Naar de content

Tweede Kamer wil definitie ‘embryo’ aanpassen

Stijn Schreven voor NEMO Kennislink

Wanneer is iets een embryo? De Tweede Kamer wil met een nieuwe definitie in de Embryowet meer duidelijkheid scheppen over onderzoek met embryo's en embryo-modellen. Maar volgens medisch ethicus Ana Pereira Daoud blijven er vragen open.

12 juni 2026

Als je onderzoek wil doen met embryo’s, dan is dat in Nederland aan strenge wetgeving gebonden. Die wetgeving is vastgelegd in de Embryowet. In die wet staat ook beschreven wat we precies verstaan onder een embryo. En daar gaat, als het aan de Tweede Kamer ligt, binnenkort verandering in komen.

Vorige week stemde de Tweede Kamer in met een wetsvoorstel om de definitie van een embryo te wijzigen. Wat verandert er precies, om welke reden, en wat gaat dat betekenen voor wetenschappelijk onderzoek? We bespreken het met bio-ethicus Ana Pereira Daoud (Leids Universitair Medisch Centrum) die zich specialiseert in de ethiek rondom onderzoek met embryo-modellen en geslachtscellen die gemaakt zijn van stamcellen.

Problematische definitie

De huidige wettelijke definitie van ‘embryo’ is problematisch, vindt ook Pereira Daoud. Tot nu toe omschrijft de wet een embryo als een ‘cel of samenhangend geheel van cellen met het vermogen uit te groeien tot een mens’. Volgens Pereira Daoud schiet die definitie op twee manieren tekort: “De definitie is enerzijds te smal en anderzijds te breed.”

Aan de ene kant vallen niet-levensvatbare embryo's er strikt genomen buiten. Een embryo dat zal eindigen in een miskraam heeft immers niet het vermogen om uit te groeien tot een mens. Volgens de letter van de wet is zo'n embryo dus eigenlijk geen embryo, terwijl de meeste mensen dit wel degelijk een embryo zouden noemen.

Aan de andere kant kun je de huidige definitie ook te breed opvatten. Want wanneer begint dat vermogen om mens te worden precies? “Je zou kunnen zeggen dat het, op z’n vroegst, pas kan ingaan vanaf het moment dat een eicel bevrucht wordt door een zaadcel”, zegt Pereira Daoud, “maar er zijn ook academici die veel verder gaan: zij beweren dat alles wat het vermogen heeft om een embryo te worden, dezelfde potentie in zich draagt als het embryo. Dat zou betekenen dat een zaadcel of eicel ook het vermogen heeft om uit te groeien tot een mens. Op die manier wordt het begrip ‘vermogen om mens te worden’ als basis voor beschermwaardigheid te ver opgerekt, want het zou absurd zijn om zowel zaad- als eicellen op dezelfde manier te beschermen als embryo’s.”

Ana Pereira Daoud presenteert op Lowlands Science 2024 over embryo-modellen.

Marcia van Woensel voor NEMO Kennislink

Bovendien bestonden er, toen de Embryowet in 2002 gemaakt werd, nog geen modellen van embryo’s en geslachtscellen. Dat zijn structuren die onderzoekers in het laboratorium maken uit menselijke cellen, bijvoorbeeld huidcellen, die geprogrammeerd worden om een geslachtscel of de vroege stadia van een embryo na te bootsen. Wetenschappers gebruiken deze modellen om onderzoek te doen naar de vroeg-embryonale ontwikkeling.

Die embryo-modellen worden echter steeds geavanceerder. Het valt niet uit te sluiten dat ze ooit kunnen uitgroeien tot een mens. Dat maakt het moeilijk om vast te stellen of ze ook onder de Embryowet zouden moeten vallen. Bovendien ontstaan er door deze nieuwe technologie nieuwe antwoorden op de vraag wat we verstaan onder ‘het vermogen om uit te groeien tot een mens’. Heeft een huidcel, waaruit zo'n model zou kunnen worden gemaakt, dan ook dat vermogen?

Essentiële functies

Om ‘meer duidelijkheid te scheppen’ kiest een meerderheid van de Tweede Kamer er nu voor om de wettelijke definitie van een embryo te wijzigen. De indieners van het wetsvoorstel maken een onderscheid tussen twee soorten embryo’s:

Voor ‘klassieke’ embryo’s, die ontstaan uit een bevruchting tussen een ‘natuurlijke’ menselijke eicel en zaadcel, is voortaan niet langer het vermogen bepalend, maar de oorsprong. Elke ‘entiteit die ontstaat door de samensmelting van in het menselijk lichaam geproduceerde eicellen en zaadcellen’ wordt als embryo beschouwd. Daardoor vallen ook embryo's die eindigen in een miskraam onder de bescherming van de wet.

