Naar de content

Zo afhankelijk zijn we van Big Tech

iStock

De website Zijn we al autonoom? laat letterlijk zien hoe afhankelijk het internet in Nederland is van Amerikaanse Big Tech. Het beeld dat ontstaat, is verontrustend. 

29 juni 2026

Digitale onafhankelijkheid is een hot topic. Kranten staan er vol mee, experts uiten in talkshows hun zorgen, en Willemijn Aerdts was onverbiddelijk voor Solvinity, het bedrijf achter DigiD. De staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit torpedeerde de overname van het bedrijf door een Amerikaanse partij. De grote zorg daarbij was: wat als de Amerikaanse overheid toegang krijgt tot gegevens van DigiD of de toegang zou kunnen blokkeren?

Dergelijke zorgen leven ook bij digitaal ontwerper Lei Nelissen. In samenwerking met SIDN Labs, dat onderzoekt hoe de infrastructuur van het internet veiliger kan, bouwde hij de website Zijn we al autonoom?. Daarop kunnen experts en leken eenvoudig zien hoe groot onze afhankelijkheid van Big Tech is, want de site brengt letterlijk in kaart hoe afhankelijk het internet in Nederland is van van niet-Europese technologie. Er blijkt maar één conclusie mogelijk: Nederland hangt massaal aan het Amerikaans infuus.

Rode knop

De belangrijkste tool op de site is een rode knop. Druk je daarop, dan zie je per sector, bijvoorbeeld bedrijfsleven, zorg, overheid of onderwijs, hoeveel organisaties services van Big Tech gebruiken. Op de kaart van Nederland kleuren blauwe bolletjes – elk blauw bolletje staat voor een organisatie – dan rood. Organisaties die niet afhankelijk zijn, blijven blauw. Het idee van de rode knop komt oorspronkelijk van Bert Hubert, een softwareontwikkelaar en kritische stem in het Nederlands technologiedebat. Nelissen: “Hij gebruikte de metafoor van een grote rode knop in het kantoor van de Amerikaanse president. Drukt die de knop in, dan valt alle dienstverlening die afhankelijk is van Amerikaanse technologie weg.”

Met blauwe bolletjes aangegeven organisaties op de kaart van Nederland kleuren rood als ze voor hun internetdiensten afhankelijk zijn van Amerikaanse Big Tech.

Studio Falkland

De knop laat dus zien welke organisaties direct geraakt zouden worden. Het beeld is voor bepaalde sectoren zorgwekkend. Vooral het onderwijs kleurt dieprood, ziet Nelissen. “Basisscholen gebruiken massaal Microsoft en Google, en in het middelbaar en hoger onderwijs draait ongeveer 90 procent op Microsoft. Veel scholen kiezen niet noodzakelijk voor Microsoft omdat het de beste oplossing is, maar vooral vanwege het gemak.” Problematisch, vindt hij. In zijn ogen leren scholieren zo dat Big Tech synoniem is voor digitaal werken. “Een computer betekent Windows. Presentaties maak je in PowerPoint. Teksten schrijf je in Word. E-mailen doe je via Outlook. Terwijl er veel opensource en Europese alternatieven bestaan.”

Gedraaide wind

Hoe zijn we hier beland? Vroeger was veel lokaal georganiseerd, vertelt Nelissen. Als je een website wilde hosten, nam je die bij een lokale hostingprovider af. Daardoor waren er misschien wel tienduizenden hostingbedrijven. “Vanaf ongeveer 2010 zien we steeds meer centralisatie. Grote bedrijven nemen een steeds groter deel van de dienstverlening voor hun rekening.”

In de afgelopen vijf tot tien jaar is daar nog een extra ontwikkeling bij gekomen: de vercloudisering. Bedrijven willen digitaliseren en stappen over naar de cloud. Daar krijgen ze dan meteen een compleet pakket aan diensten bij. Veel organisaties nemen alles af bij één bedrijf, zoals Microsoft, dat honderden verschillende diensten aanbiedt. Logisch, vanuit het oogpunt van het gemak. In onze digitale samenleving zijn die diensten zeer belangrijk. Want of het nu gaat om supermarkten, financieel verkeer of overheidsdiensten, alles draait digitaal. “Als alles draait bij een klein aantal grote Amerikaanse bedrijven, wordt die afhankelijkheid steeds groter. Draait de geopolitieke wind, dan kan die concentratie gevaarlijk worden voor het functioneren van onze maatschappij.”

