Naar de content

De overgang als schrikbeeld

Bloed, zweet en tranen: beeldvorming

Lobke van Aar voor NEMO Kennislink

De aandacht voor de overgang is vooral negatief en deels cultureel bepaald. Als dat eenzijdige beeld verandert, hebben vrouwen misschien minder last van de overgang.

20 maart 2026

Opvliegers, nachtzweten, brozer wordende botten, meer kans op diabetes en hart- en vaatziekten: je krijgt als vrouw nogal wat te verduren tijdens de overgang. En dan kun je ook nog eens last krijgen van spanning, nervositeit, irritatie, concentratieproblemen of desinteresse. Goed slapen lukt door al die klachten niet meer en ook op het werk gaat het niet meer helemaal lekker.

Ook als je de vele boeken over de overgang moet geloven, is deze levensfase een en al kommer en kwel. Negen van de tien populairste boeken over de overgang op de website van bol.com gaan over klachten. En over hoe je ze de baas blijft, over hoe je ‘de controle terugpakt’ en natuurlijk over hoe het allemaal werkt in het vrouwenlijf als dat in de overgang komt. Voorlichting is nodig, betogen die boeken. En het taboe moet doorbroken worden. Waarom is het beeld van de overgang zo negatief, en wat doet dat met vrouwen?

Een focus op het negatieve helpt niet om de overgang goed door te komen

— Rina Knoeff, hoogleraar gezondheid en geesteswetenschappen

“Als je dat soort boeken leest voordat je in de overgang bent, slaat de angst je om het hart over waar je allemaal last van kunt krijgen”, zegt Rina Knoeff, hoogleraar gezondheid en geesteswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Er is zeker behoefte aan dat soort informatie, maar de balans is zoek. En een focus op het negatieve helpt niet om de overgang goed door te komen.”

En dat moet anders, vinden Knoeff en haar collega Tineke Oldehinkel, hoogleraar epidemiologie over de levensloop van veelvoorkomende psychiatrische stoornissen bij het Universitair Medisch Centrum Groningen. Samen met hun promovenda Hanneke de Boer doen ze onderzoek naar de beeldvorming van de overgang. Waar komt dat negatieve beeld vandaan?

Niet alles wordt beroerder

Het negatieve beeld van de overgang kan uitmaken voor hoe je als vrouw de overgang ervaart. In de geneeskunde staat dit bekend als het nocebo-effect: als je denkt dat je ergens klachten van krijgt, dan kun je daar prompt last van krijgen. Als je bijvoorbeeld de bijwerkingen van een medicijn vreest, ervaar je vaak ook echt die bijwerkingen. Het nocebo-effect is het tegenovergestelde van het placebo-effect: als je verwacht dat een medicijn zal helpen, voel je je ook daadwerkelijk beter. Het is nog niet duidelijk of het nocebo-effect echt bestaat voor de overgang. Dat onderzoekt het Groningse team nog.

Dat betekent niet dat de overgang tussen de oren zit, benadrukt Knoeff. Tijdens de overgang gebeurt er van alles in het vrouwenlichaam, en vrouwen kunnen daar wel degelijk behoorlijk last van hebben. “Maar niet alles wordt beroerder”, zegt Oldehinkel. Knoeff vult aan: “Veel vrouwen zijn bijvoorbeeld blij dat de maandelijkse menstruaties ophouden, of dat ze van hun migraine of premenstrueel syndroom af zijn. Alleen wordt daar zelden naar gevraagd.” In onderzoek niet, maar ook in de maatschappij is er weinig aandacht voor. Goed nieuws is immers geen nieuws.

Genuanceerder beeld

De positieve ervaringen zijn er, blijkt uit nog niet gepubliceerd onderzoek. De Groningse onderzoekers legden 24.268 vrouwen twintig stellingen voor over de overgang, zoals ‘lichamelijk verandert er wel wat, maar verder niet’ of ‘de overgang is een beroerde periode waar vrouwen tegenop zien.’ Vrouwen konden antwoorden aankruisen op een schaal van helemaal eens tot helemaal oneens. Wat bleek: het merendeel van de vrouwen koos een antwoord ergens in het midden. En verder waren er kleinere aantallen vrouwen die de overgang inderdaad vreselijk vonden. Maar er waren evenveel vrouwen die geen problemen ervaarden. “Dat laat zien dat het negatieve beeld over de overgang niet helemaal klopt”, zegt Oldehinkel.

Vrouwen die nog niet in de overgang waren, rapporteerden zelfs meer klachten dan vrouwen die al door de overgang heen waren, licht Oldehinkel toe. Het ging dan om klachten als spanning, irritatie en concentratieproblemen. Ook hadden vrouwen na de overgang minder vaak last van hoofdpijn en vermoeidheid dan vrouwen die nog voor de overgang zaten. “Dat nuanceert het beeld wel wat”, zegt Oldehinkel.

