Naar de content

Tijdreizen is vooral nostalgisch

Waarom Back to the Future na 40 jaar nog steeds aanspreekt

Universal

In 1985 komt de film Back to the Future uit in de bioscoop en wordt meteen de meest succesvolle film van dat jaar. Veertig jaar en drie delen later, is de film nog steeds onverminderd populair en een ware cultklassieker in zijn genre.

30 december 2025

1.21 gigawats, een beetje plutonium en natuurlijk een DeLorean, is alles wat je nodig hebt om tijd te kunnen reizen. Althans, in de wereld van Back to the Future. Doc Brown heeft het geheim van tijdreizen ontrafeld en wil met zijn iconische voertuig op pad. Het loopt anders en het is uiteindelijk zijn jonge vriend Marty McFly die de eerste tijdreis maakt. De film is een onvervalste zomerblockbuster en met zo’n 200 miljoen dollar opbrengst in Amerika de meest succesvolle film van 1985.

Trailer van Back to the Future. De film is in zijn geheel te zien bij de meeste grote streamingsdiensten.

Veertig jaar later en drie delen verder, zijn we nog steeds dol op de avonturen van Doc en Marty en op tijdreisfilms in het algemeen. Het is een terugkerend thema in heel veel films, zoals Twelve Monkeys, The Butterfly Effect en Donnie Darko; allen met recht klassiekers te noemen. Het is een onderwerp dat, mede dankzij Back to the Future, allang niet meer exclusief toebehoort aan een kleine niche van sciencefictionfilms.

Blockbusters

Dat is vóór de jaren tachtig wel anders, zegt mediawetenschapper Linda Duits. “In die jaren komen de grote ‘multiplexen’ op: bioscopen met meerder zalen, vaak gevestigd in van die grote winkelcentra.” Jongeren krijgen in die jaren ook steeds meer vrije tijd en hebben met bijbaantjes ineens geld te besteden. Met dat geld en die tijd moeten zij ergens heen en dus zijn ze veel in die zogenoemde ‘shoppingmalls’ te vinden. “Dat publiek wordt door filmmakers ook ontdekt”, zegt Duits. “De jaren tachtig zijn mede daarom de tijd van de grote blockbusters.”

Volgens Duits - bekend van diverse populairwetenschappelijke boeken en artikelen - weet Back to the Future precies hoe ze die jonge doelgroep moeten bereiken. “Het is een slimme variatie op de highschoolfilms die in die tijd heel populair zijn.” Dat geldt in die periode voor musicals als Grease (1978) tot meer kleinschalige films als The Breakfast Club (1985). “Door de typische elementen van dergelijke films te gebruiken, zoals de pestkoppen en een ‘prom’ (bij ons vaak bekend als het schoolgala), spreekt sciencefiction opeens een veel breder publiek aan.”

De omgebouwd DeLorean uit Back to the Future

Even iconisch als de film zelf, is de 'tijdmachine' in Back to the Future: een omgebouwde DeLorean, met de kenmerkende vleugeldeuren.

Doug Kline, CC-by 2.0 via Wikimedia Commons

Volgens acteur Michael J. Fox, die hoofdpersoon Marty speelt in de filmreeks, is dat waarom de film ook vandaag de dag nog steeds zoveel mensen aanspreekt. “We leven momenteel in een pestcultuur; er zijn overal pestkoppen. Ik hoef niet met een vinger te wijzen naar wie, maar ze zijn overal”, vertelt hij in een interview met Empire Magazine. “In deze film is Biff de pestkop. Tijd is een pestkop. En het gaat erom hoe je je daartegen verzet en met welke vastenberadenheid je het gevecht aangaat. Het gaat om veerkracht en om moed”, aldus Fox.

Het is een slimme variatie op de highschoolfilms die in die tijd heel populair zijn

— Linda Duits

Want hoe zat het ook alweer in de film? Marty wordt per ongeluk teruggestuurd naar het jaar 1955, het jaar dat zijn ouders elkaar zouden ontmoeten. Alleen Marty’s onverwachte aanwezigheid verhindert die ontmoeting waardoor zijn eigen bestaan in gevaar komt. Aan Marty de taak om ervoor te zorgen dat zijn ouders alsnog voor elkaar vallen. Ondanks dat pestkop Biff ook zijn zinnen op Marty’s moeder heeft gezet.

