Vormen van non-monogamie worden steeds normaler. Is het een breuk uit de eeuwenoude, onnatuurlijke ‘gevangenis’ van monogamie? Of juist een trend die voor maar weinig stellen écht goed uitpakt?
Valentijnsdag, voor wie het viert, is dé dag van het jaar om volle aandacht te geven aan je levenspartner. Je wederhelft, je one and only… of misschien niet zo only? Misschien lag je vannacht in bed met een ander en zit je met dezelfde kleren als gister bij je romantische Valentijnsdiner. En dat vinden jullie prima zo.
Trouw zijn aan één partner is al lang niet meer vanzelfsprekend, vooral onder jongeren. Het levert vaak scheve blikken op bij monogame vrienden en familie. “Dat werkt toch niet, vroeg of laat wordt er eentje jaloers”. Inderdaad, het werkt lang niet voor iedereen, maar koppels die het goed aanpakken worden er soms sterker van. Waar komt de behoefte voor non-monogamie vandaan, en wat zijn de voorwaarden voor succes?
Open relatie
Eerst even wat termen op een rij. Monogamie is bijna overal ter wereld de norm. Je bent dan, zowel romantisch als seksueel, trouw aan één partner. Daarvan afwijken is non-monogamie, en dat neemt grofweg twee vormen aan, vertelt relatie-onderzoeker Tila Pronk van de Tilburg University. “In een open relatie ben je romantisch gebonden aan één partner, maar je geeft elkaar de vrijheid om fysiek te zijn met anderen. Dat kun je op allerlei manieren inrichten: seks of alleen zoenen, wel of niet aan elkaar vertellen. Ben je getrouwd, dan heet het een open huwelijk.” Op datingapps gebruikt men de term ‘ethische’ non-monogamie (ENM) om te signaleren: dit is afgesproken, geen vreemdgaan.
“Daartegenover staat polyamorie” vervolgt Pronk, “waarbij je meerdere relaties naast elkaar hebt, die zowel romantisch als seksueel zijn. In tegenstelling tot een open relatie heb je meestal geen losse avontuurtjes daarbuiten. Je bent dus wel trouw, maar dan aan meerdere partners. Het is een levensfilosofie: ‘ik geloof niet in één partner hebben’.”
— Tila PronkJe kunt de boel niet zomaar opengooien en kijken waar het schip strandt
Die filosofie is vrij zeldzaam. Polyamoristen zijn dus zwaar in de minderheid: slechts 0,8 procent van Nederlanders, volgens een onderzoek van Rutgers uit 2017. De open relatie, daarentegen, wint steeds meer terrein: een kwart van Nederlandse jongeren staat open voor een open relatie en vorig jaar claimde één op de drie Belgen ooit een open relatie te hebben gehad.
Hoe ‘open’ stellen in de praktijk zijn, en of dat echt meer is dan bijvoorbeeld vorige eeuw, is niet duidelijk. Wat wel zeker is: het taboe verdwijnt. Steeds meer bespreken we non-monogamie als een normale optie in onze talkshows, films en tv en social media. Vooral op datingapps is de verschuiving duidelijk. Niet verrassend dus dat het vooral onder jongeren populairder wordt.
Liefde en lust
Is de mens dan toch een non-monogaam wezen? Ja én nee, zegt Leslie van der Leer, sociaal psycholoog aan de Universiteit Utrecht. Menselijk relatiegedrag is sterk individueel: wat voor de één werkt, hoeft voor de ander niet te werken. “Als mens zijn we wel gemaakt om ons te binden aan één partner, omdat we baby’s krijgen die na hun geboorte nog jaren zorg nodig hebben. Daarom vormen we een emotionele, romantische band.”

Als mens krijgen we baby's die nog jarenlang zorg nodig hebben, wat dat betreft is het fijn om een langdurige partner te hebben.
Freepik“Maar daartegenover staat onze meer kortzichtige, fysieke drang: de lust.”, vervolgt ze. “Idealiter gaat die hand in hand met je romantische band, maar het is heel normaal dat andere mensen dat ook in je aanwakkeren. Zeker naarmate de passie in je eigen relatie afneemt. De meeste mensen in een gelukkige relatie kunnen dat gevoel makkelijk tegenhouden, maar genoeg mensen vinden dat juist moeilijk en willen wél iets met dat gevoel doen.”