Dat Knoeff en Oldehinkel ook de positieve verhalen aan bod willen laten komen, ligt soms gevoelig, merken ze. “Sommige vrouwen hebben zich lang miskend gevoeld en hebben jaren gestreden om overgangsklachten erkend te krijgen, en terecht. Als wij dan zeggen dat het ook mee kan vallen, wordt dat opgevat alsof vrouwen wéér niet serieus worden genomen. De geschiedenis zit immers vol met voorbeelden waarin dat ook zo was.”

Spookbeeld van verlies

Waar komt eigenlijk dat hardnekkige beeld vandaan dat de overgang iets vreselijks is? Dat zit volgens Knoeff diepgeworteld in onze cultuur. “In de negentiende eeuw waren mensen ervan overtuigd dat de eierstokken voor vrouwelijke vormen zorgden. Als die hun werk niet meer deden door de overgang, zag men dat als verval, als verlies van vrouwelijkheid. Maar wat wij verstaan onder vrouwelijkheid is cultureel bepaald.” Dat spookbeeld van verlies werkt nog steeds door, volgens Knoeff.

De onderzoekers proberen er een vinger achter te krijgen hoe dat soort ideeën invloed hebben op hoe vrouwen de overgang ervaren. Ze vroegen in hun onderzoek aan vrouwen die de overgang al gehad hebben hoe zij op die periode terugkijken, en of het was zoals zij zich de overgang hadden voorgesteld. Het Groningse team onderzoekt ook op wat voor manier er in het verleden gepraat werd over de overgang. “In wat voor tijd groeiden die vrouwen op? Wat wisten ze over de overgang, bijvoorbeeld uit damesbladen?”, licht Knoeff toe.

Hanneke de Boer spitte daarom onder andere oude Margrieten en Libelles door om daar een beeld van te krijgen. En ze bekeek ook twee belangrijke Nederlandse artsenbladen, om te kijken hoe die over de overgang schreven. Ze is nog bezig met haar analyse, maar tot de jaren tachtig waren het vooral medici die schreven over de overgang. “Het ging niet over de overgang als een medisch probleem, maar als een psychisch probleem of als een levensfase.” Ook artsen lijken culturele betekenissen te geven aan de overgang. Ze koppelen het einde van de vruchtbaarheid aan de veranderende rol van de vrouw in het gezin, het einde van het moederschap omdat de kinderen het huis uit gaan. Het zijn levensfasen die samenvallen met de overgang. “De overgang werd gezien als aftakeling. Van dat beeld hebben we nog steeds last.”

Vrouwen middelbare leeftijd

Vrouwen van nu hebben nog steeds last van achterhaalde ideeën over de overgang.

iStock, kate_sept2004

Passende hulp

Vrouwen kregen in het verleden niet altijd passende hulp, of de klachten werden überhaupt niet als overgangsklachten erkend en herkend. Wat daarbij ook niet meehielp, was dat artsen lange tijd terughoudend waren met hormoontherapie. Die was in de jaren veertig op de markt gekomen voor de behandeling van opvliegers. Hormoontherapie zou mogelijk ook beschermen tegen hart- en vaatziekten, vertelt Peter Bisschop, hoogleraar klinische endocrinologie bij het Amsterdam UMC. Hart- en vaatziekten kwamen namelijk vanaf de overgang meer voor. Maar onderzoek uit die tijd liet zien dat hormoontherapie een hoger risico gaf op borstkanker. Later bleek dat vooral het geval te zijn bij vrouwen boven de zestig jaar, en bij langdurig gebruik.  En hormoontherapie bleek niet te beschermen tegen hart- en vaatziekten.

“Na die negatieve berichtgeving over hormonen ontstond ook bij sommige artsen het idee dat vrouwen de overgang maar gewoon moesten uitzitten”, verklaart Bisschop de houding van artsen. “We hadden er immers lange tijd geen goede behandeling voor.” Inmiddels is duidelijk dat hormoontherapie met estradiol en natuurlijk progesteron bij vrouwen onder de zestig jaar goed helpt tegen opvliegers, en dat het verhoogde borstkankerrisico er eigenlijk niet is. Er bestaat natuurlijk een kans op bijwerkingen, zoals bij ieder medicijn. Of een arts hormoontherapie voorschrijft, is altijd een afweging tussen de voordelen en de kans op bijwerkingen.

Artsen zijn zich er volgens Bisschop van bewust dat sommige vrouwen weinig last hebben van de overgang. Tegelijkertijd vindt hij dat vrouwen die wél last hebben, passende hulp moeten kunnen krijgen: tachtig procent van de vrouwen heeft opvliegers, en bij dertig procent daarvan zijn die ernstig. Maar niemand is erbij gebaat om de overgang als iets verschrikkelijks voor te stellen.