Naar de content

Overstappen op een computer zonder Windows

Een miniatuurpoppetje met een schrijfblok zit op een microchip in de binnenkant van een computer
Een miniatuurpoppetje met een schrijfblok zit op een microchip in de binnenkant van een computer
Magnific

Losbreken van Amerikaanse Big Tech betekent ook stoppen met Microsoft en zijn besturingssysteem Windows. Redacteur Kas Jansma waagt de overstap naar opensource alternatief Linux.

24 juli 2026

Een poosje geleden mocht ik als journalist aanwezig zijn bij een masterclass over digitale soevereiniteit. Daar bevond ik me onder pioniers die binnen hun organisatie al flink bezig zijn de Amerikaanse digitale tentakels door te zagen. Ik reken me graag tot dat gezelschap, al is het waarschijnlijk een stuk makkelijker om mijn eenmanszaak (met maar één werknemer: ikzelf) digitaal autonoom te maken. Des te pijnlijker dat ik in één van de gesprekken met de aanwezigen aan het eind een serieus pijnlijke sneer kreeg: “Je zegt dat je serieus bent, maar ik zie dat je Windows gebruikt? Laat me niet lachen.” Hij had natuurlijk gelijk. Losbreken van Amerikaanse Big Tech betekent losbreken van Microsoft en dus ook van zijn besturingssysteem Windows.

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Windows is letterlijk de kern van hoe ik het meest tech gebruik: op een pc. Al sinds ik als zesjarig jongetje spelletjes mocht spelen op de pc van mijn ouders gebruik ik Windows, van Windows 95 naar 98, XP, Vista, 7, 10 en nu Windows 11. Eerlijk gezegd had ik ook niet zoveel te klagen over Windows: het werkt snel en intuïtief, het is voorlopig nog steeds de absolute standaard voor appontwikkelaars, en na 25 jaar heeft het weinig geheimen meer voor me.

Toch is er op het internet een heuse Microsoft-exodus gaande: YouTuber LinusTechTips noemt de overmatige focus van Microsoft op AI-tools (zelfs in Paint!) en privacy-issues als reden, anderen stoppen in het geheel met Big Tech, of willen meer open source en daarmee ‘softwarevrijheid’ en meer controle over je computer. Weer anderen voeren de betrokkenheid van Microsoft bij software die door het Israëlische leger wordt gebruikt om Palestijnen in degaten te houden, aan als reden. Kortom, genoeg redenen om weg te gaan bij Microsoft, naast dat het een interessante blog oplevert. Maar waarheen?

Kern

Eigenlijk is er maar één geschikt opensourcealternatief: Linux. De term Linux wordt doorgaans gebruikt als een verzamelnaam voor besturingssystemen die allemaal draaien op een kern van dezelfde naam: de Linux-kernel. Omdat die kern open source is (alle broncode is gratis en publiek zichtbaar) kan iedereen (met programmeerskills) een eigen besturingssysteem bouwen: een Linux-distribution, of distro, genaamd.

De hele wereld draait op Linux, zonder dat mensen dat weten

Veel mensen hebben dat gedaan, met het resultaat dat je waarschijnlijk allang een Linux-achtig besturingssysteem gebruikt. Heb je een Android-telefoon of Chromebook-laptop? Linux! Samsung- of LG-tv? Ook Linux. Auto’s van Tesla, Toyota en Mercedes, allemaal gebruiken ze Linux. Zo’n 96 procent van alle publieke websites draait ergens op een server die op Linux werkt. Zelfs MacOS, iOS en iPadOS van Apple zijn gebaseerd op UNIX, waarmee ze een gemeenschappelijke voorouder met Linux delen. Of zoals opensourcesoftwareontwikkelaar Eric Fennes het zegt: “De hele wereld draait op Linux, zonder dat mensen dat weten.” Toch draaide in 2025 nog geen 5 procent van alle gebruikers Linux op hun eigen computers, ondanks dat Linux-gebruikers van het eerste uur al jaren en jaren voorspellen dat de onvermijdelijke totale marktovername van Linux nu toch echt aanstaande is.

Tijd voor mij om op de trein te springen, hoe angstaanjagend ook. Zoals elke grote techingreep is een nieuw besturingssysteem installeren nogal een onderneming. Ik stel het steeds een weekje uit, want wat als het straks niet meer werkt? Nu werkt alles nog en mijn hele leven staat op de schouders van werkende computers… Ik heb alles driedubbel geback-upt op drie verschillende schijven, twaalf keer gecheckt of dat goed is gegaan en vier nachtmerries gehad over filmpjes van belangrijke momenten in m’n leven die opeens verdwenen zijn.

Hagelslag 

De grote sprong begint met een belangrijke keuze: welke distro, welke smaak van Linux, ga ik gebruiken? Het is een onmogelijke keuze. Stel je voor dat er normaal gesproken iemand jou eens per week een zakje hagelslag komt brengen, en nu sta je opeens in een supermarkt met een heel schap vol met verschillende soorten: melk, puur, wit, puur en wit door elkaar, XXL, schuddebuikjes, melk met funnies, XXL met funnies van witte chocolade, een stuk chocola met verschillende vormpjes en een soort apparaat om zelf hageltjes uit de chocola te drukken – de keuze is eindeloos. Echt eindeloos.

Ik ben voor deze eerste keer maar voor een relatief simpele gegaan, een instapversie: Linux Mint. Die lijkt in veel opzichten op Windows, waardoor de overstap (hopelijk) soepeltjes verloopt. Omdat ik naast een pionier ook een lafaard ben, wil ik naast Linux nog wel Windows kunnen gebruiken. Gelukkig kan dat met een zogeheten dual boot. Sommige voor mij belangrijke apps (zoals Adobe Photoshop en Première Pro) en sommige games (met name online games met strenge anti-cheat, zoals Call of Duty en League of Legends) zijn nou eenmaal niet beschikbaar op Linux – een keuze van de gameontwikkelaars.

Dual booten betekent wel dat je op de harde schijf waarop je Windows en Linux installeert, duidelijk moet aangeven welk stuk voor Windows is en welk gedeelte voor Linux. Dat gaat niet vanzelf, maar na een flink aantal YouTube-filmpjes, hulp van Co-Pilot (lekker puh, Microsoft) en flink wat aankloten is het dan gelukt: ik heb zowel Windows als Linux. Dat kost een dag of wat, dus energie om alles te gaan personaliseren heb ik niet meer.

Keuzevrijheid

De weken na installatie ontdek ik dat personaliseren wel de crux van Linux is. Er is zoveel keuze en zoveel vrijheid om het helemaal naar je hand te zetten, dat je het bij wijze van spreken volledig op Windows kunt laten lijken. Dat is een voordeel en een nadeel, want veel keuzevrijheid betekent dat personaliseren gewoon tijd kost. Zowel om alle nieuwe dingen uit te vogelen, als om het volgens je eigen voorkeur in te richten.

Desalniettemin gebruik ik Linux een week later nog steeds met liefde en geniet ik van knoppen aanpassen, sneltoetsen instellen, programmaatjes uitproberen, enzovoort. Soms kom ik iets tegen dat nog niet werkt en duik ik het internet in voor oplossingen. Tot nu toe is die oplossing er altijd geweest. Dat gepruts moet je leuk vinden, natuurlijk. Het is transitiepijn die ik van harte incasseer. Ondertussen heb ik de deadline van dit stuk al drie keer verplaatst, want al dat geknutsel kost me een hoop tijd…