volledig afhankelijk van mensen gemaakt. Voor hun welzijn is dat de slechtst denkbare combinatie.”
Maar wat is dan wel nog een goed leven voor een gepensioneerde showdolfijn? Dat kun je op drie manieren meten, legt Bovenkerk uit: is het dier gezond en kan het omgaan met zijn omgeving, voelt het zich goed — heeft het plezier, nieuwsgierigheid, rust — en kan het doen wat dolfijnen van nature doen? Dat laatste, jagend door open zee zwemmen met een groep soortgenoten, is voor deze dolfijnen niet meer weggelegd. Maar het tweede biedt kansen. Dolfijnen in gevangenschap hebben nog altijd dezelfde instincten en behoeften als hun wilde soortgenoten. Hoe meer hun leven lijkt op hun oorspronkelijke leefomgeving, hoe beter het met ze zal gaan.
Half opgesloten, half vrij
Met dat doel voor ogen, bieden dolfijnreservaten, zogeheten sanctuaries, een elegante oplossing. Ook voor andere dieren die uit gevangenschap komen – denk aan misbruikte olifanten, circustijgers of laboratoriumchimpansees – bestaan dergelijke opvangplekken. De wereld kent een aantal dolfijnreservaten, waarvan twee in Europa: het Aegean Marine Life Sanctuary in Griekenland en San Paolo in Italië.
— Delphine Ronfot, anthrozoöloog
Dolfijnen hebben daar een goed, maar geen vrij leven, benadrukt Delphine Ronfot. Als anthrozoöloog en expert dierenreservaten adviseert ze World Animal Protection en andere organisaties over de ontwikkeling van dolfijnsanctuaries Ze ziet dat mensen, bij de term ‘sanctuary’, vaak een paradijs op aarde voor zich zien. “Maar het is en blijft gevangenschap. De dolfijnen zwemmen in een stuk zee, afgezet met drijvende hekken, en ze worden dagelijks verzorgd. Het idee is niet dat ze een wild leven gaan leiden, maar dat de rest van hun leven iets natuurlijker en gezonder is.”
Voor dat laatste ziet voor Ronfot veel bewijs. “Bij dolfijnen die uit een dolfinariumtank naar zee werden overgeplaatst, zien we bloedwaardes verbeteren, en infecties en huidaandoeningen genezen. Een reservaat kost veel geld, en is geen perfecte oplossing, maar de dieren krijgen een beter leven dan in een dolfinarium.”
Veel aanbod, weinig vraag
Dus kunnen we alle bewoners uit Harderwijk hun pensioen laten uitzitten in de Middellandse Zee? Helaas is dat – voor nu – slechts fantasie. Het Italiaanse reservaat kan vier dolfijnen opvangen, en het Griekse reservaat – dat vooralsnog gesloten blijft door vergunningen – zo’n zes. Voor die paar plekjes zal Harderwijk moeten concurreren met tientallen andere Europese parken die van hun dolfijnen af moeten. Bovendien, benadrukt van den Berg, is het nog maar de vraag of de Griekse wet onze, van oorsprong Caribische, dolfijnen wel toestaat in Griekse wateren.
Een leven in een reservaat is hoogstens bestemd voor een enkele ‘uitverkoren’ dolfijn. Voor de rest is doorschuiven naar een ander dolfinarium ook geen optie. Andere Europese parken zitten in hetzelfde schuitje — te weinig ruimte voor de dolfijnen die ze al hebben, en een sombere toekomst. Er zijn landen waar dolfinaria nog wel populair zijn, maar dat betekent vaak ook slechtere omstandigheden. Begin dit jaar nog zag het Dolfinarium af van de verkoop van acht dolfijnen aan een park in China, na felle kritiek van de overheid en activisten wegens de slechte omstandigheden.

Er zijn landen waar dolfinaria nog wel populair zijn, maar dat betekent vaak ook slechtere omstandigheden.
iStock, k_samurkasDolfijnendelta
De dolfijnen zullen dus in Harderwijk moeten blijven. De vraag wordt dan: hoe geven we ze daar een goed leven? Het Dolfinarium kent twee verblijven. Het DolfijndoMijn, met zijn betonnen bassins uit de jaren '60, biedt weinig perspectief, volgens Van den Berg: te klein, te onnatuurlijk, en niet uitbreidbaar.
De Dolfijnendelta, die eind jaren ’90 erbij kwam, biedt juist kansen, vervolgt Van den Berg: “Het is een kunstmatige lagune met 13 miljoen liter zeewater, die veel meer lijkt op een ecosysteem. Het was eigenlijk zijn tijd ver vooruit.” In het originele ontwerp leefden dolfijnen, zeeleeuwen, vissen en krabben door elkaar — een mini-biotoop. Inmiddels zijn de soorten weer gescheiden en zijn de vissen verdwenen. Maar zo zou het dus weer moeten zijn, zegt Van den Berg – en ze pleit voor meer van dit soort laguneverblijven in Europa, in plaats van reservaten op zee.
— Delphine Ronfot, anthrozoöloog
Reservaatdeskundige Ronfot is het daarmee eens. Ze ziet in zo’n lagune niet alleen toekomst voor de dolfijnen, maar ook voor het park Harderwijk. “In plaats van sluiten, kan het dolfinarium zichzelf beter opnieuw uitvinden – van mensenvermaak naar dolfijnenreservaat, met de focus op het welzijn van de dieren. Dat betekent dat we ze als samenleving met rust laten: geen shows, dolfijnenvoeren of zwemmen met mensen. Het betekent ook geen nieuwe dolfijnen binnenhalen of fokken. Op die manier kunnen ze genoeg steun van ngo’s krijgen om de zorg voor de dolfijnen te waarborgen.”
Vinnig debat
Ook Van den Berg ziet een geleidelijke transitie als de juiste weg. Maar ze is bang dat het publiek het niet zo ziet: “Veel mensen roepen dat het park per direct moet sluiten en de dolfijnen weg moeten. Maar de felheid van het debat gaat ten koste van hun welzijn, want hierdoor wil niemand meer investeren in verbeteringen. Terwijl dat de enige weg voorwaarts is: de dolfijnen zijn hier nou eenmaal, en zullen hier nog zeker vijftig jaar blijven.”
Ronfot herkent dat: “Het welzijn van de dieren is volledig uit zicht geraakt. Iedereen heeft een eigen agenda — en wil een quick fix. Maar die bestaat niet.”






