Naar de content

Hoe kunnen we ons wapenen tegen een handelsoorlog?

5 vragen over handel als wapen

Freepik

Als Donald Trump zijn zin niet krijgt, dreigt hij met heffingen. Landen die niet doen wat hij wil, legt hij hogere importtarieven op. De president gebruikt handel als wapen. Is dat een nieuwe uitvinding? En werkt het? 

10 februari 2026

Toen in januari bekend werd dat Nederland twee militairen naar Groenland zou sturen, besloot Trump om ons te straffen. Hij legde Nederland een importheffing van tien procent op. Want poldersoldaten op Groenland, dat ziet hij niet zitten. Door de maatregel zou een Amerikaan in de supermarkt meer moeten betalen voor een pakje Old Amsterdam. Met als gevolg dat de Amerikanen misschien wel kaas uit de VS zullen kopen in plaats van Nederlandse kaas. Zo, dat zal ons leren. Ook andere landen die meedoen aan de militaire oefening in Groenland kregen een heffing opgelegd. Wijn uit Frankrijk en bier uit Duitsland zouden duurder worden in de VS.

Na een paar gesprekken trok Trump zijn handelsoorlog in. Amerikanen kunnen gewoon kaas blijven kopen. Lekker voor bij dat wijntje. Nieuw is het niet om handel te gebruiken om je zin te krijgen. Toen Rusland in 2022 Oekraïne aanviel, waren landen het al snel eens: de handel met Rusland moest stevig worden ingeperkt. Maar de creativiteit waarmee Trump handel inzet als straf, dat is toch even andere koek. Deze week verscheen het boek ‘Handel als wapen’. Steven Brakman, Tristan Kohl en Charles van Marrewijk laten zien hoe landen handel steeds vaker inzetten als wapen. Werkt het? Vijf vragen aan Van Marrewijk, hoogleraar internationale macro-economie aan de Universiteit Utrecht.

Was handel altijd al een wapen om je zin te krijgen?

“Handelsbeperkingen worden al heel lang als drukmiddel gebruikt. Denk aan hoge handelstarieven en handelsquota. In de loop van de negentiende eeuw zijn zulke handelsbelemmeringen sterk gedaald. Voor de Eerste Wereldoorlog was er al een systeem van vertrouwen en spelregels. Dat stortte in tijdens de recessie die volgde in de jaren twintig en dertig. Landen schoven hun problemen op elkaar af, handelsstromen stortten in. Die slechte ervaringen waren een reden om na de Tweede Wereldoorlog de World Trade Organisation (WTO) op te zetten. Er zijn regels opgesteld, steeds meer landen deden mee, het was succesvol. Nu is er binnen de WTO iemand die zich niet aan de regels houdt. Dat is nieuw. Er werd altijd geluisterd naar de WTO. Dat is weg. De WTO ligt op z’n gat.”

Helpt stoppen met handelen om bijvoorbeeld Rusland te laten stoppen met oorlog voeren?

“Het geeft een signaal af: we vinden het niet acceptabel dat een land een ander land aanvalt en bezet. Hoe meer landen meedoen, hoe sterker het signaal. Het legt Rusland extra kosten op. Maar de zendende landen hebben ook kosten. We hadden gas uit Rusland, nu moeten we duurder gas uit de VS halen. Gaat Rusland stoppen met de oorlog? Nee. We weten: meestal valt het succes van sancties tegen. Met name als er een dictator aan de macht is. Poetin zelf heeft weinig last van de sancties. De inwoners van Rusland wel. Maar die durven hun mond niet open te doen. De mensen die dat wel doen, vallen uit een hotelraam. Of hun vliegtuig stort neer. Het verzwakt de economie van Rusland wel en daardoor neemt de slagkracht in de oorlog ook af.”

Stel: de wereldhandelsoorlog breekt uit. Wint Amerika die dan?

“Nee. De Verenigde Staten nemen ongeveer 15 procent van de wereldhandel voor hun rekening. De rest van de wereld dus 85 procent. Ik noem het vaak de vloek van de grote landen. Die denken dat ze groot en belangrijk zijn en dat ze macht kunnen uitoefenen over de rest van de wereld. Maar alle landen, inclusief de VS, zijn klein ten opzichte van de rest van de wereld. De Europese Unie is als handelsblok veel machtiger dan de VS. De interne handel binnen Europa is verreweg het belangrijkst van alles. Kijk naar Nederland: ongeveer zeventig procent van onze handelsstromen is binnen Europa. We denken: Nederland is klein, we zijn afhankelijk van de rest van de wereld. Dat klinkt misschien zielig maar dan stel je jezelf open en samenwerkend op en dat heeft alleen maar voordelen.”

Wie verliest de handelsoorlog?

“Dit handelsconflict doet het meest pijn in de Verenigde Staten zelf. Denk aan importheffingen tegen China. Chinese arbeiders werken voor een lager loon dan Amerikaanse arbeiders. Als je de productie naar de VS haalt, zoals Trump wil, dan worden die producten duurder. Want je moet de Amerikaanse arbeiders betalen. Je wordt er niet rijker van als je die spullen zelf gaat maken. Integendeel.”

“Trump is een heel onbetrouwbaar persoon. Er komt een deal en even later is de deal weer anders. Die onzekerheid remt investeringen. Als je een bedrijf wil opzetten, dan wil je vertrouwen hebben. Niet alleen voor het komende jaar maar voor de komende decennia. Want het zijn grote investeringen. Audi was van plan om een productiefaciliteit op te zetten in de VS. Die hebben gezegd: we wachten nog even tot we weten waar we aan toe zijn.”

Hoe kunnen we ons wapenen tegen een handelsoorlog?

“De premier van Singapore zei het al bij de eerste schermutselingen: we moeten ons concentreren op handel met landen die zich wél aan de regelgeving houden. Dat is ook een veel grotere markt dan de VS. Misschien moeten we een WTO zonder de VS opzetten. Veel landen sluiten nu handelsdeals. De EU met India bijvoorbeeld, Canada met China. Dat is een reactie op de onzekerheid en de onbetrouwbaarheid van de VS. Het is vooral belangrijk dat landen zich niet laten meeslepen door de retoriek van de Verenigde Staten. We weten uit het verleden dat dat onverstandig is. Als Trump rotsblokken in zijn haven gooit, hoeven wij dat niet ook te doen.”

Bron:

Charles van Marrewijk & Steven Brakman & Tristan Kohl, Handel als wapen. Een geopolitiek spel. ISBN: 9789025319922, Querido. Verschenen op 6 februari 2026.