Naar de content

Hoe angst ontstaat in je brein

Amygdala
Amygdala
iStock, libre de droit

Te bang zijn is niet goed, want dat leidt tot vermijdingsgedrag. Maar te weinig angst is ook niet wenselijk, want dan herken je gevaar niet op tijd. Hoe werkt angst in het brein?

1 april 2026

Alsof ze op de rand van een ravijn balanceerde en elk moment naar beneden kon vallen, zo omschrijft Anouk Fourmanov haar angst om ziek te worden. Van jongs af aan had ze al de neiging haar handen vaak te wassen. Maar naarmate ze opgroeide, werd haar smetvrees steeds erger: ze was bang ziek te worden van onzichtbare dingen zoals bacteriën en virussen. Ze durfde niet meer naar een openbaar toilet, met de trein of naar plekken waar veel mensen samen kwamen. Als iemand voor haar op de fiets hoestte, hield ze haar adem in. “Ik wist heus wel dat dat ravijn er helemaal niet is, maar toch zei mijn gevoel dat onzichtbare viezigheid supergevaarlijk was”, zegt Fourmanov, die zelf arts is en weet dat je heus niet overal ziek van wordt.

Fourmanov is bepaald niet de enige. Bijna een op de vijf mensen krijgt ooit in het leven een angststoornis. Dat kan een dwangstoornis zijn, of een paniekstoornis. Ook sociale angststoornissen, hypochondrie (inbeelding van ziekte die er niet is), overmatig piekeren en post-traumatische stressstoornis komen veel voor. Dit soort angsten zijn irreëel. Maar vertel dat maar eens aan je brein. Wat gebeurt er eigenlijk in je hersenen als je bang bent?

(On)gezonde angst

“Bang zijn is gezond”, zegt Koen Schruers, psychiater en hoogleraar affective neuroscience aan de Universiteit Maastricht. Angst is namelijk een overlevingsmechanisme. Je hart gaat sneller kloppen en je gaat zweten bij dreigend gevaar – een reactie die de meeste mensen wel kennen, of het nu gaat om een plots remmende auto of een enge hond. Die lichamelijke reactie zorgt ervoor dat we kunnen maken dat we wegkomen als er onheil dreigt: de zogenaamde vecht- of vluchtreactie.

Helemaal niet bang zijn is dan ook gevaarlijk, aldus Schruers. “Als je gevaar niet opmerkt, kun je zomaar onder een auto lopen of ergens belanden waar je beter niet kunt zijn.” Maar overdreven angstig zijn is ook niet goed. “Als je te bang bent, beperkt dat je leven en ga je dingen in je dagelijks leven vermijden.”

Dat is precies wat Anouk Fourmanov deed. Haar echtgenoot deed de boodschappen omdat zij niet naar de supermarkt durfde. Vrienden en familie zag ze niet meer. De angst om ziek te worden beheerste haar leven. Om zichzelf gerust te stellen, waste ze extreem vaak haar handen, en douchte ze daarna vaak ook nog eens. Obsessief-compulsieve stoornis, heet het officieel wat Fourmanov heeft, OCD in het Engels. Mensen met OCD zijn bang voor gewone dingen en voeren dwanghandelingen uit omdat ze bang zijn voor de gevolgen als ze die handelingen niet zouden doen.

Handen wassen

Mensen met OCD voeren dwanghandelingen uit (zoals vaak hun handen wassen) omdat ze bang zijn voor de gevolgen als ze die handelingen niet zouden doen.

Freepik

Oudste delen van het brein

Waarschijnlijk is bij Fourmanov de amygdala in de hersenen overactief. Al tientallen jaren weten wetenschappers namelijk dat de amygdala iets te maken heeft met angst, vertelt Schruers. De amygdala is een amandelvormig orgaantje diep weggestopt in een van de evolutionair oudste delen van het brein, zo’n beetje achter je ogen en ter hoogte van je slapen. Eigenlijk zijn het er twee. De amygdala heeft korte lijntjes met de delen van de hersenen die informatie uit je ogen en oren verwerken. Hij reageert snel. Sneller dan je zelf doorhebt. Bij mensen met angststoornissen slaat hij ook op hol als er geen echt gevaar dreigt, en zet dan de vecht- of vluchtreactie in gang. Fourmanov voelt dat als pijn op haar borst, andere mensen krijgen buikpijn of zweethanden.

