Naar de content

Strijd om stroom tussen publieke voorzieningen en AI

Energie van AI: vol stroomnet

fokkebok, via istockphoto.com

Ons stroomnet is overvol. Tegelijkertijd vraagt het groeiende gebruik van AI om steeds meer datacenters, en daarmee ook om steeds meer stroom. Hoe gaat dat samen?

11 februari 2026

“Met een ‘AI-gigafabriek’ voorkomt Nederland dat onze welvaart erodeert. Daarmee verdrijven we de donkere wolken die zich boven de samenleving pakken”, aldus Peter Wennink, ex-CEO van hightechbedrijf ASML. Kosten: 22,5 miljard. Opbrengsten: tussen de 250 en 750 megawatt aan brute AI-capaciteit, evenveel als het stroomverbruik van tussen de 900 duizend en 2,7 miljoen huishoudens, voor… ja, voor wie eigenlijk? Volgens het rapport is de rekenkracht nodig als ‘strategische basisvoorziening’, voor allerlei ‘onmisbare’ AI-innovaties in de zorg, energiesector, krijgsmacht, en – niet te vergeten – ons verdienvermogen.

Peter Wennink schreef dit in zijn rapport Wennink in december 2025, in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, over ‘de route naar toekomstige welvaart’. Daarin staat ook: netcongestie is een nationale crisis. Het stroomnet piept en kraakt. Netbeheerders kunnen de groeiende stroomvraag niet bijhouden, het net is op veel plekken in Nederland overvol. Nieuwe grootgebruiker op zoek naar een aansluiting? Er zijn nog 14 duizend wachtenden voor u.

Achteraan aansluiten

Deze plannen leveren ongetwijfeld scheve gezichten op. Net als toen duidelijk werd dat in januari 2026 de bouw van het grootste datacenter van Amsterdam zou starten, ondanks een gemeentelijke datacenterstop en een verbod op grote datacenters in heel Nederland. Het datacenter had in 2016 al ruimte op het net gekregen, maar gaat dat vanwege allerlei omstandigheden pas vanaf dit jaar gebruiken. In Lelystad mag een hyperscaler van 150 MW gebouwd worden, omdat het terrein maar 7,5 hectare beslaat.

Heeft de bouw van datacenters andere maatschappelijke projecten in de weg gezeten? Waarschijnlijk wel. Tot oktober 2024 werd ruimte op het net toegewezen op basis van first come, first serve; als een datacenterontwikkelaar eerder bij de netbeheerder om ruimte op het net vroeg, kreeg het dat ook eerder toegewezen dan bijvoorbeeld ziekenhuizen of scholen die later aanklopte. Helaas pindakaas, achteraan de rij aansluiten. De beoogde AI-gigafabriek heeft hier geen last van, laat een woordvoerder van Eneco weten; zij gaan gebruik maken van een bestaande aansluiting in de Haven van Rotterdam.

Voorrangsregeling

Voor nieuwe aansluitingen hanteren netbeheerders drie categorieën die voorrang krijgen, in volgorde van prioriteit: congestieverzachting (aansluitingen die actief ruimte vrijmaken op het net), veiligheid (defensie, politie, maar ook ziekenhuizen) en basisbehoeften (woningen, scholen, openbaar vervoer, telecommunicatie, opvang en andere zorginstellingen). Datacenters vallen nog niet onder één van deze drie categorieën, al zijn ze het daar zelf niet mee eens. Datacenterbedrijf Equinix tekende in hun zienswijze bezwaar aan tegen de voorrangsregeling. Zij betogen dat de regeling het “maatschappelijke belang van datacenters miskent”.

We moeten goed uitzoeken waar we AI voor willen gebruiken

— Roel Dobbe

Nou is dat voor veel toepassingen niet zo'n gekke gedachte: ziekenhuizen, politie, ministeries en andere belangrijke publieke instellingen zijn immers afhankelijk van datacenters en IT-technologie voor hun functioneren, ook van hyperscalers zoals Microsoft. Aan de andere kant: in tijden van Big tech-monopolie zijn het diezelfde datacenters die ervoor zorgen dat jij op elk gewenst moment een plaatje kan generen van een aap die op een ruimteraket in de vorm van een banaan door het universum zoeft. Dat kun je moeilijk een basisbehoefte noemen.

Kleine AI-fabriek

Voorlopig moeten datacenters voor AI gewoon achteraan de rij aansluiten en dat is niet gek, vindt Roel Dobbe, assistant professor Technology, Policy & Management aan de TU Delft. “We hebben niet zoveel luxe. We zitten nog middenin het maken van die afspraken, er is in principe gewoon heel weinig ruimte.” Wat AI betreft moeten we dus keuzes maken, vindt hij. 

Zo zouden we goed moeten uitzoeken waar we precies AI voor willen gebruiken, en dat moet volgens Dobbe gestoeld zijn op publieke waarden, zoals duurzaamheid, brede welvaart en digitale autonomie. “Het is best wel denkbaar dat AI-toepassingen onmisbaar worden, bijvoorbeeld bij ziekenhuizen”, zegt Dobbe. “Er zijn bijvoorbeeld bepaalde medische disciplines, zoals radiologie, waar AI-modellen nu al heel belangrijk zijn geworden en een kritieke functie hebben.”

Een vrouw van achter die naar MRI-scans kijkt op een computer.

In radiologie zijn AI-modellen nu al heel belangrijk, dus het is best denkbaar dat AI uiteindelijk onmisbaar wordt in ziekenhuizen. 

