Opensourcesoftware voelt als internet zoals het is bedoeld: open, transparant, democratisch en creatief. Kan open source het internet repareren en Europa onafhankelijker maken van Big Tech?
Als Eric Fennis (30) z’n account op het softwareontwikkelaarsplatform GitHub opent, ziet hij dat iemand een nieuwe issue heeft aangemaakt: een idee voor verbetering van ‘zijn’ app. Great idea, reageert Fennis, en hij geeft zijn fiat. Nu kan de community aan de slag met het schrijven van de benodigde code. Er is ook een pull request: iemand heeft al een stukje code geschreven en wil graag dat het onderdeel van de app wordt. Het is een flink stuk code, maar niet al te best geschreven en ook niet voor een functie die Fennis graag in z’n app ziet, voorlopig. “Het voelt lullig, want hij heeft echt veel werk gedaan. Maar het is slordig.” Hij typt een vriendelijke afwijzing: bedankt voor je harde werk, keep up the work, volgende keer beter. De maker laat niet meer van zich horen.
In een tijdperk waarin internationale relaties onder druk staan en landen het liefst op eigen benen willen staan, is opensourcesoftware hot. Signal, BlueSky, Linux, NextCloud, zo goed als alle Fediverse-platforms – allemaal open source. Nog bekender: Android, Firefox, Linux, Blender, en de lijst gaat nog even door. Alle regels code die bepalen wat de software doet, is publiek zichtbaar, veelal op GitHub. Je ziet precies hoe de software werkt en of er manieren zijn voor de ontwikkelaar (uit eigen initiatief of gedwongen door een wetgever) om je systeem plat te leggen of te manipuleren. Iedereen ter wereld kan bijdragen. Het voelt als internet zoals het bedoeld is: open, transparant, democratisch en creatief. Kan opensource het internet repareren en Europa onafhankelijker maken van Big Tech?
Icoontjes
Op GitHub pitchen contributors, individuele softwareontwikkelaars overal ter wereld, verbeteringen aan stukjes software die uiteindelijk in zo ongeveer elk apparaat, website of app belanden. Maintainers, onderhouders of beheerders, beoordelen nieuwe code en bepalen welke code in de volgende versie belandt, brengen nieuwe versies uit en bepalen de koers en visie van een softwarepakket. Fennis is maintainer van Lucide, een toolkit die appontwikkelaars gebruiken om hun apps van mooie icoontjes te voorzien. “Ik ben al sinds m’n studietijd geïnteresseerd in opensource vanwege het open karakter ervan. Je werkt samen met mensen overal ter wereld, aan iets moois en functioneels. Hoe tof is dat?” Voor Fennis telt geopolitiek niet zo mee – met icoonpakketjes worden zelden wereldoorlogen beslecht.

Bij opensourcesoftware zijn alle regels code publiek zichtbaar.
MagnificZes jaar geleden begon Fennis met Lucide als een afsplitsing (in opensourcelingo: fork) van een ander icoonpakket waar de maintainer de stekker uit had getrokken. Fennis was destijds contributor. “Het was ontzettend jammer, want je hebt dan een hele gemeenschap van ontwikkelaars die er graag mee verder was gegaan. Die heb ik meegenomen naar Lucide.” Inmiddels staat Lucide in de top 3 meest gebruikte icoonprojecten op GitHub en heeft het project 22.000 sterretjes, vrij veel voor GitHub-standaarden. Ter vergelijking: de Android-app van Signal heeft er 28.000.
Elke dag zijn er contributors die nieuwe stukjes code indienen of nieuwe icoontjes toevoegen, die Fennis of zijn twee mede-maintainers, ontwikkelaars uit respectievelijk Kopenhagen en Boedapest, goedkeuren of afwijzen. Achter elke obscure contributor-username zit een ontwikkelaar ergens op de wereld. Je hebt alleen internet, verstand van code en tijd nodig. Je krijgt er niets voor, behalve oefening, een online gemeenschap, internetpunten en lof van anderen. Dat is meer dan genoeg: “Ik zie vaak contributors op Twitter heel trots delen dat ik hun code heb goedgekeurd, erg leuk om te zien”, aldus Fennis.
Energienetwerk
Europa loopt voorop met opensourceontwikkelingen, bijvoorbeeld in de energiesector, ziet ook Harry van der Weijde: “Het past ook meer bij Europese cultuur dan bijvoorbeeld bij de Amerikaanse, waar harde competitie de standaard is. Daar doet iedereen wat meer z’n eigen ding. In Europa werken we iets meer samen.” Van der Weijde is hoofd Research & Market Development bij Open Energy Transition (OET), een ngo die de energietransitie wil versnellen via opensourcesoftware. OET werd in 2023 opgericht door ontwikkelaars die samenwerkten aan PyPSA, een opensourcesoftwarepakket voor energiemodellering. Ook daar kan iedereen met een laptop aan bijdragen, maar vanwege de complexiteit zijn de bijdragers veelal onderzoekers en wetenschappers.
