Naar de content

Hoe mensen in het verleden sliepen

Cottonbro studio, via Pexels.com

Of je nou een middeleeuwse dagloner was, een vroegmoderne edelvrouw of een hedendaagse kantoormedewerker: iedereen moet slapen. Toch zag slaap er niet altijd hetzelfde uit. Hoe sliepen mensen vroeger?

21 januari 2026

Wie tegenwoordig om middernacht wakker wordt, zal zich waarschijnlijk vloekend omdraaien en zo snel mogelijk proberen de slaap weer te vatten. Driehonderd jaar geleden lag dit anders en had middernachtelijk waken zelfs de voorkeur, aldus de theorie van de Amerikaanse historicus Robert Ekirch.

Ekirch stelt dat mensen vóór het industriële tijdperk in twee delen sliepen. De eerste slaap begon vlak na zonsondergang. Rond middernacht ontwaakten mensen om te bidden, lezen, praten of vrijen, daarna vielen ze weer in een tweede slaap tot zonsopkomst. Pas vanaf de late 17e eeuw kwam er verandering in dit gesegmenteerde slaappatroon, door de opkomst van kunstlicht, verstedelijking en industriële werktijden. (Straat)verlichting zorgde ervoor dat mensen langer konden opblijven en gestandaardiseerde werktijden in fabrieken maakten een zo efficiënt mogelijk slaappatroon noodzakelijk. Volgens Ekirch is onze aaneengesloten nachtrust dus een relatief recent verschijnsel.

Slapende Antwerpenaren

Historicus Gerrit Verhoeven was benieuwd of hij dit slaappatroon terug kon vinden bij de vroegmoderne Antwerpenaar. Hij maakte daarvoor gebruik van bijna vierhonderd zeventiende- en achttiende-eeuwse juridische dossiers van de Antwerpse Hoge Vierschaar, de lokale strafrechtbank voor zware misdrijven. Bij een veroordeling ging men niet over één nacht ijs, vertelt Verhoeven. “Die onderzoeksrechters riepen allerlei getuigen op, die vervolgens vertelden wat ze op de dag van de misdaad aan het doen waren. Hierdoor heb je veel aanknopingspunten om te zien hoe een doorsnee dag of nacht eruitzag.”

“De conclusie van mijn onderzoek is saaier dan die van Ekirch”, waarschuwt Verhoeven. Het slaappatroon van de vroegmoderne Antwerpenaar kende geen twee fasen, maar lijkt erg op dat van de moderne mens; de slaapduur was hoogstens wat korter. “Mensen gingen rond tien of elf uur naar bed en stonden tussen vijf en zes op. Dat betekent dat ze zeven uur slaap per nacht hadden. Als je dan ook nog midden in de nacht anderhalf uur wakker moet zijn, dan blijft er heel weinig slaap over.” Volgens Ekirch deden mensen daarom overdag een powernap om de middernachtelijke pauze te compenseren, maar ook dat bleek niet het geval te zijn in Verhoevens bronnen. “Alleen mensen van zestig jaar of ouder deden regelmatig een dutje.”

Zwarte ouderwetse wekker, wijzers staan op vijf voor twee.

Hoewel de Amerikaanse historicus Robert Ekirch vermoedde dat mensen hun nacht vroeger opbraken, heeft historicus Gerrit Verhoeven hier geen bewijs voor gevonden bij Antwerpenaren. 

Reynaldo Yodia, via Pexels.com

Wat vond Verhoeven verder in de getuigenverklaringen over slaappatronen? “Mensen rapporteerden nooit over twee fasen, of over de activiteiten die ze tussen de slaapmomenten zouden doen. Er zijn wel mensen die wakker werden om bijvoorbeeld naar het toilet te gaan of iets te drinken, maar die kropen daarna meteen terug in bed.” Hoe het slaappatroon eruitzag was deels afhankelijk van klasse en seizoen. “In de winter sliepen mensen vaak een half uur langer. Bij de elites of juist de echt arme mensen zonder vast werk zie je dat mensen later naar bed gingen: rond een uur of twaalf, of één. Zij sliepen uit tot acht uur.”

De historische slaapkamer

Het slaappatroon van de achttiende-eeuwse inwoner van de Lage Landen zag er dus waarschijnlijk niet heel anders uit dan tegenwoordig. Maar hoe zag de slaapplek eruit van mensen door de eeuwen heen? Met deze vraag houdt architectuurhistorica Miara Fraikin zich bezig. “Een aparte kamer hebben om te slapen is een relatief modern verschijnsel dat pas vanaf het begin van de veertiende eeuw opkwam in Europese hoven”, vertelt ze. “Lang was het hebben van een kamer voor jezelf alleen voor de mensen uit de hoogste sociale posities beschikbaar, want ruimte was kostbaar. Mensen sliepen in een bedstee of een multifunctionele ruimte, zoals de keuken.”

