Verdwaal jij áltijd? Misschien heb je wel atopia, een verschijnsel waarbij elk gevoel voor richting ontbreekt. Onderzoekers proberen te achterhalen hoe dat precies zit en of er wat aan te doen is.
Huh, het was toch linksaf? Had dat misschien een kruispunt eerder gemoeten? In deze stad lijkt ook alles op elkaar! Zonder richtinggevoel kan zelfs een bezoekje aan de supermarkt lastig zijn. Dat probleem speelt bij mensen met atopia, die elk gevoel voor richting missen. Dat voelt kennelijk herkenbaar, merkt neurowetenschapper Dietsje Jolles van de Universiteit Leiden. “Heel vaak zeggen mensen tegen me: ‘Dat heb ik ook’, als ik vertel over atopia.” Toch staat wat gedwaal niet gelijk aan atopia. Bij vrijwel iedereen is een wandeling weleens uitgelopen op een speurtocht door het bos, maar bij atopia blijft ook de vaste route naar het werk onbekend voelen.
Zelfs in de eigen straat moeten mensen met atopia soms zoeken naar hun huis, vertelt hoogleraar technologische innovaties in neuropsychologie Ineke van der Ham, die er veel onderzoek naar doet. “Een vriendin van mij heeft atopia. Om haar eigen huis te vinden let ze op de bloemetjes in de tuin van buurman.” Waar komt zo’n slecht richtingsgevoel vandaan en kan er iets tegen gedaan worden?
Mentale kaart ontbreekt
Verdwalen in de eigen straat is misschien moeilijk voorstelbaar, omdat navigeren voor de meesten haast vanzelf gaat. Daarvoor gebruiken ze een mentale kaart van de omgeving, legt Van der Ham uit, en juist die lijkt bij atopia te ontbreken. Ook als je dit stuk leest in een afgesloten ruimte (en geen atopia hebt), kun je vermoedelijk prima verbeelden waar je bent als je het huidige vertrek verlaat, hoe je op straat uitkomt en van daaruit naar de supermarkt kunt. “Waarschijnlijk zie je dat voor je in gedachten,” vertelt Van der Ham. “Mensen met atopia zien niks.”
Zonder zo’n mentale kaart lijkt verdwalen haast onvermijdelijk. Toch hebben mensen zonder mentale kaart vaak strategieën om zonder natuurlijk richtingsgevoel toch van A naar B te komen. De belangrijkste alternatieve navigatietechnieken benut herkenningspunten. Als je maar onthoudt dat je bij de molen linksaf moet en vervolgens bij de treurwilg rechtsaf, kun je zonder richtingsgevoel toch ergens komen (totdat de treurwilg gekapt wordt). Navigeren met de smartphone biedt ook uitkomst.
Zo lijkt de hinder door atopia beperkt. Maar regelmatig is vermijding ook een uitweg, vertelt Van der Ham. “Er zijn mensen met atopia die niet zelfstandig naar buiten gaan omdat ze anders verdwalen.” Atopia kan dus flink in de weg zitten, maar lang niet iedereen heeft door dat een falend richtingsgevoel de basis is. Geregeld ontdekken mensen dat pas als ze horen over het onderzoek van Van der Ham. “Ik krijg regelmatig e-mailtjes: ‘Dankjewel, had ik dit maar eerder geweten’.”
Kinderen in het lab
Hoe kan die mentale kaart ontbreken bij mensen met atopia? Dat is nog niet helemaal duidelijk. Naar atopia, of Developmental topographical disorientation (DTD), wordt pas sinds 2009 onderzoek gedaan. Dat is vrij kort in wetenschapsland, waardoor het aantal studies nog beperkt is. Wel is er een Canadese studie die wijst op een slechte verbinding tussen de hippocampus en de prefrontale cortex, vertelt Van der Ham. De hippocampus is het hersengebied dat de mentale kaart verzorgt, de prefrontale cortex laat ons bewust denken. Daarbij kun je de mentale kaart dus niet bereiken zonder goede verbinding, is het idee.
Maar er valt nog veel meer te onderzoeken. Om meer te begrijpen over de ontwikkeling van ons richtingsgevoel richt Jolles zich op kinderen. In de jeugdjaren oefenen we immers hoe we op onze bestemming komen, ziet Jolles. “Mijn zoon zit in groep zeven. Hij navigeert door onze buurt, naar de speeltuin en de school. Dat gebied is best klein, maar hij probeert regelmatig nieuwe routes uit.” Zo ontwikkel je de padvindersvaardigheden die nodig zijn voor de grote buitenwereld.

In onze jeugdjaren ontwikkelen we padvindersvaardigheden voor later.
FreepikVirtueel op pad
Om de ontwikkeling van het richtingsgevoel bij kinderen te leren begrijpen, zet Jolles virtual reality (VR) in. Achter de computer komen kinderen op plekken terecht waar hun richtingsgevoel wordt aangesproken. In een van de serious games verplaatsen kinderen zich bijvoorbeeld over een virtueel marktplein. Ze veranderen regelmatig van richting, maar moeten proberen een vinger steeds in de richting van het startpunt te laten wijzen. Dat toont niet alleen hoe goed hun mentale kaart is, maar vormt gelijk een soort training. Door zo bewust met het startpunt bezig te zijn, versterkt het richtingsgevoel mogelijk, vertelt Jolles: “Je kan sterren winnen als je het goed doet, dat vormt een extra stimulans.” Het experiment toont op die manier ook of het richtingsgevoel bij kinderen is bij te schaven.
Er zijn genoeg aanwijzingen dat ons richtingsgevoel behoorlijk te trainen is. Zo hebben Londense taxichauffeurs een sterk ruimtelijk geheugen, toonde een beroemde studie, waarschijnlijk dankzij een veeleisend examen om aan de slag te kunnen in een black cab. Training zou in theorie dus best uitkomst kunnen bieden voor degenen met weinig talent, denkt Jolles. “Het lijkt me heel mooi als we er wat aan kunnen doen.” Atopia oplossen zal vermoedelijk niet lukken, maar mogelijk is er dus wel wat aan te doen. Ook wie weinig aanleg heeft voor richtingsgevoel, komt dan makkelijker aan op z’n bestemming.