Freepik, via freepik.com

Dobbe ziet voorzichtig positieve signalen in die keuzes bij de ontwikkeling van de veel kleinere AI-fabriek in Groningen. “Die wordt nadrukkelijk niet ingezet als datacenter, maar als supercomputer, met een ecosysteem van kennis en innovatie eromheen”, zegt hij. Er zijn ook regels opgesteld om te bepalen hoe en door wie die supercomputer gebruikt gaat worden, zodat het aan die publieke waarden voldoet. “Daar ben ik best wel positief over”, aldus Dobbe.

Buitenlandse gebruikers

En onze economie dan, is dat geen essentiële nutsfunctie? Volgens Peter Wennink en zijn rapport wel, maar de vraag is of AI-datacenters daar veel aan bij gaan dragen. Zo becijferde onderzoeksbureau CE Delft in december 2025 dat datacenters op dit moment zo'n 3% van alle stroom in Nederland verbruiken, terwijl ze in vergelijking veel minder directe economische toegevoegde waarde hebben, namelijk het minste van alle stroom-intensieve industrieën in Nederland. Ter vergelijking: raffinaderijen dragen per energie-eenheid zo’n zeven keer meer bij. Ook qua banen valt het vies tegen: bijna alle energie-intensieve industrieën leveren minimaal drie keer zoveel banen op, en vaak nog veel meer.

Ook een belangrijk gegeven: in 2021 becijferde consultancybureau BCI dat driekwart van onze datacentercapaciteit werd gebruikt door buitenlandse gebruikers en bedrijven. Recentere cijfers ontbreken, maar aannemelijk is dat Nederland nog steeds vooral datacentercapaciteit exporteert. De economische waarde is beperkt, maar we blijven wel met de gebakken peren - netcongestie - zitten.

Europese chips

Als je naar de toekomst kijkt, wordt het geheel nog schrijnender. Een AI-datacenter bestaat voornamelijk uit serverrekken met GPU-chips van het Amerikaanse Nvidia. Die chips gaan maar een jaar of drie mee, worden steeds krachtiger en sneller en verbruiken daarmee steeds meer stroom en daarmee een groter beslag op ons energienet. Ook de AI-gigafabriek zal waarschijnlijk gevuld worden met Nvidia-chips.

Close-up van een processor chip met een groene waas.

Europese innovatie zou zich moeten richten op efficiëntere chips. 

xb100, via Freepik.com

Het belang van AI-datacenters is dus niet zozeer economisch, maar eerder als infrastructuur voor digitale autonomie. Daarom is efficiënt omgaan met ruimte, materialen en rekenkracht het belangrijkste wat er nu moet gebeuren, bijvoorbeeld door Europese innovatie rondom efficiëntere chips te stuwen, vindt Dobbe. “Die Nvidia-chips staan echt te grillen in zo'n datacenter. Er is wat sturing voor nodig, maar we kunnen in Europa best efficiëntere en circulaire chips ontwikkelen, die langer meegaan.” Zo heb je in Eindhoven twee bedrijven die hoge ogen gooien: Axelera AI belooft chips die tien jaar meegaan, Euclyd schermt met chips die honderd keer efficiënter zijn dan die van Nvidia.

Flinke investering

Een datacenteroptimist zal in gesprek over energie gauw verwijzen naar hergebruik van warmte. Het Nederlandse bedrijf LeafCloud maakt hier gebruik van, legt medewerker Sacha van Geffen uit: “Elke kilowattuur aan stroom voor een datacenter wordt uiteindelijk warmte. Wij kijken hoe je dat weer nuttig in kan zetten.” Dat doet LeafCloud door mini-datacenters te bouwen op plekken waar warmte nodig is, zoals appartementencomplexen en verzorgingstehuizen, die ze LeafSites noemen. Van Geffen beheert deze LeafSites namens LeafCloud.

De groei van LeafCloud gaat voorlopig voor de wind maar de schaal is beperkt, geeft van Geffen toe: “De meeste locaties hebben niet heel veel extra stroom over. We hebben locaties met een enkel serverrek en locaties met tien rekken. We zijn niet een heel grote speler op dit moment. Maar er is absoluut groeipotentie.”

Een warmtenet leg je niet zomaar even aan, het is een flinke investering

— Roel Dobbe

Dobbe ziet minder heil in het gebruik van restwarmte, zeker bij grote datacenters: “Het wordt vaak als argument aangedragen, maar de temperatuur van koelwater en lucht is verre van ideaal om nog heel veel mee te doen. Het rendement is nog te laag.” Grote datacenters zouden hun warmte kunnen koppelen aan een warmtenet, als dat er al ligt. Dat is niet niks – het splinternieuwe Google-datacenter in Winschoten produceert genoeg warmte om heel Winschoten te verwarmen. Alleen: er ligt geen warmtenet en er is ook geen plan om er eentje aan te leggen. Dobbe: “Een warmtenet leg je niet zomaar even aan, dat doe je het liefst voor een hele lange periode. Het is een flinke investering die dus best wat onzekerheden met zich meebrengt.”

AI-capaciteit in het Nederlandse net inbouwen zal vooral een kwestie worden van keuzes maken. Het gevaar ligt op de loer om met het “frame van megalomane groei van de Amerikaanse ontwikkelingen rondom AI mee te gaan”, betoogt Dobbe. De ambities daar zijn heel anders dan hier: “Wereldwijde invloed via AI is voor Amerika een wanhopige strategie geworden. Financiering verplaatst zich van investeringen van private partijen naar leningen. Economen waarschuwen dat dat grote implicaties op ons mondiale economische systeem, bijvoorbeeld via onze pensioenen. Dit is daarom een belangrijk kantelpunt, maar ook een megakans. We moeten fundamenteel anders over AI en digitalisering gaan denken dan de Amerikanen.”