Zelfs slapen in een bed was in de middeleeuwen niet aan iedereen voorbehouden. “Mensen konden op blokken stro slapen of ze maakten een soort matras door in een stoffen zak veren en andere spullen te doen. Mensen met een hogere sociale status konden een houten bed met een matras hebben. De elite sliep rond 1400 in een hemelbed. De stoffen om en boven het bed creëerden privacy, en zorgden er tegelijkertijd voor dat er geen viezigheid van het plafond op je bed kon vallen.”

Een aparte kamer hebben om te slapen is een relatief modern verschijnsel

— Miara Fraikin

Als een huishouden zich al een bed kon veroorloven, dan was dat er vaak maar één, dat in de hoek van de woonkamer stond. De hele familie lag bij elkaar in bed. Eén bed was niet alleen goedkoper, maar zorgde er ook voor dat iedereen warm bleef. Een gedeeld bed was ook in andere contexten normaler dan tegenwoordig. “Stel je zou overnachten in een andere stad, dan huurde je daar geen losse kamer, maar een bed dat je deelde met vreemden”, vertelt Fraikin.

Ceremoniële bedkamers

Fraikin gebruikt in haar onderzoek bewust de term ‘bedkamer’ in plaats van ‘slaapkamer’. De ruimte waar een bed stond was namelijk niet exclusief de plek waar men sliep; het kon ook een ceremoniële functie hebben. Dat komt voort uit de originele indeling van een middeleeuws kasteel, waarbij de ontvangstzaal een publieke ruimte was die voor veel mensen toegankelijk was, terwijl de bedkamer privacy bood. “Voor meer exclusieve gesprekken ging men naar deze afgesloten ruimte. Belangrijke gesprekken en politieke besluitvorming vonden dus meestal in deze kamer plaats”, legt Fraikin uit.

Uiteindelijk kwamen er zelfs bedkamers die uitsluitend ceremonieel van aard waren, voornamelijk aan het Franse hof. Zonnekoning Lodewijk XIV spande de kroon, vertelt Fraikin. “Hij ging in zijn bedkamer ceremonieel slapen, ontving er mensen en stond er ceremonieel weer op, maar hij sliep eigenlijk ergens anders – waarschijnlijk bij zijn vrouw. De bedkamer had geen enkele praktische functie meer.”

Goudkleurige, rijkversierde bedkamer van Lodewijk XIV.

De bedkamer van Lodewijk XIV werd niet gebruikt om in te slapen, maar alleen om ceremonies uit te voeren en belangrijke gasten te ontvangen. 

Publiek domein, via Wikimedia Commons

Hoe zag zo’n ceremoniële avondroutine van de Zonnekoning eruit? “De koning bevond zich achter een balustrade en aan de andere kant daarvan stonden genodigden te kijken hoe de koning bad, hoe zijn pruik werd afgezet en werd omgewisseld voor een andere pruik, hoe er eten en drinken werd klaargezet naast het bed en hoe hij een pyjama aangetrokken kreeg. Nadat hij een kaars kreeg en hij in bed lag, gingen de gordijnen dicht en dan moest iedereen weg. De koning ging vervolgens ergens anders slapen”, legt Fraikin uit.

Deze show was niet alleen geboren uit ijdelheid, maar was ook een vorm van machtspolitiek, aldus Fraikin. “In veel Europese hoven hadden slechts enkele uitverkorenen toegang tot de kamer van de koning. Daardoor konden zij grote invloed uitoefenen en een vorm van macht monopoliseren. Lodewijk XIV wilde dat voorkomen. Door juist heel veel mensen toe te laten tot zijn kamer, ontnam hij hun die exclusieve positie.” Zelfs vanuit zijn bed speelde de Zonnekoning dus politieke spelletjes.

Alledaags mysterie

Hoewel er veel bekend is over de uitgebreide avond- en ochtendroutines van Lodewijk XIV, weten we nauwelijks iets over zijn private slaapkamer. Een menselijke gewoonte als slapen hoorde immers niet bij een ‘goddelijke’ koning. Van dit gat in onze kennis is niet alleen bij Lodwijk XIV sprake, maar bij onze kennis over slaapgewoonten in het algemeen, merken zowel Fraikin als Verhoeven. Mensen vonden slapen blijkbaar zó alledaags dat ze het niet nodig vonden om over te rapporteren, ondanks dat het gemiddeld één derde een mensenleven beslaat.

De dingen die we weten, komen vaak uit bronnen die spreken over het uitblijven van slaap of verstoring van de nachtrust. Net als tegenwoordig lagen mensen soms ’s nachts urenlang te malen, en schreven daar vervolgens over in hun dagboek. Of ze hadden last van dronken feestgangers op straat en klaagden daarover in de rechtbank. Zo blijkt maar weer: hoe groot de verschillen met het verleden ook zijn, slapeloze nachten zijn universeel.

Slaapgewoontes

Bedden, slaapgewoonten en slaapremedies hebben altijd bestaan, maar niet altijd in dezelfde vorm. We zetten de acht interessantste inzichten uit het verleden op een rij.

