Oranjekoorts doet gekke dingen. Mensen met een serieuze kantoorbaan lopen tijdens wedstrijden van het Nederlands elftal ineens met een opblaaswortel op het hoofd. Maar wat is nou dat fenomeen? En wanneer stijgt de koorts?
De Oranjekoorts kwam dit WK als een diesel op gang. De voorspellingen van analytici op tv waren lange tijd lauwtjes en er lijkt minder oranje te zien in de woonwijken. We zouden ‘echte toppers’ als Arjen Robben, Dennis Bergkamp en Marco van Basten missen. En de wedstrijden in de voorbereiding op het WK, waaronder een 0-1 nederlaag tegen Algerije en een overwinning in blessuretijd tegen Oezbekistan (respectievelijk 27e en 58e op de FIFA wereldranglijst), waren het aanzien nauwelijks waard.
Wetenschapper Gijs Bijlstra (Radboud Universiteit) denkt dat dit werkte als een koortsverlagende zetpil. Pas nadat Nederland zich redelijk soeverein plaatste voor de volgende ronde, steeg de temperatuur op de oranje thermometer. Langzaam. “Het leeft nog niet zoals bij eerdere eindtoernooien, maar het komt op gang.”
Heb je zelf Oranjekoorts?
“Ik ben zelf meer van het clubvoetbal en ben fan van FC Twente, maar rond grote toernooien heb ik zeker Oranjekoorts. Tijdens het gewonnen EK van 1988 was ik zeven jaar oud. Ik herinner me nog de sfeer op straat, de versieringen en dat ik wedstrijden keek. Dat zijn beelden die zijn blijven hangen.”
Tegelijkertijd is het best een vreemd gebeuren, volwassenen met een klomp, kaas of leeuwenkop op het hoofd. Kan je uitleggen waarom we met zijn allen zo gek doen?
“Mensen vinden het fijn om onderdeel te zijn van een groep en halen daar doorgaans een positief gevoel uit. Groepslidmaatschap zegt iets over je identiteit en geeft het gevoel ergens bij te horen. De voorbeelden die je noemt zijn speelse uitingen van nationale stereotypen die deze verbondenheid zichtbaar maken.”
Wat werkt koortsverhogend?
“Je ziet dat de Oranjekoorts groter wordt naarmate het Nederlands elftal succesvoller is. Dat past ook in onderzoek van de Amerikaanse hoogleraar en psycholoog Robert Cialdini, die beschreef dat mensen zich graag verbinden aan sportteams die succes hebben. Je ziet dat in mijn wijk: NEC Nijmegen speelde het afgelopen jaar uitzonderlijk goed, dus de buurt hangt vol vlaggen. In de 24 jaar dat ik in de regio woon maakte ik het niet eerder zo mee. Het is dus te verwachten dat hoe verder het Nederlands elftal komt, des te meer oranje vlaggen en oranje shirts je in het straatbeeld ziet. Grappig genoeg denk ik dat veel mensen niet heel bewust doorhebben dat hun betrokkenheid groeit naarmate het beter gaat met het elftal dat ze steunen.”
En wat als het minder gaat?
“Dan wordt het ingewikkeld. Dan hoor je immers bij een groep die niet goed presteert en dan haken sommige mensen net zo gemakkelijk weer af. Dit zie je vooral bij mensen die zich niet heel sterk identificeren met het team. Heb je een grote tattoo van het team op je arm staan, dan is dat natuurlijk een stuk lastiger.”
Hoe spijtig ook, het Nederlands Elftal heeft met het EK van 1988 maar één hoofdprijs gewonnen. Daarmee is het net zo onsuccesvol als veel mindere voetballanden als Denemarken en Griekenland. Kan je verklaren hoe het kan dat, ondanks dat we haast nooit wat winnen, we toch iedere keer weer koortsig worden?
“Winnen gaat niet alleen om de beker winnen, maar ook om het winnen van wedstrijden, ver komen in een toernooi. Dat doet Nederland beter dan de landen die je noemt. Bovendien gaan mensen bij mindere resultaten vaak creatief op zoek naar andere aspecten van hun identiteit, dus buiten het winnen om, waar ze hun zelfwaardering uit halen. Zoals de geweldige en geliefde supporters van het Nederlands elftal en de daarbij horende oranjemarsen. Dit herinterpreteren van je groepsidentiteit wordt in de psychologie social creativity genoemd.”

Oranjefans dossen zich op verschillende manieren uit: met een klomp, kaas of leeuwenkop op het hoofd.
Als wetenschapper ben jij onder andere gespecialiseerd in hokjesdenken. Is Oranjekoorts daar ook een uiting van?
“Zeker. We delen de wereld om ons heen in mentale hokjes in om sneller te begrijpen wat we zien. Daardoor ontstaan groepen: wij en zij, de ingroup en de outgroup. Dat helpt ons om voorspellingen te doen over de wereld waarin we leven en snel beslissingen te nemen. Bij voetbal zie je dat heel duidelijk. Toen ik de afgelopen dagen naar Duitsland keek, dacht ik automatisch: die scoren toch altijd weer in de laatste minuut. Via sport komt dat mechanisme relatief vaak onschuldig naar voren.”
Aan de term hokjesdenken zit óók een negatieve lading.
“Dat wordt inderdaad zo gezien in de maatschappij en dat is ook wel terecht. In veel gevallen gaat het dan om discriminatie, wat natuurlijk hele negatieve gevolgen heeft. Maar als wetenschapper zie ik hokjesdenken ook als een neutraal fenomeen, een belangrijk evolutionair mechanisme van het brein. Het helpt ons om razendsnel informatie te verwerken. Wanneer je op een nieuwe plek komt, wil je snel kunnen inschatten wat je kunt verwachten. Een simpel voorbeeld: zie je een kok met een mes, dan reageer je anders dan wanneer je iemand met een mes tegenkomt in een donker steegje. Die eerste gedragsimpuls is vaak heel functioneel.”
Beschouw jij Oranjekoorts als een uitsluitend of een inclusief mechanisme?
“Het Nederlandse clubvoetbal kent veel rivaliteit. Bij het Nederlands elftal zie je juist dat supporters van verschillende clubs samenkomen; het is daarmee inclusiever. In de sociale psychologie noemen we dat hercategorisatie: kleinere subgroepen worden onderdeel van één grotere groep. Supporters van normaal rivaliserende clubs, zoals Ajax en Feyenoord, kunnen hopelijk vannacht samen juichen voor het Nederlands elftal als we tegen Marokko spelen.”