Dat de amygdala ‘iets’ doet bij angst, weten wetenschappers onder meer uit proefdieronderzoek. In het laboratorium kunnen onderzoekers proefdieren angst aanleren door ze te conditioneren. Ze geven ze dan eerst een prikkel - bijvoorbeeld een toon of een lichtflits - gevolgd door een elektrisch schokje. Het brein van het proefdier, meestal een rat, trekt een snelle conclusie: dit is gevaarlijk, voortaan opletten! Door middel van elektrodes in de hersenen van het dier kunnen onderzoekers zien dat de amygdala actief wordt als dieren angst aanleren.

Geen sluitend bewijs

Bij mensen kun je natuurlijk niet zomaar elektrodes in het hoofd implanteren. Gelukkig is er de MRI-scanner, waarmee onderzoekers alsnog kunnen kijken wat er in het brein gebeurt. Wat bleek: soms lichtte de amygdala op als je een proefpersoon bang maakte, maar soms niet. Alsof het angstcentrum zich niet altijd liet betrappen. “Toen was de vraag: werkt angst bij mensen anders, of kijken we niet goed genoeg?”, zegt Schruers.

Het bleek dat laatste te zijn. Want ook bij mensen met echte angstklachten, zoals OCD of post-traumatische stressstoornis bleek de amygdala actief. En mensen die door de zeldzame aandoening Urbach-Wiethe schade hebben aan de amygdala, blijken in het dagelijks leven minder bang. Daarvan zijn er wereldwijd enkele honderden. Toch vormde het voor wetenschappers nog geen sluitend bewijs of een actieve amygdala nou de oorzaak of een gevolg was van een angstreactie.

Aan-uitknop van angst

Maar onlangs leverden onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen bewijs dat de amygdala inderdaad verantwoordelijk is voor angstreacties. Sjoerd Meijer en collega’s lieten gezonde proefpersonen enge plaatjes zien van slangen. De proefpersonen leerden net als proefdieren met een elektrisch schokje welke slangen ‘gevaarlijk’ waren.

Vervolgens deden ze hetzelfde experiment, maar richtten ze onhoorbare geluidsgolven precies op de amygdala. Het idee daarvan was om de werking van de orgaantjes te verstoren. Wat bleek: het duurde veel langer om de angstreactie aan te leren. En hadden de proefpersonen die eenmaal aangeleerd, dan leerden ze de angst ook heel snel weer af. De amygdala blijkt dus inderdaad een soort aan-uitknop voor het aanleren van angst.

“Dat betekent niet dat je de angstknop zomaar uit kunt zetten”, benadrukt Meijer. “We kunnen hooguit het brein een handje helpen angst af te leren door al bestaande processen een zetje te geven.”

Sjoerd Meijer en collega’s lieten gezonde proefpersonen enge plaatjes zien van slangen.

Mike_68, via Pixabay

Plaatjes van slangen zijn natuurlijk niet van dezelfde orde als de angsten van mensen zoals Fourmanov. En Fourmanov liep al jaren langer met OCD rond dan de gezonde proefpersonen in het experiment van Meijer. Maar toch. Nu duidelijk is dat het echt de amygdala is die belangrijk is in het ontstaan van angst, hebben Schruers en Meijer goede hoop dat verstoring van de amygdala in de toekomst misschien kan helpen om ook mensen als Fourmanov van hun angsten af te helpen.

Met Fourmanov gaat het inmiddels dankzij therapie stukken beter. Toen ze een paar jaar geleden vastliep in haar werk realiseerde ze zich dat ze echt een probleem had. Ze kreeg onder andere exposuretherapie, wat de gouden standaard is voor behandeling van OCD. Samen met haar therapeut deed ze dingen die ze eng vond, zoals knopjes van het fietsstoplicht indrukken. Voor de meeste mensen een volstrekt onbeduidend gebaar, maar voor iemand met smetvrees een kleine ramp. Vervolgens mocht ze ook nog eens niet de bijbehorende dwanghandeling van handen wassen uitvoeren en moest ze de angst en onrust verdragen totdat die gevoelens uitdoofden.

Een deel van de angst voor ziekmakers zal altijd wel blijven, vermoedt Fourmanov. En waarschijnlijk zal ze altijd haar handen wat vaker blijven wassen dan de meeste andere mensen. “Maar ik kan gewoon weer werken, op vakantie en in een pretpark in attracties gaan waar ook andere mensen in hebben gezeten. Ik denk nog wel vaak dat iets vies is, maar die gedachte kan ik nu verdragen. Ik hoef er niets meer mee te doen.”