Grootvaderparadox

De grootvaderparadox is een gedachte-experiment dat voortkomt uit sciencefictionverhalen uit de eerste helft van de vorige eeuw. De paradox vraagt zich af wat er gebeurt als een tijdreiziger zijn grootvader vermoordt. Als de grootvader niet leeft waardoor een van de ouders van de tijdreiziger niet wordt geboren, kan ook de tijdreiziger niet bestaan. Maar wanneer de tijdreiziger niet bestaat, kan deze ook niet terugreizen om diens grootvader te vermoorden. Dat betekent vervolgens dus dat de grootvader niet vermoord wordt, de tijdreiziger dus wèl wordt geboren en alsnog kan terugreizen om de grootvader te vermoorden… En het hele gedachte-experiment begint weer van voor af aan.

Back to the Future speelt op komische wijze met de zogenoemde grootvaderparadox, hoewel minder moord en doodslag, maar eveneens complex. Marty voorkomt namelijk niet alleen de eerste ontmoeting tussen zijn ouders, zijn toekomstige moeder Lorraine valt ook nog eens als een blok voor de vreemde tijdreiziger die ineens opduikt in Hill Valley. Het levert een legendarische scene op waarin Marty en Lorraine in de auto zitten op weg naar het schoolbal. Lorraine probeert Marty met even opzichtige als onhandige pogingen te versieren. Uiteindelijk kan Marty in die auto echt geen kant meer op en kust Lorraine hem. Tot Marty’s grote opluchting duurt de kus met zijn moeder niet lang. Alsof ze een spook heeft gezien trekt Lorraine zich terug en stamelt: “Dit is niet goed. Ik weet niet wat het is, maar het lijkt wel alsof ik mijn broer kus.”

“Ik weet niet of we dat tegenwoordig nog zo zouden maken”, denkt Duits. “We zijn daarin wel voorzichter en preutser geworden. Natuurlijk was dat toen ook gewoon incest, maar het thema is veel meer beladen in deze tijd.” Actrice Lea Thompson, die de rol van moeder Lorraine speelt in de film, had er toen totaal geen moeite mee. “Ik begreep zowel het donker als het licht van Lorraine McFly en begreep ook de hilariteit van een vrouw die zich super seksueel aangetrokken voelt tot haar zoon. Ik begreep de subversieve humor er wel van”, vertelt ze in een interview in The Guardian.

In datzelfde artikel vertelt een van de scenaristen waarom, al dan niet door die ongemakkelijke aantrekkingskracht tussen moeder Lorraine en zoon Marty, de film toch zo tijdloos is gebleken. “Iedereen in de wereld vraagt zich af ‘hoe ben ik hier gekomen, hoe hebben mijn ouders elkaar leren kennen?’ Het idee dat je ouders ooit kinderen waren is onthutsend als je een jaar of zeven bent”, zegt scenarist Bob Gale. “Pas als je ouder wordt realiseer je je ‘oh mijn god, mijn ouders waren ook ooit net zulke prutsers als ik’.”

“Er is iets ontzettend aansprekends in het idee dat je ergens ‘bij had kunnen zijn’”, zegt mediawetenschapper Duits. Daarom spreekt tijdreizen ook zo tot onze verbeelding. “Het verleden is maar voor een deel gekend, je moet je altijd verlaten op historische bronnen. Dat verleden mee kunnen maken uit de eerste hand en niet op die - vaak beperkte - bronnen af te hoeven gaan, is natuurlijk heel bijzonder.”

Daarbij is volgens Duits wel de vraag naar welk verleden je teruggaat. “In Geeky Dingen - een podcast die ik maak met mannelijke mede-geeks - hadden we het ook over Back to the Future en over de vraag naar welke periode je dan toe zou willen. De mannen hadden daar allemaal leuke ideeën over, maar ik zei dat ik helemaal niet wil tijdreizen. Vrouwen waren er vroeger op alle fronten slechter aan toe en ik durf ook niet te gokken op de toekomst.”

Kaft van het boek The Time Machine van H G Wells, uit 1927. De kaft toont een tijdreiziger en een groepje kinderen bij een tijdmachine.

Of het nou het verlangen is om de toekomst te kennen, de geschiedenis een andere wending te geven, of om er simpelweg bij geweest te kunnen zijn; tijdreizen heeft altijd al een enorme aantrekkingskracht uitgeoefend op ons.