Voor het flink door gaspijpleidingen en stroomkabels verknoopte Europese energienetwerk lijkt goede samenwerking via opensourcesoftware een no-brainer. Landen, gemeentes, provincies, iedereen zou zijn of haar energieplanning dan op elkaar kunnen afstemmen. Toch gebruikt het grootste gedeelte van de Europese netbeheerders gesloten Amerikaanse software. Van der Weijde: “De meest gebruikte energieplanningsofware is Plexos, ontwikkeld door een softwarebedrijf dat voor 50 procent eigendom is het Amerikaanse bedrijf Blackstone (het grootste private-equitybedrijf ter wereld, red.). Daardoor worden veel beslissingen rondom de transitie met hun ‘black box’-model gemaakt.” Dat heeft veel nadelen volgens Van der Weijde. “Die modellen zijn duur, kun je niet delen en zijn niet transparant. Welke algoritmes worden er gebruikt? Welke aannames zijn gemaakt?”
Bovendien zijn we voor zo’n kritieke applicatie dus afhankelijk van het grillige Amerika. “Als ze willen, leggen ze zo heel veel kritieke planningsprocessen stil”, zegt Van der Weijde. Blackstone-CEO Steve Schwarzman is een boezemvriend en de facto politiek adviseur van president Trump. Aan de andere kant is veiligheid juist een veelgehoord bezwaar tegen open source. Met al je code openbaar kan iedereen zien waar de kwetsbaarheden zitten – geen geheime achterdeurtjes, maar de voordeur wijd open. Van der Weijde betoogt dat het daarom júist veiliger is: “Aanvallen gebeuren juist vaker op gesloten software. Als je een levende community hebt, worden bugs juist sneller opgelost.” Omdat in principe iedereen kan bijdragen aan de software, zijn er veel meer mensen op zoek naar kwetsbaarheden – om ze te fiksen, niet om er misbruik van te maken.
Wetenschap
In Nederland is gesloten software populair, maar er gaat wel iets veranderen, meent Van der Weijde. TenneT en Gasunie gebruiken voor sommige toepassingen al opensourcemodellen; Alliander, Enexis, Stedin hebben voor energieplanning zelfs een eigen opensourcemodel ontwikkeld: Power Grid Model. Ook buiten de energiewereld heeft de Nederlandse overheid sinds begin 2025 het beleid om zo veel mogelijk van haar code open source te maken – iedereen kan dus bijdragen aan software van de overheid.
Vroeger was software veel vaker gesloten, maar dat was vooral een gewoonte
In de Europese wetenschap wint opensource ook aan populariteit, mede dankzij financieringsmechanismen, ziet Francesco Lombardi: “De Europese Unie stelt bij het financieren van onderzoek vaak als voorwaarde dat je je software opensource ontwikkelt.” Hij is universitair docent Energy Systems aan de TU Delft en doet onderzoek, met behulp van PyPSA, naar energiemodellen en hoe ze beter gebruikt kunnen worden. “Vroeger was software veel vaker gesloten, maar dat was vooral een gewoonte. Men zag de voordelen van open source niet. Daarnaast maakten ze zich zorgen over kopieën van hun werk, of bescherming van hun intellectuele eigendom via patenten. Het was een ander paradigma. Nu is het veel duidelijker dat code delen tussen verschillende onderzoeksinstituten heel handig is voor samenwerking.”
Geen droog brood
Met je harde werk gratis en voor niets online zetten valt geen droog brood te verdienen, zou je denken. Dat betekent niet dat er helemaal geen plek is voor ondernemerschap in de opensourcecommunity, zegt Van der Weijde. “De software is weliswaar open en gratis, maar veel organisaties hebben hulp nodig om software te gebruiken. Voor die ondersteuning betaal je.” Pionier van dit model is het bedrijf Red Hat: dat helpt bedrijven met Linux, een opensourcealternatief voor besturingssystemen als Windows of MacOS. Daarnaast hebben veel organisaties vaak een versie nodig die specifiek voor hun unieke situatie is ontwikkeld.
Voor Fennis is Lucide vooralsnog vooral een uit de hand gelopen hobby. Dat is zachtjes uitgedrukt: wekelijks wordt Lucide zo’n 90 miljoen keer gedownload. “Een groot gedeelte daarvan zijn AI agents, maar ook daarvoor zat het op zo’n 10 miljoen per week. Ik weet zelf ook nog niet zo goed hoe ik daarmee moet omgaan. Het betekent wel dat Lucide de standaard is geworden, dat is heel tof.” Inmiddels slokt het zodanig veel tijd op dat het een fulltime job zou kunnen zijn. Fennis krijgt wel wat geld van donaties, maar dat is nog lang geen minimumloon. Daarom zoekt hij nu naar andere manieren om geld te verdienen, via sponsors of advertenties. “Ik heb juist heel veel tijd gestoken in ervoor zorgen dat het voor iedereen makkelijk te gebruiken is. Maar ik moet er wel genoeg tijd in kunnen steken. Als er miljoenen mensen gebruik van maken, is het belangrijk dat het goed wordt onderhouden.”

