TikTok-gebruikers passen hun taal aan om de censuur van het platform te omzeilen. Inmiddels ontwikkelt deze online taalvorm zich tot een creatief spel met politieke betekenis.
Elke influencer weet het: gebruik woorden als ‘sex’, ‘lesbian’ of ‘suicide’ in je video, en het aantal views keldert op mysterieuze wijze. Nou ja, mysterieus – het is duidelijk dat dit komt door het gevreesde algoritme. Op TikTok en andere sociale media speurt dit algoritme naar taboewoorden, en maakt het filmpjes die zulke taal bevatten onzichtbaar.
Een slimme influencer speelt hierop in door potentieel controversiële woorden te vervangen of aan te passen. ‘Sex’ wordt bijvoorbeeld ‘seggs’, ‘lesbian’ schrijf je als ‘le$bean’ en in plaats van ‘suicide’ zeg je ‘unalive’. De taalvorm die het gevolg is van deze zelfcensuur heeft de naam ‘algospeak’ gekregen, een combinatie van ‘algoritme’ en ‘spraak’. Hoe ziet algospeak eruit, en gaat het ook ons offline taalgebruik beïnvloeden?
Dubbele algospeak
Wat doe je als je een woord wilt gebruiken in je tiktok, maar je bent bang voor het censuuralgoritme van het platform? “Ik onderscheid 46 strategieën waarmee je je taal kunt manipuleren”, vertelt Erynn Young, PhD-kandidaat aan de Universiteit van Amsterdam. Voor haar afstudeeronderzoek verzamelde ze 290 gevallen van algospeak en analyseerde van elk daarvan hoe het oorspronkelijke woord was aangepast.
Ze zag allerlei manieren van afkorten (‘sex’ wordt ‘sx’), klankverandering (‘seggs’), lettervervanging (‘s*x’), emoji-gebruik (👌🍆💦), en ga zo maar door. “Tiktokkers maken strategisch gebruik van de modaliteiten die het platform biedt: schrijftaal, spreektaal, en beeld”, vertelt Young. Vaak combineren ze zelfs strategieën. Het woord ‘lesbian’ werd bijvoorbeeld gespeld als ‘le$bean’ om de algoritmische censuur te ontduiken. De automatische voorleesfunctie van TikTok sprak dit uit als ‘le dollar bean’, en vervolgens namen videomakers die uitspraak over – een soort dubbele algospeak.
1337
Helemaal nieuw of uniek voor TikTok zijn de strategieën niet. Young: “Sommige zijn ouder dan het internet, zoals een klinker vervangen door een asterisk, of het wegbliepen van scheldwoorden. Toen mensen in de jaren 90 thuis computers kregen, kwamen daar andere vormen bij. Bijvoorbeeld ‘leetspeak’, een schrijftaalvorm in chatrooms waarbij letters door getallen en symbolen werden vervangen, bijvoorbeeld ‘1337’ voor ‘leet’ (een afkorting van elite, red.).”
Op TikTok komen zulke strategieën nu allemaal samen. Young: “Door de grote aantallen gebruikers die met enorme snelheid content genereren en delen komen veel mensen in aanraking met censuur. Ik denk dat die aanpassingsstrategieën daardoor juist op TikTok zo in de schijnwerpers kwamen te staan.”
Onder de radar
Een van de eerste wetenschappers die algospeak bestudeerden is Kendra Calhoun, taalkundig antropoloog aan de University of Illinois, Urbana-Champaign. Wie gebruiken deze taalvorm eigenlijk? Calhoun: “Er is niet een typische algospeaker, maar er zijn wel groepen die meer geneigd zijn het te gebruiken. Vooral jongeren natuurlijk. Mensen die al op sociale media zaten voordat algoritmes alles gingen bepalen, die vertikken het misschien om hun taalgebruik aan te passen. Jongere gebruikers denken eerder: oké, als ik dit op deze manier zeg komt het bovenaan de feed. Zij passen hun taal voortdurend aan op wat het algoritme fijn vindt.”
Vaak gaat het bovendien om politiek bewuste mensen, voegt Calhoun toe: “Mensen die op een bepaalde manier gemarginaliseerd zijn, bijvoorbeeld vanwege hun huidskleur of geaardheid, maken zich zorgen dat hun identiteit of de dingen waar ze over willen praten als controversieel, taboe of omstreden worden gezien. Zij maken een afweging: als ik over dit onderwerp wil praten, maar het risico wil minimaliseren dat ik een of andere richtlijn overtreed, hoe kan ik het dan zo formuleren dat het onder de radar blijft?”

Jongere gebruikers passen hun taal voortdurend aan op wat het algoritme fijn vindt.
FreepikNiet alles wegfilteren
Eigenlijk is het tegenstrijdig: TikTok zet een algoritme in om het platform veiliger te maken, maar juist gemarginaliseerde gemeenschappen hebben er last van en moeten zichzelf censureren als ze over hun ervaringen willen praten. Dat zien we ook in de offline wereld, denkt Young: “Richtlijnen en protocollen worden vaak ingesteld vanuit het idee dat ze veiligheid en efficiëntie bevorderen. Maar er zijn altijd mensen die tussen wal en schip vallen, en dat zijn historisch gezien steeds dezelfde groepen.”
