Dat slavernij vroeger grote negatieve impact had op tot slaaf gemaakte mensen staat als een paal boven water. Maar ook nu, meer dan 150 jaar na de afschaffing van slavernij, ervaren nazaten nog een effect op hun gezondheid.
Een verstoorde relatie tussen zorgverlener en patiënt, een strenge opvoedingsstijl voorbereidend op leven in een ongelijke samenleving, of chronische stress: het zijn allemaal zaken die vaker voorkomen bij mensen met tot slaaf gemaakte voorouders. Zij worden ook wel nazaten genoemd en kunnen tot op de dag van vandaag de gevolgen van slavernij ervaren.
Om erachter te komen op wat voor manier Trans-Atlantische slavernij doorwerkt op de gezondheid van nazaten, gaf het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de Universiteit van Amsterdam de opdracht om in dit thema te duiken. Antropoloog Alana Helberg-Proctor schreef een rapport aan de hand van literatuuronderzoek en interviews met bijna dertig experts, waarvan een deel zelf ook nazaat is.
Zoektocht
Dit rapport was hard nodig, merkte Helberg-Proctor. “Hoewel er al wel meer historisch onderzoek is gedaan naar slavernij, is er heel weinig bekend over de hedendaagse doorwerking, en al helemaal in Nederland. Ook het perspectief van tot slaaf gemaakte mensen en hun nazaten ontbrak vaak.”
Voor haar literatuuronderzoek gebruikte ze noodgedwongen voornamelijk Noord-Amerikaanse wetenschappelijke literatuur. Maar deze inzichten zijn slechts ten dele toe te passen op de Nederlandse context. De slavernij vond, anders dan in de VS, niet plaats in Nederland zelf, maar op de plantages in de koloniën, vertelt Helberg-Proctor. “Nazaten in Nederland leven in de diaspora; daarom worden ze ook nog als buitenlanders of tweederangsburgers gezien.”

Antropoloog Alana Helberg-Proctor onderzocht de doorwerking van de slavernij op nazaten van tot slaaf gemaakte mensen.
Alana Helberg-ProctorAls voorbeeld noemt ze de recent opgelaaide discussie over wie er een ‘inheemse Nederlander is’, waarbij werd geïmpliceerd dat mensen van kleur geen echte Nederlanders zijn. Hoewel Helberg-Proctors onderzoek kleinschalig is, maakt het een begin met de zoektocht naar de ervaring van nazaten in Nederland.
Dubbele belasting
De negatieve gevolgen voor het mentale en fysieke welzijn van nazaten kunnen niet los worden gezien van discriminatie en racisme in bredere zin. Niet alleen nazaten, maar ook andere groepen, zoals arbeidsmigranten of vluchtelingen, krijgen hier immers mee te maken. Waarom is het dan toch belangrijk om juist deze specifieke groep te onderzoeken? “Voor nazaten speelt niet alleen de hedendaagse context, maar ook de historische. Er is daarom sprake van een dubbele belasting. De historische component maakt ook dat er een ander soort interventie nodig is”, legt Helberg-Proctor uit.
Voor structurele verandering is kennis en bewustzijn in de gezondheidszorg nodig
Ze doelt daarbij op intergenerationeel trauma. “Dat is trauma dat wordt doorgegeven van de ene generatie op de volgende via verschillende mechanismen. Het kan onder andere invloed hebben op de manier waarop mensen worden opgevoed, hun relatie ten opzichte van instanties en de Nederlandse samenleving. Nazaten hebben het originele trauma niet zelf meegemaakt, maar ondervinden er wel de consequenties van.”
Zorgmijding
Een van de directe gevolgen van slavernijgerelateerd intergenerationeel trauma is een verstoorde relatie met het zorgsyteem en zorgverleners, aldus het rapport. Historisch gezien hadden medici niet het beste voor met tot slaaf gemaakte mensen. Artsen voerden lichamelijke inspecties uit bij de aankoop van mensen en zagen toe op het behoud van de "menselijke handelswaar”. Daarnaast werden er medische experimenten op tot slaaf gemaakte mensen uitgevoerd. Van generatie op generatie is daarom een wantrouwen voor medische zorg doorgegeven.
Dit wantrouwen wordt ook nog eens gevoed door hedendaags racisme in de gezondheidszorg. “Vanuit de slavernij gelden er stereotypen, bijvoorbeeld dat bepaalde groepen minder pijn voelen of makkelijker baren en daardoor minder zorg nodig hebben.” Dit raakt nazaten, maar ook mensen die uiterlijke kenmerken hebben die met hen overeenkomen. Uit angst om niet serieus genomen te worden, kiezen ze er soms voor om geen medische hulp te zoeken.