Frank R. Paul, CC-by-sa 2.0 via Flickr

De fascinatie voor tijdreizen zegt dus ook iets over je huidige positie en privileges. En niet alleen volgens Duits. “Als ik een man zou kunnen zijn, zou ik misschien terug willen naar de tijd van Shakespeare, maar als vrouw wil je helemaal nergens naar toe in de tijd. Tijd is hard voor vrouwen”, zegt actrice Thompson in het artikel in The Guardian.

Volgens Duits idealiseren films als Back to the Future het verleden heel erg: “De film is nostalgisch voor een heel bepaald beeld van de jaren vijftig. Een gemythologiseerd plaatje waar bijvoorbeeld Wilders ook naar terug wil. Maar dat was natuurlijk helemaal niet de realiteit van de jaren vijftig. De oorlog was net voorbij, veel mensen moesten zich op zien te werken vanuit armoede en er was veel trauma.”

Fictief verleden

Populaire cultuur geeft daarentegen juist een heel romantisch beeld en de consument gaat daar graag in mee. “Denk bijvoorbeeld aan de kerstreclames van Coca Cola, die roepen een enorme nostalgie op naar een kerst die wij niet hebben meegemaakt; in Nederland al helemaal niet. Ik heb nooit geloofd in de kerstman, maar als ik die belletjes hoor dan voel ik de opwinding van dat kind in de jaren vijftig. Een kind dat ik helemaal nooit ben geweest.”

Nostalgische kerstkaart van een kerstmarkt aan het begin van de twintigste eeuw

Populaire cultuur schetst vaak een geromantiseerd beeld en speelt daarmee in op gevoelens van nostalgie.

Brück & Sohn, CC-by-sa 4.0 via Wikimedia Commons

Ook in Back to the Future zien we vooral die idyllische suburbia. Woonwijken buiten de stad, vol blanke mensen met witte tuinhekken, die in een relatieve oase van rust samenleven. Dat geldt niet alleen voor het verleden waar Marty in de film naartoe reist, maar ook voor het beeld dat de film geeft van de jaren tachtig. De film speelt zich af in 1985, rond het hoogtepunt van de aidsepidemie en een tijd van grote drugsproblematiek in de Verenigde Staten. Het zijn de laatste jaren van de koude oorlog en dus ook een periode van grote internationale spanningen. “Al die dingen worden in de film ‘weggegumd’”, zegt Duits.

“De film laat daarmee een jaren tachtig zien die nooit bestaan heeft. Een wereld ver weg van de stedelijke realiteit, waar veel criminaliteit en geweld was.” Back tot he Future laat een wereld zien waarin ‘liefde vinden en gepest worden op school’ de enige problemen zijn. De films zijn juist door dat escapisme ook zo’n groot succes, volgens Duits. “Het is ook heel fijn om even te ontsnappen aan die harde realiteit.”

Je tijdelijk verliezen in muziek of in een fantasieverhaal kan helpen om spanningen, emoties en frustraties los te laten

— Linda Duits

Escapisme heeft volgens Duits vaak een slechte reputatie. In haar boek Leuk! schrijft ze een pleidooi voor plezier. Escapisme speelt daar ook een rol in. “Het wordt vaak heel negatief beoordeeld, maar escapisme kan juist heel waardevol zijn. Even ontsnappen aan een harde of angstige realiteit kan verlichting bieden. Plezier schept ruimte en adem, en fungeert als noodzakelijke ontlading. Je tijdelijk verliezen in muziek of in een fantasieverhaal kan helpen om spanningen, emoties en frustraties los te laten. In die zin vervult plezier een bijna vitale functie: het biedt op zijn eigen manier lichtpuntjes en maakt het leven draaglijker.”

Happy end

Marty weet uiteindelijk met de hulp van de jonge Doc Brown in de jaren vijfig zijn weg weer terug te vinden naar 1985. Maar ook hij komt terug in een 1985 dat eerder niet bestond. Was de familie die hij achterliet in de jaren tachtig nog ingeslapen en wat conservatief, na zijn escapades in de jaren vijftig komt hij thuis in een succesvol gezin vol liefde en geluk. De aanwezigheid van de jonge Marty heeft dus toch effect gehad op de toekomst van zijn ouders en daarmee zijn eigen heden.

Daarmee heeft de film een heerlijk ‘happy end’, dat toch een beetje het gevoel geeft dat we invloed kunnen uitoefenen op iets toevalligs als tijd. Alleen al daarom is af en toe ontsnappen naar een verleden dat nooit heeft bestaan zo gek nog niet.