Als een kind zijn eerste woordje zegt is dat een memorabel moment. Hetzelfde geldt voor de laatste woorden die iemand uitspreekt op zijn sterfbed. NEMO Kennislink sprak erover met Michael Erard.
Taal is ongelofelijk belangrijk voor mensen – we gebruiken het de hele dag door. Maar baby’s kunnen aanvankelijk nog niet praten, en wanneer mensen ouder worden kunnen ze hun taal verliezen. Hoe gaan we om met die taalloze periodes aan het begin en eind van mensenlevens?
Die vraag staat centraal in het boek ‘Bye Bye I love you. The story of our first and last words’ van taalwetenschapper en journalist Michael Erard. De Amerikaan schrijft met een taalkundige bril over de meest uiteenlopende onderwerpen. Dit boek gaat over de eerste woorden van baby’s en de laatste woorden van mensen vlak voor ze sterven. De vaak emotionele verhalen koppelt hij aan wetenschappelijk onderzoek over het brein, cultuurverschillen, en natuurlijk taal.
Je nieuwste boek gaat over de eerste en laatste woorden van mensen. Wat is je favoriete verhaal uit het boek over eerste woorden?
“Dat is het verhaal van baby Nathaniel, die in Leiden opgroeit. Op een zaterdag zegt hij zoiets als ‘mowwe’, en zijn Engelstalige ouders denken: aha, zijn eerste woord, ‘more’! Ze geven hem meer van waar hij naar wijst. Op maandag gaan ze naar hun werk. De babysitter komt, hoort ook ‘mowwe’, en zegt, ‘ja, mooi hè!’. Nathaniels moeder vertelde me dat haar baby, nadat hij de hele maandag niet ‘meer’ had gekregen van waar hij naar wees, nooit meer ‘mowwe’ zei.”
“Ik vind het zo mooi hieraan dat het kind iets zegt, maar dat de betekenis helemaal afhangt van de verwachtingen van de volwassenen, van hun talen met hun klanken, die leiden tot heel verschillende interpretaties van ‘mowwe’. Beide zijn valide, en komen voort uit de verwachting dát er een eerste woord zal zijn. En de reacties van de volwassenen zijn weer betekenisvol voor het kind en leiden tot nieuwe sociale interacties.”
Wat vind je het mooiste verhaal over laatste woorden?
“Dat gaat over een man van wie de oma op sterven ligt. Ze wil iets zeggen, maar haar mond is te droog, het lukt niet. Hij vertelde me dat ze het vier keer probeerde: ‘Ik wou dat ik wist wat ze had willen zeggen’.”
“Altijd als ik presentaties geef over dit onderwerp vertellen mensen me zulke verhalen, die vol menselijkheid zitten. Ze gaan over verwachtingen van hoe dat moment hoort te zijn, net als bij eerste woorden. Laatst vroeg iemand me: ‘Mijn partners oma is pas overleden, ze zei niks, is dat normaal?’ Ik hoop dat ik kan bijdragen aan het openen van dit soort gesprekken. Je leest in biografieën wel over laatste woorden van beroemde personen, die zijn dan heel eloquent. Vaak zijn ze verzonnen, om een beeld van iemand neer te zetten. Maar in het echt zegt iemand misschien wel niks, of maakt een raar geluid; er is een heel spectrum aan mogelijkheden. Zoals bij de oma van die man – er was iets, maar hij kon het niet interpreteren.”

Michael Erard is taalwetenschapper en journalist.
Michael ErardDat doet me denken aan mijn interacties met mijn katten. Die proberen me van alles duidelijk te maken, en soms denk ik dat ik ze begrijp, maar ik weet nooit zeker of mijn interpretaties kloppen.
“Ja, dat is vergelijkbaar. Net als bij stervende mensen en bij baby’s verwachten we dat er iets te begrijpen valt. De gesprekspartner met meer handelend vermogen projecteert een bedoeling en betekenis op de andere gesprekspartner, die dat niet kan bevestigen of ontkennen.”
“Een verschil is wel dat er bij mensen van alles gebeurt in de hormonale huishouding. In een familiesetting met kinderen komt veel oxytocine vrij, en dat zorgt voor wederzijdse sociale binding. Mensen zullen dat bij hun huisdieren ook hebben, maar ik denk niet dat dat bij de dieren op dezelfde manier gebeurt. Maar misschien is er wel een biochemicus die me kan corrigeren.”
