Naar de content

Waarom word je misselijk van de achtbaan?

Lezersvraag aan een bewegingsziekte-expert

Nattanan726, via Magnific.com

De één is gek op achtbanen, de ander wordt al groen als je het er alleen maar over hebt. Waarom worden sommige mensen ziek in een achtbaan? NEMO Kennislink vroeg het aan een bewegingsziekte-expert. 

3 juli 2026

Twee loopings en een dubbele kurkentrekker later weet je het: je gaat nooit meer in de achtbaan. Bwèèèrk. Terwijl je vriendin juist laaiend enthousiast is. “Zullen we nog een keer gaan?” Hoezo kan zij er wel tegen?

Voor veel mensen is een achtbaanritje eigenlijk te kort om misselijk te worden, vertelt Jelte Bos. Bij TNO en aan de Vrije Universiteit doet hij onderzoek naar bewegingsziekte. Onwel worden heeft wat tijd nodig, zo blijkt. “Als je een paar rondjes na elkaar blijft zitten, krijgen juist veel mensen er wel last van.” Hoe zit dat?

Tegenstrijdige signalen

Bewegingsziekte ontstaat wanneer de signalen die de hersenen ontvangen vanuit onze zintuigen niet kloppen met wat we verwachten. Neem bijvoorbeeld het lezen van een boek in de auto. Met je ogen zie je letters op wit papier. Op basis daarvan verwacht je brein: ik zit stil, er is niets aan de hand. Maar de auto versnelt en remt af en suist door de bocht, dus geven je evenwichtsorganen door dat je alle kanten op beweegt. Dat conflict geeft kortsluiting.

Als je vaker zulke rare bewegingen hebt meegemaakt, heb je er meestal minder last van

Oplossing: uit het raam kijken. Dan zie je dat je over de weg beweegt en je ziet dat er een bocht aan komt. De bewegingen die je evenwichtsorganen doorgeven kloppen nu beter met wat je verwacht. “Dat is ook de reden waarom het bijna nooit de bestuurder is die misselijk wordt”, voegt Bos toe. De chauffeur weet wanneer de auto gaat remmen. De bijrijder weet dat minder goed en de kinderen achterin hebben al helemaal geen idee.

Terug naar de achtbaan. Je zintuigen vertellen je brein dat je zit en je ziet vooral de achterkant van het stoeltje voor je. Daar horen doorgaans geen wilde bewegingen bij. Intussen slaan je evenwichtsorganen alarm: je vliegt alle kanten op. “Je krijgt ook nog eens grote krachten te verduren die je normaal niet voelt”, voegt Bos toe. Als dat lang genoeg duurt, is er een grote kans dat je misselijk wordt. Heb je geen trek in overgeven, kijk dan naar de baan voor je. Als je ziet hoe je zal gaan bewegen, klopt je verwachting beter met de noodkreet die je krijgt uit je evenwichtsorganen.

Even wennen

Het helpt ook om vaker in de achtbaan te gaan. Bos: “Als je vaker zulke rare bewegingen hebt meegemaakt, heb je er meestal minder last van.” We wennen eraan. Wel leren sommige breinen er makkelijker mee om te gaan dan andere, wat individuele verschillen verklaart. En waar de een vooral last heeft van achtbanen, kan een ander juist gevoeliger zijn voor zee- of wagenziekte.

Een jongeman zit op een bank met een VR-bril op, naast hem zie je half in beeld een jonge vrouw met een VR-bril op.

Ook tijdens het gamen kan er bewegingsziekte optreden, vooral als je een VR-bril op hebt. 

frimufilms, via Magnific.com

En dan is er nog cybersickness. Dat is een nieuwe vorm van bewegingsziekte, die wordt veroorzaakt door gamen. Zeker met een virtualrealitybril op je neus kun je een reusachtig conflict creëren tussen wat je ziet en wat je lichaam voelt. Met een VR-achtbaan bijvoorbeeld. Doordat de bril je zicht helemaal afsluit, komen de beelden erg overtuigend over. Je zit rechtop, maar volgens je ogen kantelt de hele wereld. Dat is goed voor flinke misselijkheid. “Veel mensen hebben moeite met VR”, vertelt Bos. Ook hier geldt: je kunt eraan wennen. Kwestie van veel gamen dus.

Blaas legen

Gemixte signalen zorgen dus voor bewegingsziekte, maar waarom uit zich dat juist in misselijkheid? De wetenschap is er nog niet uit, vertelt Bos. “Dat we wit wegtrekken, kan een signaalfunctie hebben.” Andere mensen kunnen zo zien dat er iets mis is met je. Bewegingsziekte zorgt ook vaak voor zweten, gapen, boeren, extra speekselaanmaak en scheten. Hoe dat komt, is lastiger te zeggen.

Er is een aardige theorie over overgeven, aldus Bos. Wel benadrukt hij dat de studie niet breed gedragen wordt onder misselijkheidswetenschappers. In de verte hebben mensen en vissen een gemeenschappelijke voorouder. “Die laatsten hebben een zwemblaas, die naast de maag ligt.” Het orgaan wordt aangestuurd vanuit het evenwichtsorgaan. Zoogdieren hebben al lang geen zwemblaas meer. “Maar de aansturing vanuit de hersenen is er nog wel. Zo zou het evenwichtsorgaan de maag stimuleren.” Het kan een reden zijn waarom er vanuit de hersenen een signaal naar de buikholte gaat: aaaahhh, dit gaat helemaal mis! Legen die hap!

Resistente ouderen

“Baby’s hebben geen last van bewegingsziekte”, vertelt Jelte Bos. Dat is maar goed ook, want ze hangen lange tijd ondersteboven in de buik. “Kinderen krijgen pas last van bewegingsziekte zodra ze gaan kruipen, en helemaal als ze gaan lopen.” Hun brein moet leren omgaan met die nieuwe vreemde bewegingen. Vervolgens hebben kinderen meer last van misselijkheid dan volwassenen, tot ze een jaar of twintig zijn. Je lijf kan wennen aan bewegingen, maar zolang je groeit, is het net steeds weer anders. Eenmaal volgroeid kan het grote wennen beginnen. Je hersenen snappen steeds beter hoe je lijf beweegt. Hoe ouder je wordt, hoe minder last je hebt van bewegingsziekte. “Tachtigjarigen zijn gemiddeld vier keer minder gevoelig voor bewegingsziekte dan twintigjarigen.”