De twintigers van deze tijd zoeken steeds minder de kroeg of nachtclub op. Zijn ze door corona het uitgaan verleerd, of is er een andere reden? En is minder uitgaan eigenlijk een probleem?
Stiekem ben ik altijd heel jaloers geweest op de carnaval-vierende provincies. Voor drie tot vijf dagen per jaar ligt de samenleving helemaal plat en gaat iedereen een gezamenlijke dronken roes in. Van de jonge generatie zijn we zulke zuipmarathons gewend, maar met carnaval doen juist álle generaties mee. Ik heb met grote ogen staan kijken hoe, bij een Brabantse vriend thuis, de woonkamer werd geclaimd door de oudere generatie terwijl de jongeren de garage kregen toegewezen.
Maar zijn het straks alleen de ouders die de polonaise doen in de kroeg? Het blijkt namelijk dat Gen Z steeds minder het nachtleven opzoekt. Waar komt die verschuiving vandaan? En misschien nog belangrijker: is het een verlies, of vooral winst? Minder drank, drugs en doorhalen klinkt immers ook als vooruitgang.
Halflege dansvloeren
Voor professionals uit het nachtleven is het antwoord op de laatste vraag simpel. Zij zien kroegen en discotheken om zich heen verdwijnen – een afname van een vijfde sinds 2020 – en krijgen voor het eerst hun dansvloeren maar niet gevuld. Ze wijzen de vinger gezamenlijk naar Gen Z. Het oudste deel van deze generatie zit nu in de twintigerjaren, traditioneel dé hoogtijdagen voor uitgaan. Maar door de coronalockdowns is Gen Z het uitgaan ‘verleerd’, horen we in de media, en gaan zij liever uit lunchen of koffiedrinken dan een dansje wagen in de kroeg.
De cijfers bevestigen dit. In ‘Het Grote Uitgaansonderzoek vroeg het Trimbos-instituut aan een groep uitgaande jongeren, tussen de 16 en 35 jaar, wie van hen wekelijks in de stad te vinden is. Dat aantal was gehalveerd tussen 2020 en 2023: van 48 naar 25 procent voor kroegbezoekers en van 24 naar 13 procent voor clubgangers. Volgens Ruben Van Beek, onderzoeker bij Trimbos en projectleider van het Uitgaansonderzoek, is het een trend die ook in andere landen te zien is, zoals Duitsland en het VK. Hij ziet het ook met eigen ogen: “als ik zelf naar een feestje ga, sta ik voor mijn gevoel tussen de dertigers en veertigers. De twintigers lijken gewoon afwezig.”
Avondje overslaan
Wat is hier aan de hand? Dat wilden Van Beek en collega’s ook weten, dus nodigden zij een handjevol Gen Z’ers uit om dieper in gesprek te gaan. “Wat we vooral hoorden is dat, door corona, mensen gewend zijn geraakt aan thuis zijn. Ze leerden dat je het ook heel leuk kunt hebben zonder de kroeg in te duiken”, vertelt hij.
“Vervolgens zijn dingen heel erg duur geworden. Het uitgaansleven, met stijgende drank- en ticketprijzen, maar ook het leven zelf: wonen, boodschappen… Ze moeten dus meer werken en er komt druk op die vrije tijd”, vervolgt Van Beek. “Wat ze overhouden besteden ze liever aan andere dingen dan een avond drinken. Daarmee is het hele sociale gebeuren een beetje verplaatst, weg van het nachtleven.”
— Ruben van Beek
Het werd dus steeds normaler een avondje stappen over te slaan. Wie dat doet, merkt dat niet alleen in de portemonnee, maar ook in het lijf. Het nachtleven is onlosmakelijk verbonden met alcohol, en de jonge generaties lijken meer dan ooit te beseffen hoe schadelijk dat is. Vooral de theoretisch opgeleide Randstadbewoners geven hun fysieke en mentale gezondheid vaker prioriteit.
