Wie nu geen gebruikmaakt van AI, mist straks essentiële vaardigheden. Maar wie er nu wél veel gebruik van maakt, verspilt veel energie en water. Dus wanneer is het het waard om AI in te zetten? En hoe bepaal je dat?
Een gesprek over generatieve AI gaat in mijn ervaring altijd via één van twee wegen. De één is kritisch en vindt dat je ‘t koste wat kost moet mijden, de ander vindt dat je het maar beter voor alles kunt gebruiken. Anders mis je de boot, loop je achter en kun je je toekomst als professional wel gedag zeggen.
Ik vind mezelf steeds terug aan de andere kant: tegen mijn sceptische vrienden zeg ik dat het naïef is om te doen alsof het niet bestaat, en m’n techbro’s probeer ik op een subtiele manier te vertellen dat ze niet moeten vergeten dat er, net als voor elke andere technologie, materialen en energie voor nodig zijn. Dus misschien hoef je niet je chatbot te vragen wat je vanavond moet eten?
— Luis CruzZoek uit welke tool het beste bij jouw persoonlijke waarden past
Volgens Groene AI-onderzoeker aan de TU Delft Luis Cruz zit de waarheid over AI-gebruik ergens in het midden: “AI is een krachtige tool die onze samenleving gaat veranderen, dus je moet het op de een of andere manier omarmen. Maar dan wel op de meest duurzame manier.” Dat betekent dat we, zoals Dr. Roel Dobbe, hoogleraar Technology, Policy & Management aan de TU Delft, omschrijft, “goed moeten uitzoeken hoe en waarvoor we AI willen gebruiken”.
AI-schaamte
Op nationale schaal is dat voer voor beleidsmakers, maar voor je eigen leven is het een veel ingewikkeldere vraag: “Is dit waard om AI voor te gebruiken?” De voetafdruk is onduidelijk, onzichtbaar en voelt ver weg. Niemand geeft je schouderklopjes als je het links laat liggen. Een groepsnorm voor waar je het wel en niet voor ‘mag’ gebruiken is er ook nog niet echt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld vlees eten of vliegreizen. Daarnaast is er de vraag: is het jouw verantwoordelijkheid, of die van de ontwikkelaar?
Misschien voel je al wel wat AI-schaamte. Als we iets leren van vlieg- of vleesschaamte, motiveert het je waarschijnlijk om bewuste keuzes te maken. De vraag is dan: wat is een bewuste keuze? Volgens Cruz gaat dat niet per sé over het al dan niet gebruiken van een chatbot, maar vooral welke: “Het begint bij bewust kiezen welke tool je gaat gebruiken. Je moet dus niet de eerste de beste chatbot kiezen, simpelweg omdat die het populairst is. Zoek uit welke tool het beste bij jouw persoonlijke waarden past.”
Psychische valkuil
Want: niet elke generatieve AI-tool is hetzelfde. Ze verbruiken allemaal energie, materialen en water. Sommigen zijn daar eerlijk over en werken mee aan verduurzaming, en sommigen helemaal niet. Sommigen worden gebruikt voor massasurveillance of autonome wapens en sommigen niet. De meeste populaire tools zijn in handen van de rijksten ter wereld die er nog rijker van worden, maar er zijn ook generatieve AI-tools die worden gebouwd en onderhouden door organisaties zonder winstoogmerk, gebaseerd op publieke waarden. Aan jou de keuze.
Als je eenmaal een keuze hebt gemaakt, dan kun je ook gemakkelijker nadenken over de manier waarop je die tool vervolgens wil inzetten - als je dat überhaupt nog wil. Het is hierbij wel goed om je te bedenken wat voor valkuilen er in je eigen psyche verborgen liggen. Zo heeft de mensheid de hardnekkige neiging om efficiëntere tools zoveel te gaan gebruiken dat de uiteindelijke footprint juist hoger wordt - beter bekend als de Jevons-paradox.
Ultrabewerkt
Om een nóg beter gevoel te krijgen voor wat precies ‘bewust AI-gebruik’ is, leen ik graag een analogie van onderzoeker Nate Hagens. Hij is directeur van de Institute for the Study of Energy and our Future, een stichting die zich bezighoudt met de rol van energie in de maatschappij nu, en in de toekomst. Hagens stelt dat ontwikkelingen rondom AI hetzelfde patroon bewandelen als de ontwikkeling van ons voedselsysteem, lang geleden.
De voedselindustrie heeft, volgens Hagens, ons totale voedselaanbod herontworpen. We gingen van leven met de seizoenen en gezonde bodems, naar altijd en overal in verwarmde kassen gegroeide tomaten kunnen eten en toegang tot fastfood en ander ultrabewerkt voedsel. Dat ultrabewerkte voedsel is niet ontworpen om de perfecte combinatie van voedzaamheid te bereiken, maar juist om ons oerbrein maximaal te pleasen met de juiste combinatie vet, suiker en zout. Gevolg: wereldwijd zijn er 3 miljard mensen met obesitas en 1 miljard mensen ondervoed door gebrek aan voedingsstoffen.

Gebruik van AI is te vergelijken met het eten van fastfood: het is makkelijk en geeft een gevoel van genoegen, maar het is niet altijd het beste voor je.
kovalnadiya, via Freepik.comHagens waarschuwt dat AI-taalmodellen hetzelfde risico dragen, maar dan op ons cognitieve systeem. Taalmodellen maken het makkelijk én goedkoop om informatie te krijgen die voelt als waarheid, zekerheid en een beter begrip van de wereld, maar dat lang niet altijd is. Hij noemt het ‘ultrabewerkte informatie’: niet gemaakt om je welzijn te verhogen maar om je een gevoel van genoegen te geven. Die informatie wordt bovendien geproduceerd door datacenters die veelal op vervuilende brandstoffen draaien, op dezelfde manier als fossiele brandstoffen nodig zijn voor kunstmest, die de voedselrevolutie mogelijk heeft gemaakt.
Met dat gegeven heb je dus een keuze: volg je de vraatzucht naar informatie-obesitas met de bijbehorende footprint, of volg je een gebalanceerd AI-consumptiepatroon, met ruimte om dingen uit te proberen die wellicht je welzijn verhogen? En soms een vette AI-hamburger.
Energie van AI
Generatieve AI krijgt een steeds grotere plek in ons leven. Handig, maar het slurpt tegelijkertijd energie en water. Hoe zit dat precies? En hoe kunnen we daar het beste mee omgaan?

