AI is hot. Er gaan op dit moment miljarden in om, maar Nederland en Europa lopen achter op China en Amerika. Gaan we de boot missen, of liggen er juist unieke kansen voor ons?
Het Institute for Logic, Language and Computation (ILLC) zit op de zesde verdieping van Lab 42 van het Science Park. Hier doen knappe koppen van de faculteiten natuurwetenschappen en geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA) onderzoek naar AI. “We proberen harde techneuten en mensen uit de geesteswetenschappen samen te brengen. Doel daarvan is dat er niet alleen technisch, maar ook cultureel en maatschappelijk tegen de technologie wordt aangekeken”, zegt David Graus, die als universitair docent verbonden is aan de UvA.
— David Graus
Graus kijkt vanaf zijn bureaustoel naar buiten. Op straat vechten fietsers tegen storm Benjamin, die dan door Nederland raast. Tegen de wind in fietsen: het is een mooie metafoor voor de AI-missie van Europa. Want kan ons continent op het gebied van AI de strijd aan met het grove geweld van grote Amerikaanse techbedrijven en de Chinese techsector? “Ik denk dat we simpelweg op een onoverbrugbare afstand staan”, is zijn sombere conclusie.
Strenger Europa
Eén van de belangrijkste redenen voor Graus’ voorspelling dat we die afstand niet in zullen lopen, is dat Europa strenger is voor techbedrijven dan Amerika. EU-wetgeving moet burgers en de samenleving beschermen tegen nadelige gevolgen van AI, zoals privacy-schending en vooroordelen die soms in AI-systemen zitten. Volgens Graus dwingt dat ontwikkelaars om vooraf en tijdens de levensduur van AI-systemen na te denken over maatschappelijke risico’s. “Europese AI kan zo een kwaliteits- en betrouwbaarheidsstempel krijgen. Dat bedachtzame karakter kan juist een concurrentievoordeel opleveren.”
Het zou daarom goed zijn als Europa zich specialiseert in ‘sociale of maatschappelijke AI’, stelt Graus. Zo werkte Graus vanuit zijn vorige baan (bij uitzendbureau Randstad) ooit mee aan antidiscriminatie in AI-systemen voor werving en selectie van personeel. De UvA was ook verbonden bij dit project. “Op de arbeidsmarkt, waar discriminatie structureel voorkomt, kunnen AI-systemen dit probleem versterken, maar ook helpen tegengaan; mits goed ontworpen.”

Tegen de wind in fietsen: het is een mooie metafoor voor de AI-missie van Europa.
Claudio Bianchi, via PixabayDe Nederlandse AI-wetenschapper Michiel Bakker werkt voor de prestigieuze Amerikaanse universiteit Massachusetts Institute of Technology (MIT). Hij denkt wél dat Nederland en Europa in de toekomst kunnen concurreren met China en Amerika. Daarnaast acht hij het noodzakelijk dat Europa deels onafhankelijk wordt van Amerikaanse tech, zoals op het gebied van datacenters en defensie (ook bij een onafhankelijke defensie speelt AI een rol). Net als Graus ziet hij heil in Europese specialisatie. “We hoeven niet in alles beter te zijn dan Amerika, maar moeten uitblinken op een paar strategische gebieden waar we unieke sterktes hebben”, stelt Bakker. Hij doelt daarbij onder andere op halfgeleiders, die het fundament vormen voor chips, die weer belangrijk zijn voor de datacenters die AI mogelijk maken.
Bakker heeft een heldere visie voor Nederland. Had hij het hier voor het zeggen, dan zette hij in op een groot nationaal AI-investeringsplan. “Een strategie die talent, rekenkracht en innovatie samenbrengt. Voor de overheid betekent dat het creëren van de juiste randvoorwaarden, dus investeren in groene energie, een forse uitbreiding van computerrekenkracht, internationaal talent aantrekken, investeren in ondernemers en programma’s die AI-adoptie versnellen in zowel de publieke als private sector.”
Nog ambitieuzer zou het in zijn ogen zijn om ook te investeren in een chipfabriek, die met de machines van het Veldhovense hightechbedrijf ASML AI-chips produceert. “Ik denk dat datacenters, chips en energie de basis vormen van de economie van de toekomst. Tegelijkertijd gaat AI de maatschappij sterk veranderen; er zullen banen verdwijnen, dus we moeten investeren in snelle omscholing en in instituties die nadenken over hoe die verandering leidt tot betere banen en een veilige inzet van AI.”
