Zondagavond 8 maart schoot er een lichtflits langs de hemel. Drieduizend mensen meldden hun waarneming bij de Internationale Meteorenorganisatie. Wat was dit, en wat kunnen we ervan leren?
Het is zondagavond 18:55 uur. Er schiet een grote vuurbol voor het raam langs. Of was het de reflectie van het woonkamerlicht? Nee, dit was toch écht een grote vuurbol. Het ding is helder, laat onderweg ‘stukjes’ achter en dooft na een seconde of vijf weer uit.
Tóch maar even melden bij de Werkgroep Meteoren, een Nederlandse vereniging van amateurastronomen die meteoren, vuurbollen en meteorieten bestudeert. Vanaf daar word je doorgestuurd naar het Nederlandstalige vuurbollenmeldpunt van de Internationale Meteorenorganisatie (IMO).
Er volgen twaalf vragen. Onder welke hoek kwam de vuurbol binnen? Hoe fel was deze precies? Uit welke windrichting kwam de vuurbol? Flitste 'ie? Hoelang bleef het ding schijnen? En was er nog een knal bij te horen? Met de antwoorden op deze vragen maakt de Werkgroep Meteoren een ruwe inschatting van de baan van de vuurbol. En of het ding misschien nog ergens is geland.
Hoe bepaal je óf en wáár de vuurbol terechtkomt? En wat gebeurt er dan qua vervolgonderzoek? We vragen het aan planeet- en meteorietonderzoeker Sebastiaan de Vet van de TU Delft die ook actief is bij de Werkgroep Meteoren.