In je boek gaat het ook over mensen die al voor hun dood hun taal verliezen, bijvoorbeeld doordat ze aan dementie of afasie lijden. Wat verliest iemand volgens jou als diegene zijn taal verliest?
“In ieder geval niet het vermogen om relaties te hebben, te voelen, te interacteren. Een geweldige ontdekking voor mij bij het schrijven van dit boek waren de technieken die gebruikt worden met dementiepatiënten die geen taal meer kunnen gebruiken. Daarbij herhaalt iemand wat de persoon doet, wat het ook is. Je ziet dan een soort herkenning bij de patiënt dat ze iets terugkrijgen, er ontstaat contact.”
“Ook persoonlijkheid kan zonder taal intact blijven. De vader van taalkundige Charles Goodwin kreeg rond zijn zestigste een beroerte. Daarna kon hij nog maar drie woorden zeggen. Toch kon hij nog meedoen aan gesprekken, en zijn familie herkende hem nog steeds als wie hij was, door hóe hij die drie woorden gebruikte.”
“Wat mensen wel verliezen is de mogelijkheid om als persoon erkend te worden op dezelfde manier als talig competente mensen.”

Door dementie of afasie kunnen mensen hun taal voor een groot deel verliezen.
Candida Performa, CC by 2.0Dat laat zien hoe belangrijk taal is voor mensen – zonder taal zien we je kennelijk niet meer als compleet mens. Waarom is dat zo?
“Ik denk dat taal ons in staat stelt om een onderscheid te maken tussen de menselijke wereld en de natuurlijke wereld. Toen er ideeën kwamen over evolutie was dat heel schokkend, dat we juist onderdeel zijn van de natuur. Taal is voor ons een psychologische bescherming tegen die existentiële dreiging.”
“Bovendien zijn mensen coöperatieve gereedschapsgebruikers. We moeten onze handelingen op elkaar afstemmen, in groepen, en door de tijd heen. Taal is een ontzettend efficiënte manier om dat te doen, dus het raakt aan de oorsprong van onze soort.”
Dat betekent dat taal voor alle mensen cruciaal is. Maar je boek gaat ook over culturele verschillen in hoe we over taal denken. Bestaan zulke verschillen ook tussen de VS, waar je vandaan komt, en Nederland, waar je al jaren woont?
“Ik heb lang in Texas gewoond, en daar gebruiken mensen veel Spanglish, een mengvorm van Spaans en Engels. Ze wisselen ook de hele tijd tussen talen, niet omdat ze er eentje beter beheersen, maar om hun meervoudige identiteit uit te drukken. In Nederland doen mensen dat niet. Net als in het verkeer: als je op het fietspad bent, blijf je op het fietspad, ben je op de stoep dan blijf je daar.”
Met taalwetenschappelijke kennis kan je ervaring van taal rijker worden
“Als mensen al van Engels naar Nederlands switchen, dan kondigen ze dat aan. Ik denk omdat ze bang zijn dat als ze zomaar switchen, anderen zullen denken dat ze de taal niet goed genoeg beheersen. Ik werk aan Maastricht University met mensen die vloeiend Nederlands en Engels spreken, en zij blijven meestal bij één taal. Alleen in emotionele omstandigheden zijn mensen wat losser met het wisselen van talen.”
Je hebt nog veel meer wetenschapsjournalistieke artikelen en boeken geschreven, over heel diverse onderwerpen zoals polyglotten, versprekingen, en meertalige jihadstrijders. Waarom vind je wetenschapsjournalistiek belangrijk?
“Het vernieuwt het begrip dat mensen hebben van de wereld om zich heen. Soms veranderen er dingen, die invloed hebben op je leven of je beslissingen. Als je die veranderingen wilt begrijpen, komt wetenschappelijke kennis van pas.”
“Bij wetenschapsjournalistiek over taal is dat nog extra belangrijk, omdat mensen aannemen: ik spreek een taal, dus ik ben al een expert. Dat is niet onwaar, maar het is incompleet. Met taalwetenschappelijke kennis kan je ervaring van taal rijker worden.”
“Iets wat ik vervelend vind in wetenschapscommunicatie over taal is wanneer het gaat over ‘tien mythes over taal’ die een wetenschapper dan gaat ontkrachten. Zonder zich af te vragen: waar komen die mythes dan vandaan? En waarom hebben we zulke verhalen nodig? Ideeën van gewone taalgebruikers over taal gaan over hun ervaringen en identiteit, en die zijn belangrijk om te onderzoeken en waarderen. We moeten niet af van mythes, we moeten mensen helpen om betere mythes te bouwen.”