Bubbel
Er worden wereldwijd bakken met geld in AI geïnvesteerd, omdat de techniek zo’n grote belofte in zich draagt. Maar wat als die beloftes niet, of slechts deels, worden ingelost. Graus wijst op een artikel van het financiële data- en mediabedrijf Bloomberg. Het stuk schetst een beeld van grote techbedrijven die vele honderden miljarden investeren in de techniek én in elkaar.
Bloomberg maakte voor het artikel een plaatje waarin de honderden miljarden je om de oren vliegen: de afbeelding is een wirwar van lijntjes tussen alle verschillende bedrijven. Graus: “Grote partijen als OpenAI, Microsoft, AMD en Nvidia zijn sterk van elkaar afhankelijk en houden elkaar overeind via wederzijdse financiële verplichtingen. Maar wat als de verwachtingen rond AI niet waargemaakt worden en de investeringen niet worden terugverdiend?”
Want de AI-sector opschalen is op dit moment een probleem, duidt Graus. Zo heb je steeds meer datacenters nodig, die ergens moeten staan. En er kan een probleem ontstaan met de data waarmee AI wordt gevoed: dat de poel op een gegeven moment opdroogt en alle beschikbare data al aan de systemen is ‘gevoerd’. “We zitten mogelijk op een plateau. Bovendien vergeten techneuten vaak dat technologie ook samengaat met een sociale setting. Je kan een vrachtwagen relatief eenvoudig zelfstandig van A naar B laten rijden. Maar in de praktijk onderhoudt de chauffeur contact met klanten, lost problemen op en voert onderhoud uit bij pech. AI kan veel binnen afgebakende contexten, maar zodra de taak sociaal, contextueel en relationeel wordt, stuit de technologie op grenzen.”

Volgens AI-wetenschapper Michiel Bakker moeten we slim investeren, bijvoorbeeld in een chipfabriek. “We hoeven niet in alles beter te zijn dan Amerika, maar moeten uitblinken op een paar strategische gebieden waar we unieke sterktes hebben.”
Oak Ridge National Laboratory, CC-by 2.0 via Wikimedia CommonsGraus denkt daarom dat er best sprake van een AI-bubbel kan zijn; of in ieder geval een bubbeltje. Hij denkt dat de hooggespannen verwachtingen niet volledig worden waargemaakt, maar de technologie zal wél structureel invloed hebben op ons dagelijks leven. “Het blijft koffiedik kijken: sommige mensen denken dat AI alles gaat veranderen, anderen dat het zal instorten en weinig zal opleveren. Mijn inschatting ligt ertussenin: na een eventuele crash zullen er zeker toepassingen overblijven, maar AI zal denk ik niet zo dominant blijken als nu door sommigen wordt voorgesteld.”
Slim investeren
Het is in de ogen van Graus prima dat Nederland en Europa investeren in kennisontwikkeling rond AI op universiteiten. Hij noemt als voorbeeld de AI Factory, die in Groningen wordt gebouwd en waaraan de Rijksuniversiteit Groningen een bijdrage levert. Dit is een groot data- en kenniscentrum met duizenden gespecialiseerde chips om complexe modellen te trainen. “Dit centrum trekt wereldwijd wetenschappers aan. Zulke initiatieven veranderen nu al de academische en economische positie van Nederland, ongeacht of de AI-revolutie zo groot wordt als voorspeld.”
— Michiel Bakker
Maar de overheid moet in zijn ogen niet gigantische sommen geld investeren, omdat ‘we’ anders de boot missen. “Angst is een slechte raadgever. Dat AI onze samenleving tot in de haarvaten verandert, gaat vooralsnog uit van speculatieve scenario’s.”
Bakker is optimistischer: hij ziet ‘overal om zich heen’ dat AI grip krijgt op de samenleving en verwacht dat AI de motor van de toekomstige economie wordt. “Nederland en Europa investeren op dit moment nauwelijks in AI, vergeleken met China en de VS. Het echte gevaar ligt in verkeerde investeringen: als je bijvoorbeeld massaal rekenkracht opbouwt, maar niet tegelijk investeert in het elektriciteitsnet. Dan gaat het mis.”