In een streng monogame cultuur zijn er dan twee opties: onderdrukken, of vreemdgaan. De geschiedenis leert dat mensen vaak voor het tweede kiezen, met pijnlijke gevolgen. Maar nu seksuele exclusiviteit niet meer vanzelfsprekend is, zijn koppels vaak eerlijker naar elkaar over hun behoeftes.
Veel praten
Het gesprek openen is goed, maar slechts het begin, ziet Pronk. “Non-monogamie is hard werken. Vooral polyamorie, daarin moet je constant tussen je partners schipperen en afstemmen of iedereen nog tevreden is. Maar ook een open relatie vergt tijd een aandacht. Het beste is om je relatie in de datingfase al te ‘openen’, dan kun je het samen vormgeven.”
Wie van een monogame naar een open relatie wil overstappen, gaat een moeilijker traject in: “Je kunt de boel niet zomaar opengooien en zeggen, we kijken waar het schip strandt. Dat gaat mis. Het begint juist met veel gesprekken, kleine stapjes, en de vinger aan de pols houden. Hoe voelt dit voor ons? Zo nodig schakel je terug.”
Communicatie is dus cruciaal in non-monogamie. Doe je dat goed, dan hoeven andere sekspartners de relatie niet te schaden. Uit een grootschalig, wereldwijd onderzoek blijkt dat non-monogame stellen net zo gelukkig zijn als de monogame meerderheid. Polyamoureuze relaties scoren gemiddeld zelfs hoger, omdat ze hun romantische én seksuele behoeftes bij meerdere partners halen.
Genieten van geluk
Goede communicatie kweekt ook vertrouwen, zegt Van der Leer. “Veel mensen zijn bang dat hun partner hen verlaat voor een ander. Maar als je leert dat je partner telkens terugkomt, ga je elkaar juist meer vertrouwen. Qua communicatie kunnen monogame koppels veel leren van non-monogamen.”
Toch is het meestal niet verlatingsangst, maar jaloezie, die zorgt dat we onze partner graag voor onszelf houden. “Jaloezie is een heel normaal in een relatie.” zegt Pronk “Non-monogamen zien dat gevoel niet als een probleem, maar reflecteren erop: ‘hé, ik merk dat ik jaloers ben. Wat doen we hiermee?’ Dat kan tot goede gesprekken leiden.”
Veel polyamoureuze mensen voelen zelfs het tegenovergestelde van jaloezie: compersie. “Je haalt dan juist voldoening uit het geluk van iemand anders, zoals ik kan genieten van mijn zoontje die een lekker stuk appeltaart eet. Ik hoef er zelf niet van, maar ik geniet via hem.”

Een goede communicatie kweekt vertrouwen en reflecteren op gevoelens kan tot goede gesprekken leiden.
FreepikSterke basis
Toch werkt non-monogamie lang niet altijd, benadrukt Pronk. “Wat bijvoorbeeld vaak voorkomt, is dat stellen op elkaar zijn uitgekeken en uit wanhoop hun relatie opengooien. Dat is de verkeerde motivatie. Een relatie moet juist stabiel zijn om open te gaan. Non-monogamie hoort geen redmiddel zijn.” Dit soort gevallen trekken het gemiddelde ‘succes’ van open relaties dan ook omlaag.
Tegelijkertijd is non-monogamie voor singles een manier om zich juist níet te hoeven binden. Er zijn meer vrijgezellen dan ooit, en die zijn kritischer geworden op romantische liefde. Ze vinden hun vrijheid belangrijk en willen hun opties openhouden. Non-monogamie kan dan werken, maar wanneer het eigenlijk bindingsangst in vermomming is, maakt het iemand niet gelukkiger.
Voor zowel Van der Leer als Pronk is de conclusie helder: non-monogamie kan onderdeel van een gelukkige relatie zijn, maar de basis moet sterk zijn en het vraagt veel aandacht, tijd en vooral communicatie. Dat we het steeds normaler vinden helpt daarbij, en het is zeker geen trend die overwaait, stelt Pronk. “Voor een bepaalde groep mensen past het heel goed, zeker in een bepaalde fase van hun leven. Maar we moeten niet vergeten dat verreweg de meeste mensen uiteindelijk kiezen voor een monogame relatie. Dat gaat ook niet veranderen.”

