Naar de content

Wat doet een natuurbrand met dieren?

Freepik, Roel_Meijer

Voor veel dieren is een natuurbrand geen pretje. Hitte, rook en een gebrek aan voedsel verdrijft ze uit hun leefgebied. Maar een natuurbrand kan op lange termijn de variatie in diersoorten ten goede komen. 

22 mei 2026

Natuurbranden in het voorjaar zijn een terugkerend fenomeen. Vorig jaar woedden er maar liefst 846 natuurbranden in Nederland, waarvan bijna de helft in maart tot en met mei. Ook dit jaar hadden we eind april, na langdurige droogte, te maken met verschillende branden in Nederlandse natuurgebieden. Dat het risico op natuurbranden in het voorjaar toeneemt, komt omdat veel planten afgestorven zijn in de winter en minder vocht bevatten. Een vol groen bladerdek in de zomer betekent dat eerst het vocht uit de bladeren moet verdampen voordat een natuurbrand zich kan verspreiden.

Meestal zijn de branden in ons land klein en staat korte vegetatie in brand, zoals gras, heide en struiken. In bijna negentig procent van de gevallen verbrandt er een gebied kleiner dan twee voetbalvelden. De brand bij ’t Harde van eind april, die zich verspreidde over een lengte van 2,2 kilometer, was voor ons land uitzonderlijk groot.

Voor dieren maakt het veel uit wat voor soort brand het is, hoe heet deze is en hoe snel hij zich verspreidt. Een bosbrand die in de toppen van bomen woedt brengt andere diersoorten in gevaar dan een zogenaamd grondvuur. Dit laatste type natuurbrand is minder heet en komt in Nederland vaker voor dan een bosbrand, die hele naaldbossen in de fik kan zetten en hoge vlammen oplevert (zie kader).

Soorten natuurbranden

Natuurbranden zijn te onderscheiden in vier verschillende soorten. Het grondvuur en loopvuur zijn de meest voorkomende in Nederland (bron: NIPV).

  • Grondvuur: Smeulende brand in de bodem met veel en langdurige rookontwikkeling. Deze is vaak moeilijk te blussen.
  • Loopvuur: Brand in de grassen of struiken, die zich snel over de bodem verspreidt.
  • Kroonvuur: Brand in de toppen van bomen met een hoge intensiteit en metershoge vlammen. Veelal in naaldbomen.
  • Vliegvuur (spotting): Ontstaat door brandend materiaal dat door wind wordt meegenomen. Op tientallen meters tot honderd meter van de natuurbrand kunnen dan nieuwe branden ontstaan.

Op zoek naar schuilplekken

Direct na een brand slaan dieren op de vlucht, vertelt Frank van Langevelde, hoogleraar dierecologie en natuurbescherming aan de Wageningen Universiteit. Hun overleving hangt af van schuilplekken in de buurt. Van Langevelde: “Ik denk wel dat dieren een brand pas relatief laat in de gaten hebben. Het is niet zoals een ree die van een afstand een mens ziet aankomen en dan direct wegrent.”

Of een dier op tijd weg kan komen hangt af van de mobiliteit van de diersoort. Vogels vliegen weg en grote zoogdieren rennen er snel vandoor. De hazelworm daarentegen – een soort hagedis zonder pootjes – is langzaam en maakt geen schijn van kans in een brand. Over het algemeen is het vooral voor kleinere dieren, zoals ook kikkers, salamanders en insecten, moeilijk om een brand te ontvluchten.

In het voorjaar heeft een natuurbrand extra gevolgen voor soorten die op het punt staan om jongen te krijgen of net jongen hebben. Nestjes van vogels op de grond of in droge takken of struiken gaan verloren en vossenjongen zitten soms nog in hun hol verstopt, waardoor ze geen kant op kunnen.

Maar een hele diersoort wordt niet zomaar weggevaagd door een brand, tenzij het om een kleine en lokale populatie gaat. “In het begin is het wel even behelpen voor de dieren, want veel begroeiing, beschutting en voedsel is weggebrand,” vertelt Liesbeth Bakker, onderzoeker aan het Nederlands Instituut voor Ecologie en hoogleraar rewilding ecologie aan de Wageningen Universiteit. “De zandhagedis is bijvoorbeeld voor zijn voedsel afhankelijk van insecten, die eerst in het gebied moeten terugkeren. En grazende zoogdieren moeten wachten tot er weer vegetatie is.”

