Naar de content

Wat is het juiste weerwoord na een foute uitspraak

Interview met taalkundige Ronny Boogaart

iStock, Robert vt Hoenderdaal

Hoe kan je het beste reageren als je iets hebt gezegd dat je eigenlijk niet zo bedoeld had? We vroegen het aan taalkundige Ronny Boogaart, een van de auteurs van ‘Maar zo bedoelde ik het niet!’

10 maart 2026

“Een leugenaar” en “die feeks van de VVD” – zo zou informateur Hans Wijers politica Dilan Yesilgöz genoemd hebben, respectievelijk op een podium op verkiezingsavond en in een appje. Een storm van kritiek kwam op gang: de uitspraken waren niet passend voor een publiek figuur, beledigend en vrouwonvriendelijk. Wijers verontschuldigde zich, maar stelde ook dat hij zich zijn woorden op het podium niet goed kon herinneren, en dat het een privé-appje betrof.

Door de kwaadaardige bedoeling en gevolgen te benoemen kunnen we de redelijkheid voeden

Het zijn typische reacties voor wie wordt aangevallen op uitspraken. In het boek ‘Maar zo bedoelde ik het niet!’ brengen drie neerlandici zulke reacties in kaart. Ook evalueren ze hoe redelijk de verdedigingsstrategieën zijn, en wat voor weerwoord je kunt geven als een reactie niet zo bevredigend is. Ronny Boogaart is een van de auteurs van het boek, dat recent een prijs won voor het beste populariserende werk over taalwetenschap.

Stel dat iemand boos op je is vanwege een verkeerde uitspraak. Wat kun je dan terugzeggen?

“Je kunt ontkennen dat je het überhaupt gezegd hebt. Trump doet dat vaak, die zegt meteen dat het allemaal verzonnen is. Dit is wel een gevaarlijke strategie, want als er bewijs is van je uitspraak dan heb je ook nog gelogen. Dat komt best vaak voor, bijvoorbeeld toen Rutte had ontkend dat hij over Omtzigt had gesproken in formatiegesprekken in 2021. Toch moet je deze strategie serieus nemen, want het kan natuurlijk dat de beschuldiging daadwerkelijk vals is.”

Als je de uitspraak wel gedaan hebt, wat kun je dan doen?

“Dan is het een optie om te zeggen dat je de uitspraak anders bedoelde. Je maakt er een interpretatiekwestie van. Youp van ’t Hek is regelmatig aangesproken op zijn gebruik van het woord ‘pisnicht’. Maar hij zegt: dat is een gewoon Amsterdams woord, en bovendien zeggen homo’s het zelf ook, dus het is geen scheldwoord.”

“Dit is een lastige verdedigingsstrategie. Want ook als je een uitspraak onschuldig bedoelde, kan die toch schadelijk zijn. Een kwetsend grapje is nog steeds kwetsend. Als iemand zegt ‘zo bedoelde ik het niet’ is het gesprek dus nog niet afgelopen. Je kunt bijvoorbeeld vragen: wat bedoelde je dan wél?”

“Je kunt nooit achterhalen wat de bedoeling van de spreker was, maar je kunt wel kijken naar de uitspraak zelf en wat daarvan een redelijke interpretatie is. Van ’t Hek had bijvoorbeeld kunnen weten dat ‘pisnicht’ kwetsend zou zijn, zelfs als hij het niet zo bedoelde.”

Als er geen twijfel is over de interpretatie van je woorden, hoe verdedig je je dan?

“Je kunt een beroep doen op verzachtende omstandigheden, bijvoorbeeld door te zeggen dat je dronken was, of je uitspraken deed in de privésfeer, zoals Wijers met het feeks-appje. Onder elkaar, in de kroeg, in de kleedkamer zeggen we allemaal weleens wat doms, is dan het idee. Als je dit combineert met een gemeend excuus, dan is het een soort beroep op medemenselijkheid.”

Wat kun je verder nog terugzeggen?

“Je kunt ook nog in de tegenaanval: je gaat niet in op de beschuldiging zelf, maar trekt de klager in twijfel. Die is bijvoorbeeld te dom om het grapje te snappen, of heeft onzuivere motieven. Zo beschuldigde Wilders de rechters in het minder-Marokkanen-proces ervan dat ze hem monddood wilden maken. Dit is een zwakke strategie als je zo het gesprek over je uitspraak uit de weg gaat. Maar het kan ook redelijk zijn, als iemand je vals beschuldigt bijvoorbeeld, want waarom doet diegene dat?”

Mark Rutte en Geert Wilders in 2010

Wikimedia Commons, Rijksvoorlichtingsdienst, CC BY 2.0

Jullie schrijven dat het zelden voorkomt dat iemand gewoon zegt: ‘sorry, dat had ik niet moeten zeggen’. Waarom is dat zo moeilijk?

“Voor veel mensen is het lastig toe te geven dat ze iets fout hebben gedaan. Ze lijden niet graag gezichtsverlies. En er zijn mensen die niet gewend zijn om aangesproken te worden op hun gedrag. Die zeiden altijd van alles, maar nu krijgen ze weerwoord van groepen die dat vroeger niet durfden. Ze voelen zich bedreigd, “Ik mag ook niks meer zeggen!” Dat is niet zo, ze krijgen alleen vaker kritiek.”

Sommige mensen willen geen redelijk verweer geven, maar aandacht trekken, of een controversieel punt maken zonder verantwoordelijkheid te nemen. Wat kun je daartegen doen?

“Ik denk dat je toch steeds een redelijk weerwoord moet geven. Thierry Baudet maakt bijvoorbeeld vaak een grapje van zijn verdediging. Toen hij werd aangesproken op gebruik van ‘homo’ als scheldwoord zei hij dat hij eigenlijk ‘valse nicht’ had moeten zeggen. Ik denk dat je dan moet blijven benoemen: je neemt het punt niet serieus, en dat gaat ten koste van mensen. Dat heeft niet altijd direct nut, Baudet zal geen ‘sorry’ zeggen. Maar ik heb het vertrouwen dat de meeste mensen redelijk willen zijn. Door de kwaadaardige bedoeling en gevolgen te benoemen kunnen we die redelijkheid voeden.”

Bron

Maar zo bedoelde ik het niet! Ronny Boogaart, Henrike Jansen, Maarten van Leeuwen. Thomas Rap. 328 pagina’s.