Naar de content

Religie in de achtbaan

De rol van geloof in themaparken

Pagode in de Efteling
Pagode in de Efteling
iStock/Pixelbizz

Lekker een dagje naar de Efteling of Madurodam deze meivakantie? Zonder dat je het doorhebt, sturen zulke themaparken je beeldvorming, stelt religiewetenschapper Ernst van den Hemel.

27 april 2026

Een ritje door Droomvlucht, een duik met de achtbaan Baron 1898 en ten slotte nog een rondje door het Sprookjesbos. Tijdens een dagje Efteling lijkt religie ver te zoeken. Toch zijn themaparken als dit niet alleen plekken van entertainment, maar ook uitingen van religieuze overtuigingen, ziet Ernst van den Hemel, religiewetenschapper aan het Meertens Instituut. “De Efteling is in de jaren vijftig gebouwd als vorm van verantwoord katholiek vermaak”, vertelt hij. “Kinderen worden niet alleen door elkaar geschud en volgestopt met suiker, zoals op de kermis, maar leren dankzij de verhalen van Langnek en de Dansende Schoentjes ook over de moraal van sprookjes.”

Anders dan bij pretparken, zoals Walibi of Duinrell, gaat het bij themaparken niet alleen om vermaak; ze hebben ook de bedoeling om bezoekers iets mee te geven en hen iets te leren. De Efteling is in Nederland de bekendste, maar denk ook aan parken als het Archeon, Disneyland of het Zuiderzeemuseum. Van den Hemel onderzoekt wat zulke parken de bezoekers willen meegeven.

Onderdompelen

Het idee om hier onderzoek naar te doen, ontstaat als Van den Hemel tijdens een motorreis door China het Oriental Buddha Park tegenkomt. “Natuurlijk moest ik daarheen, want het is als religiewetenschapper fantastisch om te zien hoe ze het boeddhisme verbeelden in communistisch China, waar religie gevoelig ligt.” Als hij een tijdje later een keer in Istanbul komt en op ‘Miniatürk’ stuit, een op Madurodam geïnspireerd themapark waar hij miniatuurmoskeetjes kan bewonderen, weet hij het zeker: hiernaar wil hij onderzoek doen. Samen met collega’s kijkt de onderzoeker hoe religie wordt verbeeld in themaparken in Nederland, China, Turkije en de Verenigde Staten.

Themaparken weerspiegelen niet alleen identiteit, maar vormen die ook

Van den Hemel let vooral op de manier waarop themaparken bezoekers volledig onderdompelen in een ervaring. Hij noemt dit een ‘immersieve ervaring’. “Doordat je in themaparken kan rondlopen, worden al je zintuigen ingeschakeld. De parken vertellen je niet alleen dat religie belangrijk is, maar nodigen je uit om het te vóélen.” Bij museum Oriëntalis loop je bijvoorbeeld door een replica van het Heilige Land, bij het Arkmuseum, oftewel het ‘eerste drijvende Bijbelse themapark van Europa’, ervaar je het Bijbelverhaal van de Ark van Noach.

Reprogrammeren

De focus in Van den Hemels onderzoek ligt op een aantal centrale vragen: wat doet zo’n immersieve ervaring met de bezoeker en hoe kunnen deze inzichten op een zinvolle manier worden ingezet? Hoewel immersieve ervaringen vaak onschuldig en vermakelijk zijn, kunnen er ook kritische kanttekeningen bij worden geplaatst, vertelt Van den Hemel.

Disneyland Hong Kong in de avond in kersttijd, met overal lampjes en veel mensen

Iemand die zich sterk bewust was van de kracht van beleving, was Walt Disney. Hij introduceerde hiervoor de term ‘imagineering’, oftewel het creëren van verbeelding.

iStock/Chris Bucanac

Een van die vragen is: hoe levendig mag een ervaring zijn? Van den Hemel noemt geur als voorbeeld. “Themaparken en winkels zetten op allerlei manieren geur in om bezoekers in de juiste stemming te krijgen. Maar er bestaan ook tentoonstellingen waar de geur van bloed of urine wordt verspreid. In hoeverre is dat nog acceptabel?” Daarnaast zijn er in de Verenigde Staten rond Halloween spookhuizen waarin mensen christelijk geaccepteerde griezelverhalen te zien krijgen. “Er zitten daar best wel traumatiserende beelden in waarin bezoekers bang worden gemaakt voor wat er gebeurt als je niet gelooft, of homo of transgender bent.”

