Naar de content

Wordt de grootste prater altijd de leider?

Lezersvraag over de babbelhypothese

Freepik, peoplecreations

Is degene die het meest praat tijdens een vergadering ook de leider? En is dat terecht? NEMO Kennislink duikt in de wetenschappelijke theorie.

1 juni 2026

Het is maandagochtend tien uur. In de vergaderzaal schuiven zes collega's aan voor het wekelijkse werkoverleg. Nog voor de koffie is ingeschonken, neemt één van hen het woord. Ze stelt de agenda voor, reageert op elk punt, vult anderen aan. De andere vijf knikken vooral. Wie is hier de leidinggevende? De kans is groot dat je degene aanwijst die grotendeels het woord neemt, ook al weet je niets over haar functie of expertise. Want wie het meest praat, is de baas. Maar is dat ook zo?

“Uit onderzoek blijkt dat mensen die veel praten, vaker leidinggevende worden”, bevestigt Lars Tummers, hoogleraar Bestuurs- en Organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht. Opvallend, want dit effect treedt op ongeacht de intelligentie of expertise van de mensen uit de groep. 

Leiderschap wordt dus toegeschreven aan mensen die simpelweg veel praten, niet per se aan mensen die inhoudelijk iets gewichtigs zeggen. Wetenschappers noemen dit de babbelhypothese. “Eigenlijk zou je verwachten dat degene met de meeste expertise de leider wordt”, zegt Tummers. “Maar dat blijkt dus lang niet altijd het geval.”

Een-op-een

De babbelhypothese bevestigt daarmee iets wat we al vermoeden, maar liever niet toegeven: we verwarren pratende mensen nog wel eens met competente mensen. En dat heeft gevolgen voor het bestijgen van de carrièreladder. Ben je van nature wat stiller? Dan loop je meer kans om over het hoofd te worden gezien – ook al heb je de beste ideeën. “Dan kom je waarschijnlijk minder snel in hogere posities”, zegt Tummers. Al voegt hij er meteen aan toe dat niet iedereen een leidinggevende positie ambieert. Daarom hoeft dit ook niet voor iedereen negatief uit te pakken.

Groepen waarin een klein aantal mensen het gesprek domineren, scoren slechter op collectieve intelligentie

Toch is er goed nieuws voor de stillen onder ons. Wie minder floreert in grote groepen, kan strategisch te werk gaan. Tummers adviseert om vergaderingen altijd goed voor te bereiden. Stel jezelf daarbij een concreet doel: breng minimaal twee punten in. Lukt dat toch niet goed in een groep? "Dan kun je ervoor kiezen om vóór de vergadering al met jouw punten naar je leidinggevende te stappen", zegt Tummers. Een-op-een is het vaak makkelijker om je idee over de bühne te brengen.

Onopgemerkt talent

Maar de grootste verantwoordelijkheid ligt bij de organisatie zelf, benadrukt hij. “Juist een leidinggevende kan aansturen op meer een-op-eengesprekken in plaats van grote vergaderingen”, stelt Tummers. Ook de manier waarop vragen worden gesteld maakt een groot verschil. Wie in een vergadering een algemene vraag stelt als ‘Wie heeft er een goed idee?’ speelt onbewust de praters in de kaart. Beter is het om mensen specifiek aan te wijzen. Zo krijgen ook de stille mensen ruimte om bij te dragen.

Dat deze aanpak voor organisaties loont, wordt bevestigd door onderzoek. “Groepen waarin een klein aantal mensen het gesprek domineren, scoren slechter op collectieve intelligentie”, legt Tummers uit. Oftewel, meer stemmen aan tafel leidt tot meer effectieve of creatieve oplossingen. Wie structureel de stillen negeert, laat niet alleen talent liggen, maar ook resultaten.

Online meeting

Ook bij een online vergadering zijn stille mensen vaak minder aan het woord, tenzij de vergadering strak gestructureerd is.

Freepik, rawpixel.com

Digitaal ondergesneeuwd

Naast spreektijd spelen ook andere factoren mee in wie als leider wordt gezien. Mannen worden sneller leidinggevende dan vrouwen. Een lagere stem wordt als gezaghebbender ervaren. En ook lichaamshouding telt: wie een laptop voor zich heeft, maakt minder snel oogcontact met de voorzitter en komt dus minder aan het woord. “Zorg dat je de documenten geprint voor je hebt liggen, zo heb je sneller interactie met anderen”, legt Tummers uit.

Volgens Tummers geldt de babbelhypothese overigens net zo goed bij hybride werken. Stille mensen sneeuwen ook digitaal sneller onder – tenzij de vergadering strak gestructureerd is en iedereen expliciet om beurten aan het woord komt.

Kortom, de boodschap is helder: in veel organisaties wint niet het beste idee, maar de luidste stem. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Eén simpele vraag aan het einde van elke vergadering kan de oplossing bieden: ‘Wie hebben we vandaag nog niet gehoord?’