Hazelworm

De hazelworm is een pootloze hagedis van maximaal 40 cm lang, die vaak voor een slang wordt aangezien.

iStock, AlasdairJames

Mozaïek voor meer diersoorten

Jaren later kan een brand – met dank aan de veerkracht van de natuur – juist goed uitpakken voor dieren. Vooral als een brand door veel wind snel over een heide trekt en niet al te heet is. “Je krijgt dan een soort mozaïek van verschillende plekjes met of zonder begroeiing. En dat is goed voor de variatie in diersoorten die na een brand in het gebied kunnen leven,” stelt Van Langevelde.

We kunnen leren van landen als Portugal en Griekenland, waar ze droge gebieden preventief laten branden

— Frank van Langevelde, hoogleraar dierecologie en natuurbescherming

“Het ironische is dat de dieren die getroffen worden door een brand juist zo’n open gebied nodig hebben waar de brand voor zorgt,” vult Bakker aan. Heideterreinen, waar vaak natuurbranden plaatsvinden, hebben namelijk de neiging om dicht te groeien met bomen. Bakker: “Dat is een van onze natuurbeheerproblemen in Nederland.”

Aantal natuurbranden in Nederland

Sinds 2023 houdt het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) structureel data over natuurbranden bij. Van 2017 tot 2022 waren er gemiddeld 611 natuurbranden per jaar.

  • 2023: 405 natuurbranden
  • 2024: 170 natuurbranden
  • 2025: 846 natuurbranden

Preventief natuur verbranden

Een gevarieerder leefgebied én meer diersoorten nadat het groen terugkeert in een zwartgeblakerd gebied. Moeten we dan niet wat vaker een brandende sigarettenpeuk in de natuur gooien om een brandje te veroorzaken? Van de Langevelde: “We moeten blijven streven naar zo min mogelijk branden, omdat het gevaarlijk is in zo’n dichtbevolkt land als Nederland.”

Bovendien zorgt droogte of te veel van dezelfde beplanting voor minder kans op zo’n mooi mozaïek met open heidegebieden voor dieren. Door droogte is er meer beschikbare brandstof, waardoor het vuur een hogere intensiteit kan krijgen. “We hebben ook nog steeds veel naaldbomen, die brandbaarder zijn dan loofbomen. Bovendien onttrekken naaldbomen jaarrond water aan de bodem, wat voor droge zandgronden zorgt. Die zijn vatbaarder voor branden,” vertelt Bakker.

“Wel kunnen we leren van landen als Portugal en Griekenland, waar ze droge gebieden preventief laten branden om te voorkomen dat brandbare biomassa zich ophoopt. Als dat droge materiaal een aantal jaren niet brandt, kan het met één vonk ineens flink los gaan,” zegt Van de Langevelde. Door natuur expres te verbranden, is er vervolgens minder droog struikgewas en ander brandbaar materiaal, waardoor de intensiteit van een eerstvolgende natuurbrand afneemt.

Ook in combinatie met schapen kan brand een ideale vorm van natuurbeheer zijn. “Dat blijkt uit onderzoek in de Engelse heidelandschappen, die qua beplanting en dieren erg lijken op onze heide,” vertelt Van de Langevelde. “De schapen eten de grassen op die na de brand opkomen. Dat is voedzaam voor de schapen en gaat vergrassing van de heide tegen. Op kleine schaal passen we deze vorm van natuurbeheer toe op de Hoge Veluwe, maar we zijn er nog voorzichtig mee.”

Schapen op de Veluwe

Schapen grazen op de Veluwe.

iStock, Gert-Jan van Vliet

Zo zorgen dieren dus voor andere dieren in het grotere ecosysteem, want schapen en andere grazers zijn in Nederland een belangrijke manier om heidelandschap open te houden. Bakker: “Ze voorkomen dat we eindigen met grote aaneengesloten gebieden met dezelfde beplanting, dat dus op hetzelfde moment in brand kan vliegen.” Daar zullen de hazelwormen, kikkers, veldleeuweriken en vele andere dieren weer blij mee zijn.

Bronnen