Bovendien maken de ontwerpers van een immersieve ervaringen keuzes over wat voor verhaal ze je willen vertellen. Omdat de ervaring zo levendig is, kan dat grote impact hebben op de denkbeelden van bezoekers. “In Turkije heb je bijvoorbeeld de Hagia Sophia experience, waarbij je beelden te zien krijgt van wat de Hagia Sophia betekent in de geschiedenis van Turkije. De makers van de tentoonstelling hebben aangegeven dat ze het brein van bezoekers op die manier willen ‘reprogrammeren’ met nieuwe inzichten. Het is maar de vraag hoe wenselijk dat is”, aldus Van den Hemel.

Moskeeën in Madurodam

Makers van themaparken zijn bewust bezig met wat ze bezoekers willen meegeven, en kunnen dat tot in detail – van looprichting tot lettertype – beïnvloeden. Maar voor de bezoekers is het niet altijd duidelijk dat ze meegenomen worden in een bepaald narratief. Wie zonder voorkennis naar de Efteling gaat, zal er niet direct katholieke thema’s in zien, en kinderen die met de bootjes in Madurodam spelen, zullen misschien niet herkennen dat het van oorsprong een oorlogsmonument voor de Tweede Wereldoorlog was. De onderliggende ideeën probeert Van den Hemel met zijn onderzoek bloot te leggen.

Ook in ontkerkelijkt Nederland is religie namelijk relevant, legt Van den Hemel uit. “Ten eerste lijkt er onder jongere generaties een hernieuwde interesse voor religie te zijn. Ten tweede is er veel aandacht voor het christendom als onderdeel van de Nederlandse identiteit. Zo zie je in de skyline van Madurodam een heleboel kerkgebouwen, wat een beeld schetst van het verleden waarin het christendom een belangrijke rol speelde. En sommige politieke partijen stellen dat ze de joods-christelijke cultuur verdedigen, waar de islam niet bij zou passen.” Van den Hemel concludeert: “Ook bij mensen die zelf niet geloven, roept religie een hoop emoties op.”

Van den Hemel merkt dat ook in zijn eigen onderzoek. “Alleen al het feit dat mensen boos kunnen worden als je vraagt waarom er geen moskeeën staan in Madurodam, laat zien dat religie en themaparken mensen raakt. Ik heb gemerkt dat onderzoek naar themaparken gevoelige materie kan zijn; het kan irritatie oproepen dat je iets analyseert waar volgens sommigen vooral van genoten moet worden. Dan kom je ook aan mensen hun jeugd.”

Voor Van den Hemel is deze irritatie juist een bewijs van de relevantie van zijn onderzoek. “Themaparken weerspiegelen niet alleen identiteit, maar vormen die ook”, stelt hij. Hij benadrukt dat themaparken niet onderschat moeten worden. “Met miljoenen en miljoenen bezoekers per jaar gaat er een heleboel geld in om. Nederland heeft bovendien een van de grootste themaparkdichtheid ter wereld. De gemiddelde afstand tot een attractie zoals een dierentuin, themapark of speeltuin is vijf kilometer.”

Meer lagen

Een mooie bijkomstigheid voor Van den Hemel is dat hij voor zijn onderzoek al die themaparken wel moet bezoeken om ze te ervaren. “Zo kom je nog eens ergens”, grapt hij. Je hoeft overigens geen religiewetenschapper te zijn om met een kritische blik naar entertainment te kijken, stelt hij. Zodra je ogen eenmaal geopend zijn, ontdek je dat een themapark veel meer lagen bevat dan je op het eerste gezicht zou vermoeden.

Maar hoe doe je dat? Van den Hemel geef tips: “Stel jezelf de vraag: welke verbeelding wordt hier gesuggereerd en hoe wordt dat gedaan? Let ook eens op je neus: waar ruikt het naar? Welke emotie roept het op?” Voor bezoekers van Madurodam adviseert hij om ook te letten op wat er niét te zien is. “Wat hoort volgens de makers wel of juist niet bij de Nederlandse cultuur?” Op die manier zie je niet alleen het verhaal van het themapark zelf, maar ook de keuzes die eraan ten grondslag liggen, en wat die vertellen over de Nederlandse cultuur.