AI is handig, maar de macht erachter is steeds moeilijker te negeren. In ‘De machtscode’ laat Marietje Schaake zien hoe AI onze democratie raakt, maar de lezer blijft achter met een ingewikkelde vraag: wat kan ik zelf nog doen?
Terwijl het ongemak rondom AI en haar schimmige techbro’s groeit, passeerde ChatGPT op 3 juni 2026 de 1 miljard gebruikers – nog nooit groeide een app zo snel. Het koffietafelgesprek verschuift mee, van “waar gebruik jij het allemaal voor?” naar de vraag hoe om te gaan met dat ongemak, want het is soms toch wel heel handig om je mailtjes door een chatbot te laten herschrijven.
Vooralsnog overheerst, geef ik eerlijk toe, bij mij het gevoel dat je er maar beter gebruik van kan maken. Dat komt volgens cyberexpert Marietje Schaake omdat ‘we niet willen onderdoen voor onze collega’s, concurrenten of medestudenten die AI al gretig omarmen’, zo schrijft ze in haar nieuwe pamflet ‘De machtscode’. Terwijl de trein door dendert, is er weinig ruimte om stil te staan bij risico’s over gedragsbeïnvloeding, privacy, AI-psychose, overmatig energie- en waterverbruik en meer.
Techbro's aan de knoppen
Precies van die race to the bottom moeten we ons los zien te breken, schrijft Schaake. Ze kan het weten, als expert behind enemy lines. De universiteit van Stanford, waar ze werkzaam is, ligt midden in Silicon Valley in Californië, op steenworp afstand van de hoofdkantoren van Google, OpenAI en Anthropic. Daar leven de populairste chatbots en de programmeurs die hun mogelijk maken. Eerder schreef ze al de internationale bestseller ‘De tech coup’, over hoe ‘de buitensporige macht van technologiebedrijven de democratie bedreigt’.
In het compacte en vlot geschreven pamflet ‘De machtscode’ legt Schaake de vinger op alle zere plekken. AI is geen kwestie van voor- en nadelen afstrepen: het kan ons veel brengen, maar kan ook gebruikt worden als instrument van onderdrukking en als wapen tegen de democratische rechtsstaat. Sterker nog: dat gebeurt al. Terwijl het boekje je leert over hoe AI-technologie zich langzaam in de kern van onze democratie wortelt, snap je ook meteen waarom dat een groot probleem is. Al is het maar vanwege de schimmige ideologieën van de techbro’s die aan de knoppen zitten.

Marietje Schaake schreef eerder al 'De tech coup' en waarschuwt nu voor de invloed van AI-technologie op onze democratie.
Stanford UniversityWeinig illusies
Terwijl wetenschappers en ontwikkelaars discussiëren over de vraag of AI al intelligenter dan de mens is, of dat het zelfs bewustzijn heeft, missen we volgens Schaake iets veel belangrijkers: “De essentie is dat AI invloed heeft op het welzijn, het werk en de weerbaarheid van mensen, en daarmee ook op de maatschappij. Dat mensen handelen naar wat zij denken dat AI is.” De beloftes van AI worden in het boek vakkundig ontmanteld of op z’n minst in perspectief geplaatst, waardoor je als lezer achterblijft met weinig illusies over of die invloed onder de streep netto winst voor de wereld betekent. Spoiler: dat doet het maar voor een héél, héél, héél klein groepje mensen.
De beloftes van AI worden in het boek vakkundig ontmanteld of op z’n minst in perspectief geplaatst
Schaake maakt van haar lezers volwaardige technocritici. In die zin is het een zeer nuttig pamflet voor op die koffietafel of om iemand cadeau te doen die nog in het wensbeeld verkeert dat AI alle problemen op aarde gaat oplossen en meer.
Grote woorden
Het is nogal wat, in een boekje van pakweg 150 pagina’s de totale maatschappelijke impact van AI proberen te vangen én oplossingen geven. Er is bij schrijven over AI altijd het risico dat je na een halfjaar alweer irrelevant bent. Schaake herkent dat door exclusief bronnen uit de afgelopen drie à vier jaar te gebruiken en daar effectief de machtsmechanismen onder actuele ontwikkelingen mee bloot te leggen. Die blijven voorlopig nog relevant, denk ik zo.
In het laatste hoofdstuk behandelt Schaake allerlei nodige - met name politieke – ontwikkelingen, zoals een nulmeting van digitale afhankelijkheden, een regulering voor AI-tools à la medicijnkeuring. Ze breekt een lans voor Europa als bolwerk waar de democratie wél beschermd is. Maar dan heeft het wel wat ‘liefde’ nodig, schrijft ze, zonder heel duidelijk uit te leggen wat dat dan is. Haar pleidooi is niet verrassend, ze was immers tien jaar lang Europarlementariër namens het metropolitaanse D66.
Toch hunker ik als lezer na het lezen van dit boekje vooral naar handelingsperspectief. Het grootste gedeelte van de tekst is doem; oplossingen en handvatten blijven voor het grootste gedeelte uit of beperken zich tot politieke aanbevelingen. Burgers kunnen weinig beginnen, behalve overstappen naar Europese alternatieven – daar wordt één alinea aan gewijd.
High-techproducent in vredestijd
De hoop dat we ons via Europa kunnen wapenen wordt neergezet door Oekraïne als voorbeeld te noemen, voor eenieder die denkt dat het niet zal lukken. In oorlogstijd heeft Oekraïne zich razendsnel ontpopt tot high-techproducent, onder druk van de Russische dreiging. Dat zouden wij toch in vredestijd voor elkaar moeten kunnen krijgen, schrijft Schaake.
Wat ze zegt klopt natuurlijk als een bus, maar er mist een belangrijke constatering. Want wat Oekraïne wel heeft en wij niet, is een gevoel van urgentie. Terwijl Oekraïne vecht voor haar bestaansrecht, ontwaakt Europa nog te langzaam uit een vredige na-oorlogse beauty sleep, waarin we naïef en verlamd achter onze overzeese bondgenoten aanliepen. De urgentie leeft wellicht bij mensen die hier hun carrière aan wijden, maar is die al doorgedrongen tot het grote publiek?
Indirect geeft Schaake aan dat dat gevoel van urgentie het allerbelangrijkste is. Als ze met dit pamflet veel mensen wil overtuigen om in actie te komen, waren meer handvatten voor burgers wellicht fijn geweest. Misschien is de sombere conclusie wel dat die er – voor de meeste mensen - niet echt zijn. In dat geval hoop ik maar dat haar partijgenoten in het landsbestuur dit boekje bovenaan de leeslijst hebben staan en we gauw een Minister van Digitale Zaken krijgen.

