Naar de content

Hoe ziet de stad van de toekomst eruit?

Terugblik op het thema Stad in Bloei

Robert-Jan Lechner

Steden van nu zijn hitte-eilanden waar water slecht wegstroomt en de lucht vervuild is. Hoe kunnen we de stad van de toekomst beter inrichten? Dat onderzocht NEMO Kennislink de afgelopen maanden.

31 december 2025

De laatste acht maanden stond NEMO Kennislink in het teken van de groene stad met het thema Stad in Bloei. We keken naar wat er al gebeurt om steden leerbaarder te maken, naar wat er nog beter kan en naar oplossingen waar we zelf misschien niet zo snel aan zouden denken. Tijdens die zoektocht kwamen we van alles tegen. Confronterende realiteiten, innovatieve oplossingen en een herwaardering voor vergeten kennis en gezond verstand. Wat als we al die projecten en inzichten combineren? Hoe zou de stad van de toekomst er dan uit kunnen zien?

Groen en donker

Het is nogal een open deur, maar het eerste antwoord op die vraag moet toch echt ‘groen’ zijn. Meer groen voorkomt hitte, houdt water beter vast en is goed voor de biodiversiteit. Aspecten die zeker met het veranderende klimaat steeds belangrijker worden. Maar groen is ook gewoon goed voor ons welzijn, concludeert collega-redacteur Mariska van Sprundel, na het doorspitten van verschillende wetenschappelijke studies. Hoe goed precies, en in hoeverre dat verschilt per persoon, blijkt nogal lastig te meten. Toch laat onderzoek keer op keer zien dat de mens is afgestemd op de natuur. Van de driehonderdduizend jaar dat de moderne mens op aarde is, woont hij nog maar een fractie in steden van beton en steen. Niet gek dus, dat we blij worden van een boom.

Dat steden meer ruimte moeten maken voor natuur, kwam niet echt als verrassing. Maar er blijken meer factoren om rekening mee te houden. Zo moeten we de stad eigenlijk ook donkerder maken, constateerden we. Nederland is namelijk een van de meest lichtvervuilde gebieden in Europa, met als grootste vervuiler de straatverlichting. Niet alleen de nachtactieve soorten zoals vleermuizen hebben daar last van, maar ook dagactieve soorten die proberen te slapen – waaronder wijzelf. Toch zal het aantal straatlantaarns de komende jaren eerder toe- dan afnemen. Niet alleen door de komst van nieuwe wijken en steden, maar ook voor de veiligheid.

Een concrete oplossing hiervoor is dimbare ledverlichting, vertelde Kamiel Spoelstra, onderzoeker aan het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). ”Daarmee kun je de lichten op normale stand laten branden wanneer er ’s avonds nog veel mensen buiten zijn, en ze dimmen wanneer het rustiger wordt”. Of bijvoorbeeld tijdens het broedseizoen. Dat klinkt als een monsterproject, maar het is haalbaarder dan het lijkt, benadrukte Spoelstra. “Nieuwe wijken kiezen al vaak voor dimbare verlichting, en Rotterdam heeft alle 125 duizend lampen al vervangen voor dimbaar licht.”

Stil en sociaal

Groen en donker dus. Maar we zullen ook iets moeten doen aan de geluidsoverlast. Dat is na luchtvervuiling in Nederland het grootste risico voor de gezondheid, volgens het RIVM. Maar hoe verlagen we dat in dichtbevolkte steden met veel ronkende motoren, industrie, horeca en evenementen?

Stadspsycholoog Sander van der Ham wil dat oplossen door meer stille plekken in de stad te creëren. Hij is om die reden minister van het door hemzelf opgerichte Ministerie van Luwte en ging voor dit thema met Mariska op pad om ‘luwe’ plekken in de stad te vinden: ‘groene, waterrijke en veilige plekken met een prettige akoestiek die op korte loopafstand bereikbaar zijn waar mensen zich kunnen ontspannen’. Dat is niet alleen goed voor de stad en de natuur, vertelde Van der Ham: “Mensen vinden het vaak ook fijn om samen een straat te vergroenen.” Er zit dus ook een sociale component aan.

De Groene Oase in Rotterdam-Zuid.

Mariska van Sprundel

Schone lucht

Dan die luchtkwaliteit. Die verbeteren blijkt niet zo simpel. Groen in de stad kán de luchtkwaliteit namelijk verbeteren maar ook verslechteren. Dat laatste gebeurt vooral in smalle straten met hoogbouw aan beide zijden. Als er in deze straten bomen staan, dan kunnen ze de uitlaatgassen van het verkeer tegenhouden. Netto weegt dit nadeel niet op tegen de voordelen van bomen in de stad, vertelde Maarten Krol, hoogleraar Luchtkwaliteit en Atmosferische Chemie van Wageningen Universiteit. “Bomen leveren schaduw en zorgen voor verdamping van water, met een verkoelend effect. Ze houden water vast bij regenval om overstroming te voorkomen. En mensen voelen zich goed in het groen.”

