Naar de content

Wat als we stoppen met meten aan de Golfstroom?

Vijf vragen over het meetsysteem in de Atlantische Oceaan

Andrei Armiagov, via Magnific.com

Metingen aan de Golfstroom laten zien hoe oceaanstromen en het klimaat veranderen. Wat riskeren we als die metingen stoppen? En waarom is het überhaupt nodig om de Golfstroom te meten?

14 juli 2026

In de Atlantische Oceaan ligt een meetsysteem van honderden meetboeien en sensoren. Daarmee volgen wetenschappers hoe de opwarming van de aarde oceaanstromen beïnvloedt. Daaronder valt ook de Golfstroom, die warm water vanuit de tropen naar het noorden transporteert en daarmee bijdraagt aan het relatief milde klimaat in West-Europa.

Van Donald Trump hoeft dat meetsysteem niet zo. Zijn regering wilde de financiering voor een deel van deze metingen beëindigen. De Amerikaanse Senaat stak daar een stokje voor, waardoor de metingen voorlopig kunnen doorgaan.

Dat is belangrijk, zegt oceanograaf Swinda Falkena van de Universiteit Utrecht, die stromingen in de Atlantische Oceaan onderzoekt. NEMO Kennislink stelde haar vijf vragen over metingen in de Golfstroom.

Wat is de Golfstroom?

“De Golfstroom is een warme oceaanstroming in de Atlantische Oceaan die vanaf de Golf van Mexico langs de oostkust van Noord-Amerika richting Europa stroomt. De stroming aan het oceaanoppervlak wordt grotendeels aangedreven door de wind. Omdat de Golfstroom warm oppervlaktewater uit de tropen naar het noorden voert, transporteert zij ook warmte. Bij Groenland en Noorwegen koelt het water af. Door de lagere temperatuur en het hogere zoutgehalte wordt het water zwaarder en zakt het naar grotere diepten, waarna het weer zuidwaarts door de Atlantische Oceaan stroomt.”

Welke invloed heeft de Golfstroom op het klimaat?

“Dankzij de warmte die Europa van de Golfstroom krijgt, is het klimaat hier relatief mild. Maar als dit warmtetransport stopt, krijgen wij in Europa geen warmte meer van het water. Dit komt doordat zeewater in het noorden warmer wordt door de opwarming van de aarde. Daarnaast mixt zoet water van smeltend ijs op Groenland met oceaanwater. Het opgewarmde, zoetere water is minder zwaar en zakt dus minder makkelijk naar onder. Om de warmtestroming gaande te houden, móét het water juist ergens zinken. Gaat dat straks moeilijker, dan zwakt de Golfstroom af.”

“En dan verandert het temperatuurverschil tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond. Sommige plekken in de tropen, waar het voorheen weinig regende, krijgen opeens veel meer neerslag. Terwijl het op voorheen natte plekken juist droog wordt. Dat heeft dan weer negatieve gevolgen voor de voedselvoorziening. Want door het veranderde klimaat kunnen oogsten vaker mislukken.”

Hoe en wat wordt er nu gemeten?

“We meten via een netwerk van ‘meetlijnen’, bestaande uit boeien die met kabels vastzitten op de zeebodem. Met die meetlijnen meten we de temperatuur, zoutgehalte, druk en stroming van zeewater. Op basis van die data bepalen we hoeveel warmte en water er naar het noorden en zuiden wordt getransporteerd, en op welke dieptes dat gebeurt. Zo is er de RAPID-meetlijn, die redelijk dicht bij de evenaar zit. Maar er lopen ook meetlijnen tussen Groenland en de Verenigde Staten en van Groenland naar Schotland.”

“Op verschillende plekken worden ook losse boeien de oceaan ingegooid. Die zinken tot zo’n duizend meter diepte en stromen vervolgens met de oceaan mee. Terwijl ze zich laten meevoeren meten ze, net als de ‘vaste’ boeien, temperatuur, zoutgehalte en druk van het water. Eens in de zoveel tijd komen ze naar het oppervlak toe en sturen ze meetdata naar satellieten. ”

Waarom zijn de metingen aan de Golfstroom belangrijk?

“Wat we zien is dat de Golfstroom minder warmte naar Europa transporteert. We willen weten of dat doorzet, want dat heeft invloed op ons klimaat. Wat voor invloed dat heeft, voorspellen we met modellen. Maar je hebt metingen nodig om te verifiëren of zo’n model klopt. Het lastige van oceaanonderzoek is dat je eigenlijk weinig manieren hebt om alles onder het wateroppervlak te meten. Er bestaan wel satellietdata, maar die zeggen bijvoorbeeld weer niks over wat er helemaal op de bodem van de oceaan gebeurt.”

“Met de RAPID-lijn meten we al sinds 2004 wat er van jaar tot jaar in de oceaan verandert, zodat we op de korte termijn redelijk goed de variabiliteit kunnen bijhouden. Maar we meten eigenlijk nog te kort om iets zinnigs over langzame processen te zeggen. Terwijl: hoe langer je meet, hoe beter je modellen kunt maken. En hoe beter je dus ook kunt voorspellen wat er in de toekomst nog gebeurt.”

Wat gebeurt er als er niet langer gemeten wordt?

“Stop je de metingen, dan loop je het risico dat er veranderingen plaatsvinden in de oceaan waar je geen weet van hebt, maar die wél van de een op de andere dag ons klimaat kunnen beïnvloeden, zónder dat wij ons daarop voor kunnen bereiden.”

“De metingen zijn nog niet stopgezet. Maar financiering voor oceaanonderzoek met meetlijnen moet wel elke keer opnieuw aangevraagd worden. Dat maakt het onderzoek onzeker, terwijl je bestaande metingen écht wil doorzetten.”

“Ik vind het lastig te begrijpen dat er geen structurele geldstroom is om te meten hoe oceaanstromingen veranderen. Voor het opsporen en volgen van potentiële komeet- en planetoïde-inslagen bestaan wel structureel gefinancierde programma's. Tegelijkertijd is de kans dat veranderingen in oceaanstromingen gevolgen hebben aanzienlijk groter dan de kans op een grote komeetinslag.”