Naar de content

Slavernij is de wereld nog niet uit

Wie zijn kwetsbaar voor slavernij en lijfeigenschap?

iStock/ferrantraite

Filmmaker Jimmy Hendrickx stuitte in Indonesië op onversneden slavernij. Het blijkt niet het enige land waar deze illegale praktijken voorkomen. De EU probeert er iets aan te doen.

15 juni 2026

Tambolaka is een klein vliegveld op het Indonesische eiland Sumba. Op een droge, warme dag stapt hier een jonge non op de Belgische documentairemaker Jimmy Hendrickx af, met de vraag of hij een taxi wil delen. De non heeft een 15-jarig meisje mee, dat ze hoogstpersoonlijk bevrijdde van slavernij en in haar dorp wil afzetten. Het meisje was zes jaar daarvoor door haar ouders verkocht aan een familie in Maleisië, via een soort ‘kindermakelaar’ die op Sumba actief is. Ze is zwaar getraumatiseerd, terwijl haar ouders nooit betaald zouden hebben gehad, op tabak en wat andere landbouwproducten na. De ouders wilden van het geld eigenlijk hun droom verwezenlijken: een huis van steen.

Dit is mensenhandel, denkt Hendrickx meteen. De documentairemaker kwam eigenlijk naar Sumba voor landschapsfotografie, maar begint meteen te filmen. Samen met medemaker Jeremy Kewuan legt hij de slavernij vast in de documentaire Slave Island. Sumba is ook voor Indonesische begrippen een arm eiland, dat nog steeds een kastesysteem heeft, waarbij een deel van de bevolking koninklijk bloed zou hebben, vertelt Hendrickx. Zij hebben van oudsher slaven en beschouwen ook kinderen van die slaven als hun eigendom.

Hendrickx filmt over een periode van zes jaar en ziet hoe de leiders van gemeenschappen, een soort burgemeesters, slavernij niet of nauwelijks aanpakken. De documentairemakers volgen ook Lucky, een eilandbewoner die een aantal kinderen blijkt te bezitten en er geen geheim van maakt dat ze voor hem werken. Hendrickx: “Die normalisering komt steeds terug in gesprekken met eilandbewoners. Extreem pijnlijk.”

Screenshot uit de film Slave Island. Een groep kinderen op het Indonesische eiland Sumba zitten bij elkaar.

Screenshot uit de documentaire Slave Island

Periscoop Film

Eén van de kinderen heeft sporen van zweepslagen over het lichaam. Het geweld is, aldus Lucky, geoorloofd. “Als een kat iets verkeerd doet, slaan we hem; maar we houden ook van hem”, zo geeft Lucky zijn mening. Dan krijgt hij de vraag of een kat belangrijker is dan een slaaf. “Nee, ze zijn precies hetzelfde.”

Migranten kwetsbaar

Naast Sumba zijn er veel meer plekken waar ‘iemand zich gedraagt als de eigenaar van een ander’, vertelt Conny Rijken. De hoogleraar mensenhandel en globalisering (Universiteit van Tilburg) legt uit dat de situatie waarin iemand formeel eigenaarschap heeft over een ander persoon, juridisch niet meer bestaat in de wereld. Mauritanië schafte in 1981 slavernij als laatste land af; strafbaarstelling daarvan volgde in 2007. De praktijk is echter weerbarstiger.

Als voorbeeld noemt ze een strafzaak waarnaar ze zelf, als Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, onderzoek deed. Een man uit Eritrea werd daarin uiteindelijk veroordeeld voor het leiding geven aan een criminele organisatie, mensensmokkel en afpersing. De rechtbank achtte het bewezen dat hij grof geld verdiende door veel landgenoten naar Libië te smokkelen. In kampen in het Noord-Afrikaanse land werden zij vastgehouden, gemarteld en gedwongen tot seks. Familieleden werden telefonisch afgeperst. “Gezien de praktijken waarover slachtoffers verklaarden, werd dit door ons in het onderzoek ook als slavernij gezien.”

Scheepsslaven

Libië heeft geen beste reputatie. Na de val van dictator Moammar al-Qadhafi in 2011 was het chaos troef, legt Rijken uit. Een ‘failed state’, zonder effectief toezicht. Het leidde tot een schokkende ontdekking van CNN in 2017: op slavenmarkten werden slaven geveild. Vaak zijn het migranten uit zuidelijkere landen zoals Nigeria, op zoek naar een beter leven. “Verschillende stammen, milities en bedoeïenen hebben in Libië informeel de macht in handen. Er is nauwelijks sprake van een functionerende overheid.” Migranten zijn extra kwetsbaar: ze sluiten vaak leningen af om te migreren, bijvoorbeeld naar Europa, duidt Rijken. Dat leidt ook tot schuldslavernij, waarbij ze net zo lang voor iets of iemand moeten werken tot schulden zijn afbetaald. ”Veel migranten kunnen geen kant op.”

Rijken vertelt dat over de hele wereld landen in verband worden gebracht met slavernij en lijfeigenschap. Het gaat onder meer om Oeigoeren die door China gevangen zijn gezet, Nepalezen in de seksindustrie in India, lijfeigenschap in steenfabrieken in India, schuldslavernij in de agrarische sector in Pakistan en er zijn rechtszaken geweest over slavernij op Braziliaanse rubberplantages.

Industrieel schip voor de visserij op zee

“Schepen functioneren als drijvende fabrieken waar nauwelijks toezicht op is..”

iStock/Oleg Elagin

Zelf deed Rijken onderzoek naar mensen die in Noord-Thailand kwetsbaar zijn voor mensenhandel. Soms moeten zij jarenlang op vissersschepen onder dwang werken, zonder dat iemand weet dat zij daar zijn, vertelt ze. “Het zijn vaak minderheden die uit hun land zijn verdreven en nergens erkend worden. Schepen functioneren als drijvende fabrieken waar nauwelijks toezicht op is. Dat komt wereldwijd voor.”

Europa trekt teugels aan

Follow the Money berichtte tijdens de coronacrisis over Nederlandse mondkapjes die door Oeigoerse dwangarbeiders werden gemaakt. Zulke voorbeelden zijn tegen het zere been van de EU, die probeert productieketens ‘schoon’ te houden van dwangarbeid.

Dat moet gebeuren via de Forced Labour Regulation (FLR): een EU-verordening die alle producten moet weren van de Europese markt die met dwangarbeid zijn gemaakt. Elke EU-lidstaat zal, in het kader van de FLR, een onderzoeksautoriteit aanwijzen, die dankzij de nieuwe regels makkelijker informatie op kan vragen bij bedrijven over producten. Ook kan een bedrijf worden gevraagd om aan te tonen hoe het onderzoekt of er in de keten dwangarbeid plaatsvindt (due diligence-onderzoek), meldt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

De FLR wordt vanaf december 2027 gefaseerd ingevoerd. Dat is een even interessant als lastig proces. Supplychains zijn vaak complex: veel bedrijven kennen hun directe leveranciers, maar hebben minder zicht op onderleveranciers of de fabrieken waar hun producten vandaan komen. Een grotere verantwoordelijkheid voor bedrijven leidt tot extra kosten en administratie, wat zich vooral bij kleinere bedrijven doet voelen. Reuters meldde al dat bedrijven en brancheorganisaties kritiek uitten op de extra lasten. “Ik zie ook moeilijkheden”, stelt Rijken. “Maar gezien de situatie op sommige plekken in de wereld, is het in beginsel een goede ontwikkeling.”