Naar de content

Van boomer tot zoomer: over generatiewoorden

Interview met woordenboekmaker Vivien Waszink

Gen Z
Gen Z
Freepik

Generatie X, Y of Z: elke generatie heeft zijn eigen naam. Maar er bestaan ook nog allerlei bijnamen voor diezelfde generaties. Hoe ontstaan die en wat vertellen ze ons?

18 maart 2026

De termen ‘babyboomer’, ‘millennial’ en ‘gen Z’er’ kennen we allemaal wel. Maar weet jij wie er tot de ‘sandwichgeneratie’ behoren? Of wanneer een ‘echoboomer’ is geboren? Speciaal voor de Boekenweek, die dit jaar draait om het thema ‘Mijn generatie’, publiceerde het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT) een online generatiewoordenboekje. Hierin staan meer dan honderd benamingen en bijnamen voor verschillende generaties op een rij.

Benamingen voor oudere generaties zie je veel minder. Alleen ‘boomer’ is in korte tijd heel erg ingeburgerd

NEMO Kennislink sprak met Vivien Waszink, woordenboekmaker bij het INT, die samen met haar collega Laura van Eerten de lijst samenstelde.

Socioloog Henk Becker maakte jaren negentig een bekende indeling van generaties, met onder andere ‘babyboomers’ en ‘generatie X’. Was dat niet genoeg?

“Klopt, hij maakte termen als ‘generatie X, Y en Z’ bekender. En inmiddels zijn we in die reeks maar verder gegaan met ‘generatie alfa en bèta’. Maar aan de vorm van die woorden zie je natuurlijk niet om wie het gaat. Daarom zijn er denk ik bijnamen voor generaties bijgekomen. De generatie die opgroeide in de begindagen van het internet, werd bijvoorbeeld de ‘dotcomgeneratie’ genoemd. Dan begrijp je sneller over wie het gaat.”

Waar komen al die bijnamen in jullie woordenboekje vandaan?

“Als woordenboekmakers maken we gebruik van corpora, grote verzamelingen teksten. Daar zitten heel veel krantenartikelen en blogs in. Er zijn veel journalisten die over opvoeden en lifestyle in het algemeen schrijven; die bedenken zulke woorden om een beetje te prikkelen. Maar het zijn net zo goed onderzoekers, psychologen of mensen die in de sociale hulpverlening werken. De Vlaamse psychiater Dirk De Wachter heeft het bijvoorbeeld vaak over de ‘leukigheidsgeneratie’ om te verwijzen naar een generatie die niet goed om kan gaan met tegenslag in het leven.”

“De corpora worden voortdurend aangevuld en geactualiseerd, waardoor je ook trends kunt zien. Een woord als ‘patatgeneratie’, voor luie, verwende jongeren, hoorde je bijvoorbeeld veel in de vroege jaren negentig, maar tegenwoordig bijna niet meer. Nu zijn de sociale media meer het overkoepelende thema, met termen als ‘TikTokgeneratie’ en ‘instageneratie’, die allemaal verwijzen naar jongeren die veel online zijn.”

Veel bijnamen verwijzen naar jongere generaties of niet?

“Inderdaad, het is vooral veel mopperen op de jeugd en wat die allemaal verkeerd doet. Dat is iets wat van alle tijden is en dat geeft dus ook een mooi tijdsbeeld. Bijvoorbeeld de ‘achterbankgeneratie’, die overal met de auto heen wordt gebracht. Of de ‘pretparkgeneratie’, voor wie alles leuk moet zijn. En dan heb je tegenwoordig juist de ‘voorkauwgeneratie’: kinderen die door AI niet meer gewend zijn om zelf iets uit te zoeken.”

“Andersom, benamingen voor oudere generaties, zie je veel minder. Alleen ‘boomer’ is in korte tijd heel erg ingeburgerd. Voor het in 2019 werd gebruikt door een Nieuw Zeelandse parlementariër die werd onderbroken door een oudere collega, was het in Nederland nauwelijks bekend. Maar we herkenden het wel direct: veel mensen uit die generatie zijn een tikje betweterig, nemen makkelijk de ruimte om te zeggen wat ze vinden, en presenteren hun vaak conservatieve standpunt als de waarheid. Dan wordt zo’n woord makkelijk overgenomen en zie je ook snel samenstellingen en afleidingen, zoals ‘boomer-humor’ en ‘boomerisme’.”

Jongeren in pretpark

De ‘pretparkgeneratie’ verwijst naar de generatie die is opgegroeid met het idee dat de wereld een groot pretpark is (Bron: Generatiewoordenboekje)

Freepik

En dan hebben al die generaties ook weer hun eigen generatiewoorden…

“Jongeren hebben altijd behoefte gehad aan hun eigen taal, die ze vooral in informele situaties met andere jonge mensen gebruiken. Dat was vroeger ook al: mijn ouders waren van de ‘mieters’-generatie en ik van de ‘onwijs gaaf’-generatie. Jongeren van nu zeggen ‘slay’ of misschien is dat inmiddels ook alweer passé. Als ouders of leraren zulke woorden gaan gebruiken, wordt het vaak heel cringe en gaan jongeren snel weer iets anders zeggen. Dat zag je bijvoorbeeld met ‘YOLO’, wat al snel ook door oudere mensen werd overgenomen en nu echt passé is. Of ‘swag’ voor ‘stoerheid’, wat ik nog steeds een grappig woord vind, maar dat jonge mensen ook niet meer zeggen. Je kun je die moeite als volwassene maar beter besparen.”