Voor embryo-modellen, die op een andere manier tot stand zijn gekomen, geldt echter een andere maatstaf, waarin het ontwikkelpotentieel wél centraal staat. Die noemen we pas een embryo wanneer ‘redelijkerwijs verwacht kan worden’ dat zij tot en met een belangrijke ontwikkelingsfase, de zogenoemde gastrulatie, ‘dezelfde essentiële functies’ ontwikkelen als een klassiek embryo.

Daar ontstaan volgens Pereira Daoud nieuwe vragen: “Ik vraag me af: welke functies zijn dat precies? Weten we dat eigenlijk wel? Tot nu toe weten we sowieso vrij weinig van hoe het embryo zich ontwikkelt. Dat komt mede doordat embryo’s in Nederland niet langer dan veertien dagen in het laboratorium mogen worden onderzocht (de veertiendagengrens). De gastrulatie, waar de nieuwe definitie naar verwijst, begint pas daarna.”

Moeten eicellen en zaadcellen op dezelfde manier beschermd worden als embryo's?

Magnific, freepik

Dubbele maat

Daarnaast plaatst Pereira Daoud vraagtekens bij het onderscheid dat de definitie maakt tussen klassieke embryo’s en embryo’s die op andere manieren tot stand komen. “Klassieke embryo’s beschermen we altijd, ook als ze geen vermogen hebben om zich verder te ontwikkelen. Embryo’s die op een andere manier ontstaan, krijgen die bescherming alleen als ze dat vermogen wel hebben. Ik vraag me af of dat onderscheid wel te verdedigen valt.”

Voor mensen die een kind willen krijgen, maakt het waarschijnlijk weinig uit hoe het embryo precies is ontstaan

Die vraag wordt relevanter door de opkomst van nieuwe technieken zoals in-vitrogametogenese (IVG), waarmee onderzoekers menselijke geslachtscellen kunnen maken van huid- of bloedcellen. Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) sluit niet uit dat deze techniek in de toekomst ook voor voortplanting mag worden gebruikt.

Daardoor zou een opmerkelijke situatie kunnen ontstaan. Stel dat een embryo dat via IVG ontstaat niet-levensvatbaar blijkt, dan is het volgens de wettelijke definitie geen ‘embryo’. “Voor mensen die een kind willen krijgen, maakt het waarschijnlijk weinig uit hoe het embryo precies is ontstaan”, zegt Pereira Daoud. “Zo'n embryo kan dezelfde symbolische en relationele waarde hebben als een embryo dat op natuurlijke wijze is ontstaan.”

Embryo’s bewust onvolledig maken

De nieuwe definitie heeft directe gevolgen voor onderzoekers. Als een embryo-model volgens de wet als embryo wordt gezien, moet onderzoek ermee eerst worden goedgekeurd door de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). Omdat onderzoek met embryo's aan strenge regels is gebonden, is het denkbaar dat onderzoekers manieren gaan zoeken om hun modellen buiten die definitie te laten vallen.

Hoe daarmee om te gaan, is een vraag waar nu al over wordt nagedacht. Pereira Daoud onderzoekt bijvoorbeeld de ethische vragen rondom het maken van stamcel-afgeleide geslachtscellen die genetisch zo zijn aangepast dat hun samensmelting een embryo oplevert dat zich niet kan ontwikkelen tot een mens. “De ingreep vindt dan niet plaats bij het embryo zelf, maar al in een eerder stadium, bij de geslachtscellen”, legt Pereira Daoud uit.

Volgens Pereira Daoud wordt dit grijze gebied alleen maar groter. Embryo-modellen worden steeds geavanceerder en onderzoekers ontwikkelen ook andere biologische constructen, zoals hersenorganoïden (gemaakt uit stamcellen die zo geprogrammeerd worden dat ze uitgroeien tot een verkleinde en versimpelde versie van de hersenen) en assembloïden (combinaties van verschillende organoïden). Die kunnen niet uitgroeien tot een mens, maar mogelijk wel eigenschappen ontwikkelen die moreel relevant zijn, zoals het vermogen om pijnprikkels te verwerken. “Er komen steeds meer van dit soort tussenvormen bij”, zegt Pereira Daoud. “Dat maakt de vraag wat bescherming verdient en waarom alleen maar ingewikkelder.”

Het wetsvoorstel werd op 2 juni 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. Voordat de wijziging definitief wordt, moet de Eerste Kamer zich er nog over uitspreken.