Heel effectief is de censuur intussen niet. In een recent Amerikaans onderzoek
bleek dat op TikTok allerlei schadelijke content te zien is over zelfmoord en zelfbeschadiging. De tiktoks met algospeak bevatten daar nog meer van dan de filmpjes zonder algospeak. Volgens TikTok werkt het algoritme op AI, en dan zou het makkelijk moeten zijn om ook een typisch algospeak-woord als ‘unalive’ te herkennen en censureren. Maar dat gebeurt niet: ‘unalive’ is juist heel frequent en zichtbaar.
— Kendra Calhoun, taalkundig antropoloogHet is ook een manier om je talige creativiteit en je maatschappelijke bewustzijn te demonstreren
Young vermoedt dat TikTok stiekem niet zo streng wil zijn: “TikTok wil aantrekkelijk zijn voor adverteerders en gebruikers. Ze willen extreme content wel verwijderen, maar ook weer niet álles wegfilteren. Ik vermoed dat de menselijke factor in het algoritme groter is dan we denken – het wordt ook getraind door mensen. Het heeft sowieso geen zin om alles te verwijderen: mensen zijn creatief genoeg om steeds nieuwe vormen te bedenken.” Dus of TikTok nou censureert of niet: het is vooral de anticipatie daarop die zorgt voor continu veranderende algospeak.
Taalspel
Het ontwijken van censuur is inmiddels ook niet meer de enige functie van algospeak, vertelt Calhoun: “Het is ook een manier om je talige creativiteit te demonstreren, en je maatschappelijke bewustzijn. Het is een soort taalspel, waarmee je een identiteit uitdraagt en groepsgevoel verstevigt. Die functies bestaan nu naast elkaar.” Je ziet dit bijvoorbeeld aan algospeaktermen als ‘Cheeto’: de naam van een feloranje type chips dat staat voor Donald Trump. Die naam wordt helemaal niet gecensureerd, maar door hem te vervangen, lijkt het een taboeterm. Daarmee draag je op een grappige manier een politiek standpunt uit.
Niet alleen mensen uit gemarginaliseerde groepen zoals de LHBTQ+-gemeenschap gebruiken algospeak, ook extreemrechtse TikTokkers nemen de taalvorm over. Zij willen niet zozeer praten over taboe-onderwerpen – hun doel is eerder om haatdragende taal te gebruiken zonder gecensureerd te worden. Calhoun ziet een verschil in hun algospeak-gebruik: “In extreemrechtse kringen zie je een term als ‘14 woorden’, die verwijst naar een racistische slogan. Dat is echt een hondenfluitje: wie het snapt, snapt het. In politiek-linkse groepen zie ik meer creativiteit. Het woord ‘gay’ kun je op tien manieren spellen, dus zodra eentje herkend wordt, ga je op een andere spelling over.”

Algospeak is alomtegenwoordig op TikTok.
FreepikEr is nog een groep die graag over controversiële onderwerpen praat: wetenschappers. Stel dat je seksuoloog bent en je onderzoeksresultaten met jongeren wilt delen, kun je dan ook op TikTok gaan vertellen over je ‘seggs research’? “Dat is een risico,” vindt Calhoun. “Veel mensen zien algospeak toch vooral als iets onserieus. Als je dan over ernstige onderwerpen gaat praten in algospeak, dan is er een mismatch. Meestal kun je het taboewoord ook wel op een andere manier vermijden. Als je het over wetenschappelijk onderzoek naar zelfdoding wilt hebben, gebruik dan niet ‘unalive’ maar liever ‘zich van het leven beroven’.”
Invloed op offline taal
Algospeak is alomtegenwoordig op TikTok, maar steekt het ook over naar alledaagse offline taal? Calhoun denkt dat dit vooral bij jongeren gebeurt: “Als je veel tijd op TikTok doorbrengt, dan is TikTok-taal deel van je dagelijkse taalgebruik met je vrienden. Als je die vrienden offline ziet, ga je het ook gebruiken. Dat zie je bijvoorbeeld bij het jongerenwoord 6-7. Voor mensen van mijn leeftijd is dat echt online taal, het is raar om dat offline te zeggen. Maar voor jongeren speelt het sociale leven zich altijd al deels op internet af. Die grens is vaag voor hen.”
Ook buiten het domein van de jongerentaal belandt algospeak wel eens in de offline wereld. Een berucht voorbeeld: in een museum in Seattle hing ooit een bordje met de tekst dat Kurt Cobain “unalived himself”. Er werd schande van gesproken – hoe kon nota bene een museum dit als acceptabel taalgebruik zien?
Young en Calhoun zien beiden dat algospeak woede oproept. Volgens Calhoun is dat vooral een kwestie van angst: “Mensen zijn bezorgd over de invloed van technologie op onze cultuur. Tegen AI in je zoekmachine kun je je nog wel verzetten. Maar als het je taal beïnvloedt, dan raakt dat je dieper. Taal is van ons, daar wil je controle over hebben.”