Verwachting en realiteit
Genoeg reden voor Gen Z om hun tijd en geld anders te besteden dan de generaties voor hen. Als eerste generatie die massaal opgroeide met social media, laten ze hun keuzes daar vaak door beïnvloeden, leerde Van Beek in zijn gesprekken: “Ze denken, als ik dan toch ergens heen ga dat veel geld kost, ga ik liever naar een festival, want dat heeft een hogere waarde op social media. Dan kun je laten zien dat je daar mooi aangekleed met je vrienden staat.”
Daarnaast voedt social media het verschil tussen verwachting en realiteit, vervolgt Van Beek. “Ze zoeken vaak een feest uit op social media, en daar lijkt het allemaal fantastisch. Maar bij aankomst volgt vaak deceptie: het is er druk, warm, het stinkt er naar drank en rook. Ze denken niet ‘wat een vette plek’, maar ‘alles is duur, ik moet laat opblijven en kan morgen niet meer sporten’. Als je alles bij elkaar optelt vraag je je af: waarom zou je eigenlijk nog uitgaan?”

Jongeren geven hun geld liever uit aan een festival dan aan een aantal zaterdagen in de kroeg.
YasirGraphic, via freepik.comDie vraag is niet onterecht, reflecteert Van Beek. “Als ik op mijn eigen uitgaansjaren terugkijk denk ik: waar sloeg het ook allemaal op? Ik heb ook wel eens laveloos op een bankje op een plein gelegen, of gaten in mijn geheugen gehad. Om van de katers nog maar te zwijgen.” Hij begrijpt maar al te goed dat het traditionele nachtleven voor veel mensen verschrikkelijk lijkt, en dat zij er liever voor kiezen om met hun vrienden karaoke te gaan zingen of te gaan boulderen.
Ruimte geven
Dat roept een belangrijke vraag op. Met je vrienden kun je andere activiteiten ondernemen, maar de kroeg en club zijn bij uitstek plekken om leeftijdsgenoten en potentiële partners te ontmoeten. Verdwijnt die functie dan niet ook? Van Beek maakt zich daar niet druk om. “Vroeger was seks en daten inderdaad een centraal deel van uitgaan, maar door datingapps is dat verschoven. Je hoeft niet meer uit te gaan om iemand te ontmoeten.”
— Tom ter BogtSommige jongeren hebben een sociaal leven waarin dat hele nachtleven sowieso niet belangrijk is
Ook Tom ter Bogt, Emeritus hoogleraar popmuziek en jeugdcultuur aan de Universiteit Utrecht, ziet het positief in. “Samenkomen is heel belangrijk voor jonge mensen, maar hoe ze dat precies invullen, maakt eigenlijk niet uit. Je ziet nu bijvoorbeeld dat festivals juist populairder worden onder twintigers. Ze kiezen er liever voor om daar hun geld uit te geven, en ontmoeten daar net zoveel mensen als in het nachtleven.” Daarnaast, benadrukt hij, moeten we niet vergeten dat een heel groot deel van twintigers überhaupt niet uitgaat, ook vóór corona. “Die hebben een sociaal leven opgebouwd waarin dat hele nachtleven niet belangrijk is. Voor die groep verdwijnt er niks”, zegt hij.
Van Beek ziet vooral een groep jonge mensen die heeft geleerd dat je niet de kroeg of club hoeft in te duiken om het leuk te hebben samen. Toch is die keuze niet altijd vrijwillig, en dát baart hem wel zorgen. “Gen Z heeft het niet makkelijk: ze ervaren meer studiedruk, kunnen geen woning vinden en maken zich zorgen om de wereld. Er is veel reden voor somberheid, en juist een feestje is een manier om daar even aan te ontsnappen. Misschien willen ze dat wel, maar staat hun geld en tijd te veel onder druk. Dan verdwijnt er een belangrijke uitlaatklep. Als Trimbos zijn wij natuurlijk blij met minder alcohol- en drugsgebruik, maar als mensen daardoor in hun stress blijven hangen, komt er een nieuw probleem bij.” Misschien moeten we dus niet vragen hoe we de dansvloeren weer vol krijgen, maar hoe we jongeren de ruimte geven om te feesten.