De echte oplossing zal toch echt minder uitstoot moeten zijn, door bijvoorbeeld meer elektrische voertuigen. Een tijdelijke oplossing zou zijn om bomen wat verder uit elkaar planten, “zodat de wind vrijer spel heeft om de lucht te verversen.” Dat heeft bovendien nog een voordeel: als bomen de ruimte krijgen om goed te groeien, kunnen ze ouder worden en meer CO2 opvangen.

Creatieve oplossingen

Want als het gaat om vergroening denken we vaak in eerste instantie aan méér groen, zag collega-redacteur Roel van der Heijden. Op zichzelf is dat een goed streven, maar we vergeten vaak het groen dat we al hebben goed te benutten. Veel stadsbomen worden niet ouder dan dertig of veertig jaar, vertelde Arnold Meulenbelt, hoofd boomtechnisch advies van Bomendienst idverde. Niet omdat ze niet ouder kúnnen worden, maar omdat ze steeds sneuvelen bij de vernieuwing van de straat. Dat is niet alleen zonde: het is ook heel inefficiënt. “Op de lange termijn kun je met vier grote bomen meer bereiken dan met dertig kleintjes.”

We zouden sowieso wat creatiever kunnen zijn, lieten vele experts ons zien. Denk aan pergola’s op plekken waar de stadsbodem té bezet is bijvoorbeeld, of nepbomen waar klimplanten omheen groeien die zo toch schaduw kunnen bieden.

Ook mensen zelf kunnen een grote bijdrage leveren aan vergroening, zo bleek in de blogreeks Groen doen. Van insectenhotels tot vijvers, en van regentonnen tot groene daken: je kunt als burger meer impact maken dan je zou denken. Ook al heb je maar een kleine tuin. De meeste dieren en insecten hebben namelijk meerdere tuinen als hun leefgebied. Dat leefgebied kun je al uitbreiden door slechts een paar tegels te wippen. Maar ook toenemende hitte en wateroverlast kun je op kleine schaal bedwingen door het plaatsen van een sedumdak of een regenton.

Regenton in tuin Myrte

Regenton in de tuin van Myrte.

Myrte Nowee

Techniek

Vele oplossingen die we vonden kwamen platgeslagen neer op een soort hervinding van de natuur. Maar, betoogde auteur van ‘De natuur van onze steden’ Nadina Galle: we moeten niet alleen ’terug’ naar de natuur, maar ook voorwaarts de natuur in. Waarmee ze bedoelt dat we ook moeten kijken op welke manier technologieën kunnen helpen om een veerkrachtige stad te ontwerpen. Natuur en techniek hoeven volgens haar namelijk helemaal geen tegenpolen van elkaar te zijn.

Dat ondervond ook Roel in de serie over groene innovaties. Met zogenaamde ‘waterbuffers’ kunnen platte daken bijvoorbeeld als een tijdelijke opslag werken en het riool ontlasten tijdens zware regenval, waarna het langzaam de bodem in kan zakken. Maar denk ook aan watersensoren in de grond, die ervoor zorgen dat significant meer bomen de droge zomers overleven. Of warmtecamera's die precies laten zien welke plekken in de stad gebaat zijn bij meer schaduwrijke begroeiing. En regendrones waarvan één exemplaar genoeg vlamvertagend materiaal bij zich kan dragen om duizend vierkante meter te blussen.

Samen

Genoeg mogelijkheden dus. Maar waar te beginnen? Na zo veel research kon het wel eens lijken alsof er wel erg veel moet veranderen om de stad van de toekomst ook daadwerkelijk toekomstbestendig te maken. “De problemen en oplossingen waarover we schreven bleken allemaal met elkaar verbonden”, blikt Mariska terug op het thema. 

Daarnaast versterken al die factoren elkaar. “Weinig stadsgroen zorgt voor een warmere stad die slecht bestand is tegen overstromingen en waar het onprettig is om te wonen.” Andersom werkt die versterking net zo. “Met meer stadsgroen wordt een stad juist koeler, béter bestand tegen overstromingen en wordt het voor veel mensen juist een aangenamere plek om te leven.”

Wat de toekomst daadwerkelijk gaat brengen, zullen we moeten afwachten. De ideeën zijn er in ieder geval. Makkelijk zal het niet worden om oude steden te hervormen, en nieuwe steden perfect in te richten op de veranderende toekomst. Maar met wat stappen in de goede richting kunnen we misschien wel een zichzelf versterkende cascade op gang brengen. Met als ultieme droom een stad van de toekomst waarin mens, natuur en techniek elkaar niet uitsluiten, maar elkaar allemaal een handje helpen.