Als ze denken aan klimaatverandering, ervaren veel jongeren gevoelens van bezorgdheid, schaamte of rouw, maar ook hoop. Docenten kunnen helpen daarmee om te gaan, stelt Michiel van Harskamp.
Zeventig procent van de jongeren in Nederland tussen de 16 en 24 jaar maakt zich zorgen over klimaatverandering. Dat blijkt uit onderzoek dat Ipsos deed in opdracht van Milieudefensie. Twintig procent van hen maakt zich zelfs ernstige zorgen. Zij slapen er bijvoorbeeld slecht van of veranderen hun toekomstplannen.
“Maar wat zegt zo’n cijfer eigenlijk?”, vroeg Michiel van Harskamp (Universiteit Utrecht) zich af. “De reden waarom iemand zich zorgen maakt kan heel verschillend zijn. Iemand kan bang zijn dat de zeespiegel stijgt waardoor delen van Nederland verdwijnen. Maar iemand anders is misschien bang dat het ouderlijk boerenbedrijf moet stoppen door strengere klimaatregels.”
Van Harskamp besloot daarom om die gevoelens van jongeren te onderzoeken. Collega’s van hem namen enquêtes af om te peilen hoe scholieren tussen de 12 en 16 jaar zich voelen over klimaat, en Van Harskamp had verdiepende interviews met sommigen van hen om door te vragen waarom ze zich zo voelen.
De conclusie is dat jongeren verschillende emoties hebben over klimaatverandering. “Wat we veel terug zien is bezorgdheid, schaamte, rouw en hoop.” Bezorgdheid kwam het meest voor, zegt hij. “Jongeren zijn onzeker over de toekomst en bijvoorbeeld bang voor raar en onvoorspelbaar weer. Maar sommigen zijn ook bang dat ze niet meer goedkoop op vliegvakantie kunnen omdat dat duurder gaat worden.”

Van Harskamp en collega's namen enquêtes af onder scholieren tussen de 12 en 16 jaar over hoe ze zich voelen over klimaat.
H. van de KampTegenstrijdige gevoelens
Tegelijkertijd ervaren jongeren gevoelens van schaamte, zegt hij. “Douch ik niet te lang, vragen ze zich bijvoorbeeld af. En kan die aankoop bij de Chinese online winkel SHEIN nog wel, omdat al die spullen met een vliegtuig vervoerd worden.” Rouw en verdriet is er ook. “Sommigen zijn verdrietig dat er in de toekomst misschien nooit meer sneeuw komt in Nederland, dat je niet meer kan schaatsen op natuurijs.” Toch ervaren jongeren ook hoop. “Ze vertrouwen dan op technologische oplossingen, of zien dat er al veel gedaan wordt tegen klimaatverandering.”
Vaak lopen die emoties door elkaar heen en soms zijn ze ook tegenstrijdig, zegt Van Harskamp. “En dat is helemaal niet zo gek, want zo werken emoties. Het is een lappendeken van gevoelens en je weet vaak helemaal niet precies waarom je iets voelt.”
Situatie verbeteren
Jongeren hebben verschillende manieren om met dreigende gevoelens rondom klimaatverandering om te gaan, ook wel coping-strategieën genoemd. “Wat we het vaakst hoorden, is dat jongeren zich bedenken wat ze zelf kunnen doen, om zo de situatie te verbeteren. Bijvoorbeeld door die online aankoop op SHEIN toch maar niet te doen.” Door gevoelens van somberheid en angst zijn jongeren dus bereid om in actie te komen. “Mensen denken wel eens dat jongeren door somberheid of angst over klimaatverandering verlammen en helemaal niks meer willen doen. Maar dat blijkt niet uit onderzoek. Dat gebeurt alleen bij heel ernstige, klinische bezorgdheid.”
Een andere coping-strategie van jongeren is benadrukken wat er wél goed gaat, waardoor jezelf gerust kan stellen. “Jongeren noemen dan bijvoorbeeld dat bedrijven duurzamer keuzes maken, of dat we ons afval al goed scheiden.” Een enkeling verweert zich tegen sombere gevoelens door het probleem te ontkennen, of te zeggen dat klimaatverandering geen grote gevolgen zal hebben. “Maar dat is echt een heel kleine minderheid.”
Actieve hoop
Het gaat in discussies over klimaat vaak over feiten en cijfers, maar ook gevoelens moeten we serieus nemen, zegt Van Harskamp. Uit psychologisch onderzoek blijkt dat mensen hun keuzes vaak in eerste instantie op hun gevoel baseren, en daar pas later rationele argumenten bij zoeken. “Daarom is het belangrijk dat er ook op middelbare scholen meer aandacht is voor die emoties, waarbij alle gevoelens oké zijn. Extreme bezorgdheid of juist onverschilligheid, dat mag er allemaal zijn.” Op die manier leren jongeren hun emoties te onderzoeken, zegt hij.
Veel jongeren zijn bezorgd en willen zelf iets doen om klimaatverandering tegen te gaan, concludeert Van Harskamp. In het onderwijs kunnen docenten daarop het beste aansluiten door actie en hoop te benadrukken. “Bijvoorbeeld door samen met leerlingen duurzamer eten aan te gaan bieden in de kantine. Of door samen batterijen van telefoons te gaan recyclen. Waardoor jongeren zien: je kan er iets tegen doen, en het helpt.” Maar de focus op actieve hoop moet er niet voor zorgen dat jongeren gevoelens van somberheid en angst onder het tapijt gaan vegen. “Want die mogen er ook zijn, en die leiden ook tot de bereidheid om in actie te komen.”

Acties op school, zoals duurzaam eten aanbieden in de kantine, geven leerlingen het gevoel dat ze iets kunnen doen.
Freepik, pixel-shot.comToekomstbeeld
Daarbij moet het niet alleen om individuele acties gaan, maar juist om dingen die jongeren samen kunnen doen. “Want de klimaatcrisis kan je niet in je eentje oplossen. En als mensen zien dat anderen ook meedoen, krijgen ze vertrouwen dat het effect heeft. En dat vergroot weer de bereidheid mee te doen.”
Het onderwijs over klimaat op middelbare scholen moet zich niet beperken tot biologie of aardrijkskunde. Ook in vakken als geschiedenis en kunst moeten docenten er aandacht aan besteden, denkt Van Harskamp. “Een belangrijke vaardigheid voor jongeren in een tijd van klimaatverandering, is toekomstdenken. Sommige scholieren hebben een sterk doembeeld in hun hoofd, en moeten leren onderscheiden wat reëel is en wat niet. Om in actie te komen hebben we een lonkend toekomstbeeld nodig, een idee van hoe het wél kan.”