Ets van een slapende oude vrouw.
Rembrandt van Rijn, publiek domein via Rijksmuseum
Co-slapen toen en nu

Met het hele gezin in één bed: sommige ouders zijn er – anno 2026 - laaiend enthousiast over. Kinderen zouden er beter door slapen, moeders kunnen makkelijker borstvoeding geven en het scheelt ruimte in huis. Door de geschiedenis heen is samen in één bed slapen altijd de norm geweest. Als je op reis was, was zelfs met vreemden een bed delen heel normaal. Pas in de negentiende eeuw, toen privacy een groter rol ging spelen, sliepen steeds meer mensen in een eigen bed.

Twee paar grote voeten aan het voeteneind, met een paar kindervoetjes in het midden.
Simon Berger, via Unsplash.com
Slaapkamerpolitiek

In Europese hoven was de slaapkamer de ideale plek om je terug te trekken uit de publieke troonzaal om een privégesprek te voeren. Het was dan ook helemaal niet gek om staatszaken vanuit de slaapkamer te bespreken. Daarbij was het belangrijk dat je gasten onder de indruk waren van jou. Hoe deed je dat? Door een kingsize bed te hebben. Hoe groter het bed, hoe belangrijker (of rijker) de machthebber. Deze bedden waren zo kostbaar dat ze soms in testamenten werden vermeld.

Goudkleurige, rijkversierde bedkamer van Lodewijk XIV.
Publiek domein, via Wikimedia Commons
Zittend slapen

Veel mensen zullen weten dat het in de middeleeuwen gebruikelijk was dat mensen rechtop sliepen, maar waarom ze dat deden, daar zijn historici nog niet over uit. Een breed gedragen theorie stelt dat mensen dachten dat er bloed naar hun hoofd zou stromen – met een fatale afloop. Er was ook een culturele factor: helemaal gestrekt liggen werd geassocieerd met de houding van doden, waardoor mensen zich daar ongemakkelijk bij voelden.

Prent van de dood van de heilige Philippus. Hij ligt opgebaard, met treurende mensen eromheen.
Antonio Tempesta, publiek domein via Rijksmuseum
Touwbedden

Ook de vorm van de bedden speelde mogelijk mee in het zittend slapen. Tot in de negentiende eeuw hadden veel bedden geen lattenbodem, maar een houten frame met daarover gekruiste touwen. Deze touwen lubberden door gebruik uit, waardoor mensen in een V-vorm sliepen. Dat kan op afbeeldingen lijken alsof mensen half rechtop slapen, terwijl men eigenlijk gewoon lag.

Tekening van een touwbed.
Water G. Capuozzo, publiek domein via National Gallery of Art Washington
Drugs voor het slapengaan

Last van slapeloosheid? Neem wat opium! Tegenwoordig een gek idee, maar dat was in de achttiende en negentiende eeuw heel normaal. Laudanum, een mengsel van opium, kruiden en alcohol, was vrij verkrijgbaar en werd voor allerhande kwaaltjes aangeraden: van slapeloosheid en menstruatiepijn tot cholera en mazelen. Vanwege de grote kans op verslaving werd de productie en export van opium in 1919 bij de eerste Opiumwet verboden. Daarmee kwam ook een eind aan laudanumgebruik.

Tekening van een arts die een zieke oude vrouw in bed bezoekt.
Wybrand Hendrik, publiek domein via Rijksmuseum
Slaapmiddeltjes

De behoefte aan middeltjes om in slaap te komen verdween niet met het verbod op opium. En dus volgden de eerste synthetische slaapmiddelen in de vorm van barbituraten. Halverwege de jaren vijftig nam de populariteit snel af, omdat er steeds meer bijwerkingen aan het licht kwamen; het middel is verslavend en het is relatief makkelijk om een dodelijke overdosis te nemen. Het medicijn is zelfs zo gevaarlijk dat het tegenwoordig wordt gebruikt bij de dodelijke injectie voor veroordeelden in de VS. 

Vrouw ligt op haar buik op een bed.
Vladislav Muslakov, via Unsplash.com
Slaapmutsje

Eeuwenlang maakten mensen gebruik van een slaapmuts(je) om beter te kunnen slapen – niet alleen de alcoholische variant, maar ook het kledingstuk. Vanaf de middeleeuwen tot de twintigste eeuw droegen mensen dit kledingstuk in bed. De kachel of het vuur was ’s nachts uit, en centrale verwarming werd pas eind negentiende eeuw gebruikelijk. Een slaapmuts hielp om warm te blijven tijdens ijzige nachten.

Gebreide beige muts met ruitvormige zwarte ornamenten en een omgekrulde donkere rand.
Publiek domein, via Rijksmuseum
Antwerpse nachtbrakers

Lang dachten historici dat de vroegmoderne mens door gebrek aan kunstlicht veel meer volgens het natuurlijke ritme van de zon zou leven dan tegenwoordig. Het tegendeel blijkt waar te zijn. Onderzoek laat zien dat Antwerpenaren in de achttiende eeuw nog ver na zonsondergang actief waren, bijvoorbeeld om na een lange werkdag (van soms wel twaalf uur) naar het café te gaan. Pas rond een uur of half elf kroop men onder de wol, om de volgende dag tussen vijf en zes alweer op te staan.

Tekening van een meisje met een lantaarn en twee kaarsen.
Abraham Delfos, publiek domein via Rijksmuseum