En die wind lijkt gedraaid. De Amerikaanse president Donald Trump maakt sinds zijn aantreden moves die Europa verontrusten. The Donald wil Groenland overnemen, dreigt met hoge importheffingen, zinspeelt op een vertrek uit de NAVO en toont zich onvoorspelbaar wat betreft de steun voor Oekraïne. Volgens (een deel van) Europa is Amerika onbetrouwbaar. Het bondgenootschap brokkelt af in de publieke opinie.

Inspraak

Het ‘afhankelijkheidsprobleem’ is al langer bekend binnen een kleine kring van techneuten, vertelt Nelissen. Zij trokken regelmatig aan de bel. “Wat wij proberen te doen met de site, is de schaal van het probleem tonen aan mensen zonder technische achtergrond. We richten ons op journalisten, politici, beleidsmakers, bestuurders en individuele burgers.”

Nelissen merkt dat die methode aanslaat. Een bericht op LinkedIn over zijn website ontplofte. Naar aanleiding daarvan sprak Nelissen met journalisten, beleidsmakers en mensen die zich bezighouden met digitale autonomie. Het idee van de website is dat je er daadwerkelijk wat mee kan doen; je ziet immers of jouw gemeente, tandarts of middelbare school afhankelijk is. “Mensen hebben lokaal korte lijnen of zelfs mogelijkheden voor inspraak. Laatst zag ik dat er dankzij de site in de Hengelose gemeenteraad vragen zijn gesteld over de gemeentelijke afhankelijkheid van Microsoft. Zulke discussies zien we steeds vaker.”

Politieke druk

Het project ‘Zijn we al autonoom?’ kijkt vooral naar geopolitieke autonomie: de mogelijkheid om keuzes te maken zonder afhankelijk te zijn van wat andere landen opleggen. Maar er zijn ook andere vormen van autonomie, vult Nelissen aan. Hij vindt economische autonomie bijvoorbeeld minstens zo belangrijk. “Als Nederlandse organisaties jaarlijks miljarden euro’s aan abonnementen betalen aan Microsoft, vloeit dat geld naar de Verenigde Staten. Daardoor investeren we minder in onze eigen technologiebedrijven.” Dat is, in zijn ogen, problematisch voor de toekomst. Als Europese bedrijven niet kunnen groeien, missen ze uiteindelijk de technologische basis om mee te doen aan nieuwe ontwikkelingen, analyseert Nelissen. “Dat zie je bij AI. Opnieuw zijn de grootste spelers voornamelijk Amerikaans. Zonder eigen bedrijven, talent en investeringen wordt het steeds moeilijker zelfstandig een sterke technologische positie op te bouwen.”

Afhankelijkheid heeft meer risico's dan alleen afsluiting van diensten

De sterke afhankelijkheid kan, zo ziet Nelissen, ook leiden tot politieke druk. Zo is de EU nu bezig inwoners te beschermen voor negatieve invloeden van technologie, zoals van social media, die in meerderheid Amerikaans zijn. Dat is tegen het zere been van de Amerikaanse overheid, die het liefst een vrij speelveld heeft voor Big Tech op de Europese markt, met zo min mogelijk regels. De Verenigde Staten zien zulke regels als censuur.

Recent bleek dat Big Tech-bedrijven namen van Nederlandse ambtenaren die waren betrokken bij zulke Europese regels, deelden met de Amerikaanse overheid. Dit in het kader van een Amerikaanse overheidsonderzoek naar Europese ‘techcensuur’. Een ‘zeer zorgelijke’ ontwikkeling, vond het Nederlandse kabinet. Volgens Vrij Nederland zou het gaan om medewerkers van toezichthouders Autoriteit Consument en Markt en Autoriteit Persoonsgegevens. De actie wordt gezien als intimidatiemiddel richting deze ambtenaren, die onder druk zouden kunnen worden gezet met Amerikaanse inreisverboden of sancties. Zoiets gebeurde namelijk al eerder. “Dergelijke voorbeelden laten zien dat afhankelijkheid meer risico’s met zich meebrengt dan alleen afsluiting van diensten”, besluit Nelissen.