In de opleiding tot arts of verpleegkundige wordt de witte man vaak als referentie gebruikt, hierdoor wordt een huidaandoening op een donkere huid soms minder snel herkend.
Freepik, via freepik.comNaast de schadelijke gevolgen van zorgmijding, zijn er nog tal van fysieke aspecten als gevolg van slavernij en kolonialisme. Zo kunnen nazaten chronische stress ervaren als gevolg van racisme, en is er een eetcultuur gevormd op basis van de schaars en minder voedzame beschikbare middelen tijdens de slavernij. Ook in het zorgsysteem is het kolonialisme terug te zien, bijvoorbeeld omdat lesmateriaal de witte man als referentiemateriaal gebruikt. Daardoor herkennen artsen huidaandoeningen bijvoorbeeld minder snel bij een donkere huid.
Identiteit
Ook op mentaal gebied heeft de ervaring van voorouders zijn weerslag bij nazaten. Nazaten kunnen worstelen met identiteit, vertellen de experts in de interviews voor het rapport. “Zeker de jonge generatie is zich heel bewust van dat ze op een plek leven waar ze niet altijd welkom zijn. Ze vragen zich af waar ze dan wél bij horen, als ze in Nederland als ‘buitenlander’ worden gezien. Dat is heel lastig, omdat identiteit centraal is voor welzijn en mentale gezondheid.”
Daarnaast groeien nazaten op met bepaalde normen en regels, waarvan ze niet weten waar ze vandaan komen. Zo is het in sommige families van nazaten eerder gebruikelijk om kinderen ‘kort te houden’. De pijnlijke, historische oorsprong, namelijk dat een strenge opvoeding kinderen beschermde tegen de nog wredere straffen van de slavenhouder, wordt vaak niet besproken of is zelfs niet bekend.

De jongere generatie nazaten worstelt soms met hun plek in de samenleving, terwijl identiteit juist heel belangrijk is voor de mentale gezondheid.
The Yuri Arcurs Collection, via freepik.comHelberg-Proctor onderscheidt een paradox: “Aan de ene kant is er heel weinig kennis over de doorwerking van slavernij op nazaten, aan de andere kant worden nazaten dagelijks geconfronteerd met de vooroordelen en stereotypen die eruit voortvloeien. De geschiedenis is voortdurend aanwezig in de opvoeding en in maatschappelijke normen over hoe men zich moet gedragen.”
Hoezeer nazaten bezig zijn met hoe ze zich moeten verhouden tot de stereotypes, illustreert Helberg-Proctor aan de hand van een voorbeeld uit Amerikaans onderzoek van wetenschapper Khiara Bridges. “Sommige Afro-Amerikaanse vrouwen dragen bewust hun trouwring als ze in het ziekenhuis gaan bevallen, omdat ze niet gezien willen worden als het stigmatiserende stereotype van alleenstaande moeder.” Maar ook in Nederland speelt stigmatisering een grote rol. “Een zorgverlener die nazaat is gaf in een interview aan dat ze een soort filter heeft waarmee ze haar eigen gedrag bijstelt om maar niet aan een stereotype te voldoen.”
Structurele verandering
Helberg-Proctor hoopt dat haar rapport zorgt voor bewustzijn bij zorgverleners. “Mensen praten vaak over moeilijk bereikbare, wantrouwende groepen en leggen de schuld bij de mensen zelf. Dat noemen we ook wel victim blaming. Met dit rapport wil ik de ervaring van nazaten contextualiseren en laten zien waar het vandaan komt.”
Hoewel dit rapport een helder overzicht geeft van de bestaande kennis, laat het vooral zien wat er in de afgelopen decennia niét was: geld en aandacht voor dit thema. “Een van mijn aanbevelingen is dan ook dat er meer onderzoek gedaan moet worden. Voor structurele verandering is namelijk kennis en bewustzijn in de gezondheidszorg nodig, bijvoorbeeld in de opleidingen van zorgverleners. Aan de kant van de patiënten hoop ik dat ze de ruimte gaan voelen om aan te kaarten wat ze denken en ervaren.”

